Tafseer van De Zandheuvels · Al-Ahqaf · 46:22
Zij zeiden: "Ben jij tot ons gekomen om ons van (het aanbidden) van onze goden af te houden? Geef wat jij ons aanzegt, als jij tot de waarachtigen behoort!"
De uitleg van de uitspraak van de Verhevene: قَالُوا أَجِئْتَنَا لِتَأْفِكَنَا عَنْ آلِهَتِنَا فَأْتِنَا بِمَا تَعِدُنَا إِنْ كُنْتَ مِنَ الصَّادِقِينَ (Zij zeiden: "Ben je tot ons gekomen om ons van onze goden af te wenden? Breng ons dan dat waarmee je ons dreigt, indien je tot de waarachtigen behoort") (46:22).
De Verhevene, wiens gedachtenis verheven is, zegt: het volk van ʿĀd zei tegen Hūd, toen hij tegen hen zei "Aanbid niets dan Allah; voorwaar, ik vrees voor jullie de bestraffing (ʿadhāb) van een geweldige dag": ben je, o Hūd, tot ons gekomen om ons af te wenden van de aanbidding van onze goden naar de aanbidding van datgene waartoe jij ons oproept, en om jou te volgen in jouw woord?
En zoals wij gezegd hebben over de uitleg hiervan, hebben ook de mensen van de uitleg (ahl al-taʾwīl) gesproken.
* Vermelding van wie dat gezegd heeft:
Yūnus heeft mij verteld, hij zei: Ibn Wahb heeft ons bericht, hij zei: Ibn Zayd zei over Zijn uitspraak أَجِئْتَنَا لِتَأْفِكَنَا عَنْ آلِهَتِنَا (Ben je tot ons gekomen om ons van onze goden af te wenden?): om ons te doen afwijken. En hij reciteerde: إِنْ كَادَ لَيُضِلُّنَا عَنْ آلِهَتِنَا لَوْلا أَنْ صَبَرْنَا عَلَيْهَا (Bijna had hij ons van onze goden doen afdwalen, ware het niet dat wij standvastig daaraan vasthielden). Hij zei: hij doet ons afdwalen, doet ons afwijken en wendt ons af. فَأْتِنَا بِمَا تَعِدُنَا (Breng ons dan dat waarmee je ons dreigt) aan bestraffing wegens onze aanbidding van de goden die wij aanbidden. إِنْ كُنْتَ (indien je behoort) tot de mensen van waarachtigheid in jouw woord en jouw beloften.