Tabari
Terug naar surah 44, ayah 6

Tafseer van De Rook · Ad-Dukhaan · 44:6

رَحْمَةًۭ مِّن رَّبِّكَ ۚ إِنَّهُۥ هُوَ ٱلسَّمِيعُ ٱلْعَلِيمُ

Als Barmhartigheid van jouw Heer. Voorwaar, Hij is de Alhorende, de Alwetende.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    Hij zei: Evenzo geldt dit voor Zijn woord raḥmatan min rabbika ("als een barmhartigheid van jouw Heer"). Hij zei: Het is toegestaan om raḥmah (barmhartigheid) in de accusatief te plaatsen doordat het woord "uitgezondenen" (mursilīn) daarop betrekking heeft, waarbij de barmhartigheid dan aan de Profeet ﷺ wordt toegekend.

    En Zijn woord innā kunnā mursilīn ("Wij hebben waarlijk altijd uitgezonden") — de Verhevene, geprezen zij Zijn vermelding, zegt: Wij hebben waarlijk altijd Onze boodschapper Mohammed ﷺ uitgezonden naar Onze dienaren, als een barmhartigheid van jouw Heer, o Mohammed. Innahu huwa al-samīʿu al-ʿalīm ("Voorwaar, Hij is de Alhorende, de Alwetende") — Hij zegt: Voorwaar, Allah, de Gezegende en Verhevene, is Degene die hoort wat deze polytheïsten (mushrikīn) zeggen over wat Wij van Ons Boek hebben neergezonden en over de boodschappers die Wij naar hen hebben gezonden, en al het andere van hun spreken en het spreken van anderen; de Alwetende over wat hun gemoederen verbergen, en al het andere van hun aangelegenheden en de aangelegenheden van anderen.

    Toon originele Arabische tekst
    قال: وكذلك قوله ( رَحْمَةً مِنْ رَبِّكَ ) قال: ويجوز أن تنصب الرحمة بوقوع مرسلين عليها, فجعل الرحمة للنبيّ صلى الله عليه وسلم. وقوله ( إِنَّا كُنَّا مُرْسِلِينَ ) يقول تعالى ذكره: إنا كنا مرسلي رسولنا محمد صلى الله عليه وسلم إلى عبادنا رحمة من ربك يا محمد ( إِنَّهُ هُوَ السَّمِيعُ الْعَلِيمُ ) يقول: إن الله تبارك وتعالى هو السميع لما يقول هؤلاء المشركون فيما أنـزلنا من كتابنا, وأرسلنا من رسلنا إليهم, وغير ذلك من منطقهم ومنطق غيرهم, العليم بما تنطوي عليه ضمائرهم, وغير ذلك من أمورهم وأمور غيرهم.