Tafseer van De Rook · Ad-Dukhaan · 44:41
De Dag waarop de ene vriend de andere vriend in niets kan bijstaan, en zij zullen niet geholpen worden.
En Zijn woorden: "De dag waarop geen beschermheer (mawlā) iets voor een andere beschermheer zal baten" (44:41). Hij zegt: een neef zal niets afwenden van een neef, noch een vriend van zijn vriend, van de bestraffing van Allah die over hen is neergedaald van Allah. "En zij zullen niet geholpen worden" — Hij zegt: en zij zullen elkaar niet helpen, zodat zij beschutting zouden zoeken tegen degene die hen met een bestraffing trof, zoals zij dat in het wereldse leven plachten te doen.
Zoals Bishr ons heeft verteld, hij zei: Yazīd heeft ons verteld, hij zei: Saʿīd heeft ons verteld, op gezag van Qatāda, betreffende Zijn woorden: "De dag waarop geen beschermheer iets voor een andere beschermheer zal baten" ... de verzen: de banden zijn op die dag verbroken, o zoon van Adam, en de mensen zijn teruggebracht tot hun daden; wie op die dag goed aantreft, is daardoor gelukzalig tot het uiterste van wat hem ten deel valt, en wie op die dag kwaad aantreft, is daardoor ellendig tot het uiterste van wat hem ten deel valt.