Tafseer van De Versieringen · Az-Zukhruf · 43:42
Of Wij laten jou zien, wat Wij hun hebben aangezegd: voorwaar, Wij zijn Machthebbers over hen.
(أَوْ نُرِيَنَّكَ الَّذِي وَعَدْنَاهُمْ) (Of dat Wij jou laten zien wat Wij hun beloofd hebben) — Allah heeft hem dat immers getoond en het over hem zichtbaar gemaakt. Deze tweede opvatting is van de twee uitleggingen de meest juiste hierin, en wel omdat dit voorkomt in de context van Allahs bericht over de polytheïsten (mushrikīn); dat het dus een dreiging tegen hen is, is waarschijnlijker dan dat het een waarschuwing zou zijn voor iemand van wie geen sprake is geweest. De betekenis van de woorden is, aangezien het zó is: indien Wij jou, o Muḥammad, weghalen van tussen deze polytheïsten en jou uit hun midden wegvoeren, (فَإِنَّا مِنْهُمْ مُنْتَقِمُونَ) (dan zullen Wij ons op hen wreken), zoals Wij dat met anderen dan zij gedaan hebben onder de gemeenschappen die hun boodschappers loochenden.
(أَوْ نُرِيَنَّكَ الَّذِي وَعَدْنَاهُمْ) — of dat Wij jou, o Muḥammad, laten zien wat Wij hun beloofd hebben aan overwinning op hen en jouw verheffing boven hen, (فَإِنَّا عَلَيْهِمْ مُقْتَدِرُونَ) (dan zijn Wij over hen machtig) om jou over hen te doen zegevieren en hen te vernederen door jouw hand en de handen van hen die in jou geloven.