Tabari
Terug naar surah 42, ayah 20

Tafseer van Het Beraad · Ash-Shura · 42:20

مَن كَانَ يُرِيدُ حَرْثَ ٱلْءَاخِرَةِ نَزِدْ لَهُۥ فِى حَرْثِهِۦ ۖ وَمَن كَانَ يُرِيدُ حَرْثَ ٱلدُّنْيَا نُؤْتِهِۦ مِنْهَا وَمَا لَهُۥ فِى ٱلْءَاخِرَةِ مِن نَّصِيبٍ

Wie de beloning van het Hiernamaals wenst, voor hem vermeerderen Wij zijn beloning; en wie de beloning van het wereldse leven wenst, aan hem geven Wij daarvan, maar voor hem is er in het Hiernamaals geen aandeel.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    مَنْ كَانَ يُرِيدُ حَرْثَ الآخِرَةِ نَزِدْ لَهُ فِي حَرْثِهِ ("Wie de oogst van het hiernamaals wenst, voor hem zullen Wij zijn oogst vermeerderen").

    De Verhevene, wiens lof verkondigd wordt, zegt: wie met zijn handeling het hiernamaals wenst, voor hem zullen Wij zijn oogst vermeerderen. Dat wil zeggen: voor hem zullen Wij zijn goede daad vermeerderen, zodat Wij hem voor één daad tienvoud geven, tot aan datgene wat onze Heer aan vermeerdering wenst.

    وَمَنْ كَانَ يُرِيدُ حَرْثَ الدُّنْيَا نُؤْتِهِ مِنْهَا ("En wie de oogst van het wereldse leven wenst, hem geven Wij daarvan").

    Hij zegt: en wie met zijn handeling het wereldse leven wenst en daarvoor zwoegt en niet voor het hiernamaals, hem geven Wij daarvan datgene wat Wij hem ervan hebben toebedeeld.

    En overeenkomstig hetgeen wij hierover hebben gezegd, hebben de mensen van de uitleg (ahl al-taʾwīl) gesproken.

    Vermelding van wie dat gezegd heeft:

    Muḥammad ibn Saʿd heeft mij verteld, hij zei: mijn vader heeft mij verteld, hij zei: mijn oom heeft mij verteld, hij zei: mijn vader heeft mij verteld, op gezag van zijn vader, op gezag van Ibn ʿAbbās, over Zijn woord: مَنْ كَانَ يُرِيدُ حَرْثَ الآخِرَةِ نَزِدْ لَهُ فِي حَرْثِهِ ("Wie de oogst van het hiernamaals wenst, voor hem zullen Wij zijn oogst vermeerderen")... tot aan وَمَا لَهُ فِي الآخِرَةِ مِنْ نَصِيبٍ ("en hij heeft geen aandeel in het hiernamaals"). Hij zei: Hij zegt: wie slechts voor het wereldse leven handelt, hem geven Wij daarvan.

    Bishr heeft ons verteld, hij zei: Yazīd heeft ons verteld, hij zei: Saʿīd heeft ons verteld, op gezag van Qatāda: مَنْ كَانَ يُرِيدُ حَرْثَ الآخِرَةِ نَزِدْ لَهُ فِي حَرْثِهِ وَمَنْ كَانَ يُرِيدُ حَرْثَ الدُّنْيَا ("Wie de oogst van het hiernamaals wenst, voor hem zullen Wij zijn oogst vermeerderen, en wie de oogst van het wereldse leven wenst")... het vers. Hij zei: wie zijn wereldse leven boven zijn hiernamaals verkoos, voor hem zullen Wij in het hiernamaals geen aandeel maken, behalve het Vuur, en Wij vermeerderen hem daarmee niets uit het wereldse leven, behalve een levensonderhoud dat reeds afgehandeld is en hem toebedeeld is.

    Yūnus heeft mij verteld, hij zei: Ibn Wahb heeft ons bericht, hij zei: Ibn Zayd zei over Zijn woord: مَنْ كَانَ يُرِيدُ حَرْثَ الآخِرَةِ نَزِدْ لَهُ فِي حَرْثِهِ ("Wie de oogst van het hiernamaals wenst, voor hem zullen Wij zijn oogst vermeerderen"): hij zei: wie het hiernamaals en de handeling daarvoor wenst, voor hem zullen Wij zijn handeling vermeerderen. وَمَنْ كَانَ يُرِيدُ حَرْثَ الدُّنْيَا نُؤْتِهِ مِنْهَا ("En wie de oogst van het wereldse leven wenst, hem geven Wij daarvan")... tot aan het einde van het vers. Hij zei: wie het wereldse leven en de handeling daarvoor wenste, hem hebben Wij daarvan gegeven, en Wij hebben voor hem in het hiernamaals geen aandeel gemaakt. De "oogst" (ḥarth) is de handeling: wie voor het hiernamaals handelt, hem geeft Allah, en wie voor het wereldse leven handelt, hem geeft Allah.

    Muḥammad heeft mij verteld, hij zei: Aḥmad heeft ons verteld, hij zei: Asbāṭ heeft ons verteld, op gezag van al-Suddī, over Zijn woord: مَنْ كَانَ يُرِيدُ حَرْثَ الآخِرَةِ نَزِدْ لَهُ فِي حَرْثِهِ ("Wie de oogst van het hiernamaals wenst, voor hem zullen Wij zijn oogst vermeerderen"). Hij zei: wie de handeling voor het hiernamaals wenst, voor hem zullen Wij zijn handeling vermeerderen.

    En over Zijn woord: وَمَا لَهُ فِي الآخِرَةِ مِنْ نَصِيبٍ ("en hij heeft geen aandeel in het hiernamaals"). Hij zei: voor de ongelovige (kāfir) is er een pijnlijke bestraffing (ʿadhāb).

    Toon originele Arabische tekst
    ( مَنْ كَانَ يُرِيدُ حَرْثَ الآخِرَةِ نـزدْ لَهُ فِي حَرْثِهِ ) يقول تعالى ذكره: من كان يريد بعمله الآخرة نـزد له في حرثه: يقول: نـزد له في عمله الحسن, فنجعل له بالواحدة عشرا, إلى ما شاء ربنا من الزيادة ( وَمَنْ كَانَ يُرِيدُ حَرْثَ الدُّنْيَا نُؤْتِهِ مِنْهَا ) يقول: ومن كان يريد بعمله الدنيا ولها يسعى لا للآخرة, نؤته منها ما قسمنا له منها. وبنحو الذي قلنا في ذلك قال أهل التأويل. * ذكر من قال ذلك: حدثني محمد بن سعد, قال: ثني أبي, قال: ثني عمي, قال: ثني أبي, عن أبيه, عن ابن عباس, قوله: ( مَنْ كَانَ يُرِيدُ حَرْثَ الآخِرَةِ نـزدْ لَهُ فِي حَرْثِهِ )... إلى ( وَمَا لَهُ فِي الآخِرَةِ مِنْ نَصِيبٍ ) قال: يقول: من كان إنما يعمل للدنيا نؤته منها. حدثنا بشر, قال: ثنا يزيد, قال: ثنا سعيد, عن قتادة ( مَنْ كَانَ يُرِيدُ حَرْثَ الآخِرَةِ نـزدْ لَهُ فِي حَرْثِهِ وَمَنْ كَانَ يُرِيدُ حَرْثَ الدُّنْيَا ) .... الآية, يقول: من آثر دنياه على آخرته لم نجعل له نصيبا في الآخرة إلا النار, ولم نـزده بذلك من الدنيا شيئا إلا رزقا قد فرغ منه وقسم له. حدثني يونس, قال: أخبرنا ابن وهب, قال: قال ابن زيد, في قوله: ( مَنْ كَانَ يُرِيدُ حَرْثَ الآخِرَةِ نـزدْ لَهُ فِي حَرْثِهِ ) قال: من كان يريد الآخرة وعملها نـزد له في عمله ( وَمَنْ كَانَ يُرِيدُ حَرْثَ الدُّنْيَا نُؤْتِهِ مِنْهَا )... إلى آخر الآية, قال: من أراد الدنيا وعملها آتيناه منها, ولم نجعل له في الآخرة من نصيب, الحرث العمل, من عمل للآخرة أعطاه الله, ومن عمل للدنيا أعطاه الله. حدثني محمد, قال: ثنا أحمد, قال: ثنا أسباط, عن السديّ, قوله: ( مَنْ كَانَ يُرِيدُ حَرْثَ الآخِرَةِ نـزدْ لَهُ فِي حَرْثِهِ ) قال: من كان يريد عمل الآخرة نـزد له في عمله. وقوله: ( وَمَا لَهُ فِي الآخِرَةِ مِنْ نَصِيبٍ ) قال: للكافر عذاب أليم.