Tafseer van De Vrouwen · An-Nisaa · 4:82
Denken zij dan niet na over de Koran? En wanneer (die) niet van bij Allah geweest was, dan zouden zij daarin veel tegestrijdigs vinden.
Het woord over de uitleg van Zijn uitspraak: Overpeinzen zij de Koran dan niet? En als hij van een ander dan Allah afkomstig was geweest, dan zouden zij daarin veel tegenstrijdigheid hebben aangetroffen (4:82).
Abū Jaʿfar zei: Hij, verheven is Zijn lof, bedoelt met Zijn uitspraak: "Overpeinzen zij de Koran dan niet?": overpeinzen zij die in de nacht iets anders beramen dan wat zij tegen jou zeggen, o Mohammed, niet het Boek van Allah, zodat zij het bewijs van Allah tegen hen zouden kennen aangaande het gehoorzamen van jou en het volgen van jouw bevel, en dat wat jij hun hebt gebracht van de openbaring van bij hun Heer is, vanwege de samenhang van de betekenissen ervan, de onderlinge overeenstemming van de bepalingen ervan, en het feit dat de ene passage de andere ondersteunt door bevestiging, en de ene passage voor de andere getuigt door waarmaking — want indien dat van een ander dan Allah afkomstig was geweest, dan zouden de bepalingen ervan onderling verschillen, de betekenissen ervan elkaar tegenspreken, en zou de ene passage het bederf van de andere blootleggen, zoals:
9987 — Bishr ibn Muʿādh heeft ons verteld, hij zei: Yazīd heeft ons verteld, hij zei: Saʿīd heeft ons verteld, op gezag van Qatāda, zijn uitspraak: "Overpeinzen zij de Koran dan niet? En als hij van een ander dan Allah afkomstig was geweest, dan zouden zij daarin veel tegenstrijdigheid hebben aangetroffen", dat wil zeggen: de uitspraak van Allah is niet tegenstrijdig, en zij is waar; daarin is geen valsheid. En voorwaar, de uitspraak van de mensen is tegenstrijdig.
9988 — Yūnus heeft mij verteld, hij zei: Ibn Wahb heeft ons bericht, hij zei: Ibn Zayd zei: voorwaar, de Koran logenstraft niet de ene passage de andere, en de ene passage spreekt niet de andere tegen. Wat de mensen ook niet begrijpen van een zaak, dat komt slechts door het tekortschieten van hun verstand en hun onwetendheid! En hij reciteerde: "En als hij van een ander dan Allah afkomstig was geweest, dan zouden zij daarin veel tegenstrijdigheid hebben aangetroffen". Hij zei: het is dus een plicht voor de gelovige dat hij zegt: Alles is van bij Allah, en dat hij gelooft in het meerduidige (mutashābih), en dat hij niet de ene passage tegen de andere uitspeelt. En wanneer hij een zaak niet begrijpt en niet weet (hoe deze te duiden), dat hij dan zegt: "Dat wat Allah heeft gezegd is waar", en dat hij erkent dat Allah, verheven is Hij, geen uitspraak doet en deze vervolgens tenietdoet. Het past dat hij gelooft in de waarheid van wat van Allah is gekomen.
9989 — Yaḥyā ibn Abī Ṭālib heeft mij verteld, hij zei: Yazīd heeft ons verteld, hij zei: Juwaybir heeft ons bericht, op gezag van al-Ḍaḥḥāk, zijn uitspraak: "Overpeinzen zij de Koran dan niet?", hij zei: "overpeinzen" (yatadabbarūn) betekent: het beschouwen ervan.