Tafseer van De Vrouwen · An-Nisaa · 4:63
Zij zijn diegenen waarvan Allah weet zich wat in hun harten bevindt. Wendt je van hun (zonden) af en onderricht hen en spreekt tot hen indrukwekkende woorden.
De uitleg van Zijn woord: أُولَئِكَ الَّذِينَ يَعْلَمُ اللَّهُ مَا فِي قُلُوبِهِمْ فَأَعْرِضْ عَنْهُمْ وَعِظْهُمْ وَقُلْ لَهُمْ فِي أَنْفُسِهِمْ قَوْلا بَلِيغًا (Dat zijn degenen van wie Allah weet wat zich in hun harten bevindt; wend je daarom van hen af, vermaan hen en spreek tot hen aangaande henzelf treffende woorden) (4:63).
Abū Jaʿfar zei: Verheven is Zijn lof, Hij bedoelt met Zijn woord "dat zijn degenen": dit zijn die hypocrieten (munāfiqūn) van wie Ik je de hoedanigheid heb beschreven, o Muḥammad = "Allah weet wat zich in hun harten bevindt" bij hun zich wenden tot de afgod (al-ṭāghūt) ter beslechting, en hun verlaten van het zich tot jou wenden ter beslechting, en hun zich van jou afkeren = aan hypocrisie (nifāq) en afdwaling, ook al zwoeren zij bij Allah: wij wilden niets dan goeddoen en verzoening = "wend je daarom van hen af en vermaan hen", Hij zegt: laat hen dus, bestraf hen niet in hun lichamen en lijven, maar vermaan hen door hen schrik aan te jagen voor de toorn van Allah die over hen mag neerdalen, en voor Zijn bestraffing die over hun woning mag neerkomen, en waarschuw hen voor het verafschuwde waarin zij verkeren, namelijk de twijfel aangaande de zaak van Allah en de zaak van Zijn boodschapper = "en spreek tot hen aangaande henzelf treffende woorden", Hij zegt: gelast hun de vrees voor Allah (taqwā) en het geloof in Hem en in Zijn boodschapper en in Zijn belofte en Zijn dreigement.