Tabari
Terug naar surah 4, ayah 30

Tafseer van De Vrouwen · An-Nisaa · 4:30

وَمَن يَفْعَلْ ذَٰلِكَ عُدْوَٰنًۭا وَظُلْمًۭا فَسَوْفَ نُصْلِيهِ نَارًۭا ۚ وَكَانَ ذَٰلِكَ عَلَى ٱللَّهِ يَسِيرًا

En wie dat op vijandige en onrechtvaardige wijze doet, zullen Wij in de Het werpen. En dat is voor Allah gemakkelijk.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    De uitleg van Zijn woord: wa-man yafʿal dhālika ʿudwānan wa-ẓulman fa-sawfa nuṣlīhi nāran wa-kāna dhālika ʿalā Allāhi yasīran (30) — (En wie dat doet uit vijandigheid en onrecht, hem zullen Wij in een Vuur doen branden, en dat is voor Allah gemakkelijk.) (30)

    Abū Jaʿfar [Ṭabarī] zei: De geleerden van de uitleg verschilden van mening over de betekenis van Zijn woord: "en wie dat doet uit vijandigheid".

    Sommigen van hen zeiden: De betekenis daarvan is: en wie zichzelf doodt — in de betekenis van: en wie zijn gelovige broeder doodt — "uit vijandigheid en onrecht, hem zullen Wij in een Vuur doen branden".

    Vermelding van wie dat heeft gezegd:

    9167 - Al-Qāsim heeft ons verteld, hij zei: al-Ḥusayn heeft ons verteld, hij zei: Ḥajjāj heeft mij verteld, op gezag van Ibn Jurayj, die zei: Ik zei tegen ʿAṭāʾ: Wat is jouw mening over Zijn woord: "en wie dat doet uit vijandigheid en onrecht, hem zullen Wij in een Vuur doen branden" — slaat dat op dit alles, of op Zijn woord: wa-lā taqtulū anfusakum (en doodt uzelf niet)? Hij zei: Veeleer op Zijn woord: wa-lā taqtulū anfusakum (en doodt uzelf niet).

    * * *

    Anderen zeiden: Veeleer is de betekenis daarvan: en wie doet wat Ik hem heb verboden vanaf het begin van deze surah tot aan Zijn woord: "en wie dat doet" — namelijk het huwelijk met haar met wie het huwelijk verboden is, het overtreden van Zijn grenzen, het onrechtmatig verteren van de bezittingen van de wezen, en het doden van de ziel wier doding verboden is, onrechtmatig en zonder recht.

    * * *

    Anderen zeiden: Veeleer is de betekenis daarvan: en wie het bezit van zijn moslimbroeder onrechtmatig verteert, zonder diens vrijwillige instemming, en zijn gelovige broeder onrechtmatig doodt, hem zullen Wij in een Vuur doen branden.

    * * *

    Abū Jaʿfar [Ṭabarī] zei: En het juiste van wat hierover gezegd kan worden is naar mijn mening dat men zegt: De betekenis ervan is: en wie doet wat Allah hem heeft verboden, vanaf Zijn woord: yā ayyuhā alladhīna āmanū lā yaḥillu lakum an tarithū al-nisāʾa karhan (O jullie die geloven, het is jullie niet toegestaan vrouwen tegen hun wil te erven) tot aan Zijn woord: "en wie dat doet" — namelijk het huwelijk met de verboden [vrouwen], het wederrechtelijk verhinderen van het [her]huwelijk van vrouwen wier verhindering verboden is, het op onrechtmatige wijze verteren van bezit, en het doden van een gelovige wiens doding verboden is — want dat alles behoort tot datgene waarvoor Allah aan degenen die het begaan bestraffing heeft beloofd.

    * * *

    Indien iemand zou zeggen: Wat heeft jou ervan weerhouden om Zijn woord "dat" te laten slaan op alles waarvoor Allah vanaf het begin van de surah bestraffing heeft aangekondigd?

    Het antwoord luidt: Mij heeft daarvan weerhouden dat elk afzonderlijk onderdeel daarvan reeds met de dreiging is verbonden, tot aan Zijn woord: ulāʾika aʿtadnā lahum ʿadhāban alīman (dezen — Wij hebben voor hen een pijnlijke bestraffing bereidgehouden); terwijl er na dat punt geen vermelding van bestraffing is voor wat Allah heeft verboden in de verzen die erop volgen, tot aan Zijn woord: "hem zullen Wij in een Vuur doen branden". Zo is het dat Zijn woord "en wie dat doet" eerder betrekking heeft op wat wij hebben gezegd — namelijk datgene wat niet met de dreiging was verbonden, met instemming van allen dat Allah, verheven is Hij, voor dat alles heeft gedreigd — dan dat het betrekking zou hebben op datgene waarvoor de dreiging reeds eerder, verbonden aan het verbod, was voorafgegaan.

    * * *

    Wat betreft Zijn woord "uit vijandigheid": daarmee bedoelt Hij een overschrijding van wat Allah hem heeft toegestaan, naar wat Hij hem heeft verboden — "en onrecht": dat wil zeggen, doordat hij dat deed zonder dat waartoe Allah toestemming had gegeven, en doordat hij zich begaf in wat Allah hem had verboden. En Zijn woord: "hem zullen Wij in een Vuur doen branden", zegt: Wij zullen hem doen binnengaan in een Vuur waarin hij gebrand wordt en daarin verbrandt — "en dat is voor Allah gemakkelijk": dat wil zeggen, het doen branden van degene die dat begaat in het Vuur en het verbranden van hem daarin is voor Allah licht en gemakkelijk, want hij is niet in staat zich tegen zijn Heer te verzetten tegen het kwaad dat Hij hem wil aandoen. Het is immers slechts moeilijk om de dreiging te volvoeren jegens degene die men bedreigt, wanneer degene die bedreigd is — wanneer men de uitvoering ervan beproeft — in staat is zich daaraan te onttrekken. Maar voor degene die zich in de greep van zijn bedreiger bevindt, is het gemakkelijk voor [die bedreiger] om zijn oordeel over hem te voltrekken en zijn dreiging jegens hem te volvoeren; geen zaak die Hij met hem voorheeft, is moeilijk voor Hem.

    Toon originele Arabische tekst
    القول في تأويل قوله : وَمَنْ يَفْعَلْ ذَلِكَ عُدْوَانًا وَظُلْمًا فَسَوْفَ نُصْلِيهِ نَارًا وَكَانَ ذَلِكَ عَلَى اللَّهِ يَسِيرًا (30) قال أبو جعفر: اختلف أهل التأويل في تأويل قوله: " ومن يفعل ذلك عدوانًا ". فقال بعضهم: معنى ذلك: ومن يقتل نفسه، بمعنى: ومن يقتل أخاه المؤمن =" عدوانًا وظلمًا فسوف نُصليه نارًا ". *ذكر من قال ذلك: 9167 - حدثنا القاسم قال، حدثنا الحسين قال، حدثني حجاج، عن ابن جريج قال: قلت لعطاء: أرأيتَ قوله: " ومن يفعل ذلكُ عدْوانًا وظلمًا فسوف نُصليه نارًا "، في كل ذلك، أو في قوله: وَلا تَقْتُلُوا أَنْفُسَكُمْ ؟ قال: بل في قوله: وَلا تَقْتُلُوا أَنْفُسَكُمْ . * * * وقال آخرون: بل معنى ذلك: ومن يفعل ما حرَّمته عليه من أول هذه السورة إلى قوله: " ومن يفعل ذلك " = من نكاح من حَرّمت نكاحه، وتعدِّي حدوده، وأكل أموال الأيتام ظلمًا، وقتل النفس المحرّم قتلها ظلمًا بغير حق. * * * وقال آخرون: بل معنى ذلك: ومن يأكل مالَ أخيه المسلم ظلمًا بغير طيب نفس منه، وَقَتل أخاه المؤمن ظلمًا، فسوف نصليه نارًا. * * * قال أبو جعفر: والصواب من القول في ذلك عندي أن يقال: معناه: ومن يفعل ما حرّم الله عليه، من قوله: يَا أَيُّهَا الَّذِينَ آمَنُوا لا يَحِلُّ لَكُمْ أَنْ تَرِثُوا النِّسَاءَ كَرْهًا إلى قوله: " ومن يفعل ذلك "، من نكاح المحرمات، وعضل المحرَّم عضلُها من النساء، وأكل المال بالباطل، وقتل المحرّم قتله من المؤمنين= لأنّ كلّ ذلك مما وعد الله عليه أهلَه العقوبة. * * * فإن قال قائل: فما منعك أن تجعل قوله: " ذلك "، معنيّا به جميع ما أوعدَ الله عليه العقوبة من أول السورة؟ قيل: منعني ذلك (39) أن كلّ فصْل من ذلك قد قُرِن بالوعيد، إلى قوله: أُولَئِكَ أَعْتَدْنَا لَهُمْ عَذَابًا أَلِيمًا ، (40) ولا ذكر للعقوبة من بعد ذلك على ما حرّم الله في الآي التي بعده إلى قوله: " فسوف نصليه نارًا ". فكان قوله: " ومن يفعل ذلك "، معنيًّا به ما قلنا، مما لم يُقرَن بالوعيد، مع إجماع الجميع على أنّ الله تعالى قد توعد على كل ذلك = (41) أولى من أن يكون معنيًّا به ما سلف فيه الوعيد بالنهي مقرونًا قبل ذلك. (42) * * * وأما قوله: " عدْوانًا "، فإنه يعني به تجاوزًا لما أباح الله له، إلى ما حرمه عليه =" وُظلمًا "، يعني: فعلا منه ذلك بغير ما أذن الله به، وركوبًا منه ما قد نهاه الله عنه (43) . وقوله: " فسوف نُصليه نارًا "، يقول: فسوف نُورده نارًا يصلَى بها فيحترق فيها (44) =" وكان ذلك على الله يسيرًا "، يعني: وكان إصلاءُ فاعل ذلك النارَ وإحراقه بها، على الله سَهْلا يسيرًا، لأنه لا يقدر على الامتناع على ربه مما أراد به من سوء. وإنما يصعب الوفاءُ بالوعيد لمن توعده، على من كان &; 8-232 &; إذا حاول الوفاءَ به قَدَر المتوعَّد من الامتناع منه. فأما من كان في قبضة مُوعِده، فيسيرٌ عليه إمضاءُ حكمه فيه، والوفاءُ له بوعيده، غيرُ عسير عليه أمرٌ أراده به. (45) ------------------- الهوامش : (39) في المطبوعة: "منع ذلك" ، والصواب من المخطوطة. (40) آخر الآية الثامنة عشرة من سورة النساء. (41) قوله: "أولى" خبر"كان" في قوله: "فكان قوله..." (42) هذه حجة واضحة ، وبرهان على حسن فهم أبي جعفر لمعاني القرآن ومقاصده. ونهج صحيح في ربط آيات الكتاب المبين ، قل أن تظفر بمثله في غير هذا التفسير. (43) انظر تفسير"العدوان" و"الظلم" فيما سلف من فهارس اللغة ، مادة"عدا" و"ظلم". (44) انظر تفسير"الإصلاء" فيما سلف: 27-29. (45) عند هذا الموضع ، انتهى الجزء السادس من مخطوطتنا ، وفي آخرها ما نصه: "نجز الجزء السادسُ من الكتاب ، بحمد الله تعالى وعونِه وحُسْنِ توفيقه. وصلى الله على سيدنا محمد وآله وصحبه وسلم. يتلوه في الجزء السابع إن شاء الله تعالى: القول في تأويل قوله: { إِنْ تَجْتَنِبُوا كَبَائِرَ مَا تُنْهَوْنَ عَنْهُ نُكَفِّرْ عَنْكُمْ سَيِّئَاتِكُمْ وَنُدْخِلْكُمْ مُدْخَلا كَرِيمًا } "وكان الفراغُ منه في بعض شهور سنة خمس عشرة وسبعمئة ، أحسَنَ اللهُ تَقَضِّيها وخاتمتها ، في خير وعافية بمنّه وكرمِهِ. غفر الله لِصاحبه ولكاتبه ولمؤلّفه ولجميع المسلمين. الحمد لله ربّ العالمين". ثم كتب كاتب تحته بخط مغربي ، ما نصه: "طالعه الفقير إليه سبحانه ، محمد بن محمود بن محمد بن حسين الجزائري الحنفي ، عفى عنهم بمنّه ، وأتمه بتاريخ ثاني شهر ربيع الأول من سنة تسع وثلاثين واثني عشر مئة. وصلى الله وسلم على سيدنا محمد وآله" وهذا الشيخ الجزائري الذي كتب هذه الخاتمة ، هو الذي مضت له تعليقة على مكان من التفسير ، أثبتها في مكانها في الجزء الخامس: 514 ، تعليق: 2. ثم بدأ الجزء السابع من مخطوطتنا ، وأوله: بسم الله الرحمن الرحيم رب أعن