Tafseer van De Vrouwen · An-Nisaa · 4:173
Maar wat betreft degenen die geloven en goede daden verrichten: Hij zal hun hun beloningen geven en meer van Zijn gunst geven. Maar degenen die hoogmoedig en arrogant zijn zal Hij dan straffen met een pijnlijke bestraffing en zij zullen zich buiten Allah gaan beschermer en geen helper vinden.
De uitleg van Zijn woord: "Wat betreft hen die geloven en goede daden verrichten — Hij zal hun hun beloningen ten volle geven en hun meer geven uit Zijn overvloed; en wat betreft hen die het versmaadden en zich hoogmoedig opstelden — Hij zal hen straffen met een pijnlijke bestraffing (ʿadhāb), en zij zullen voor zich, buiten Allah, geen beschermheer noch helper vinden" (4:173)
Abū Jaʿfar zei: De Verhevene bedoelt daarmee: Wat betreft de gelovigen die de eenheid van Allah erkennen, zich aan Hem onderwerpen door gehoorzaamheid, zich voor Hem verootmoedigen door dienstbaarheid, en goede daden verrichten — en dat is: dat zij voor hun Heer verschijnen terwijl zij in Hem en in Zijn boodschappers hebben geloofd en gehandeld hebben naar wat Zijn boodschappers hun van bij hun Heer gebracht hebben, door te doen wat Hij hun gebood en zich te onthouden van wat Hij hun gebood te mijden — "Hij zal hun hun beloningen ten volle geven", dat wil zeggen: Hij zal hun de vergelding voor hun goede daden volledig en compleet geven; "en hun meer geven uit Zijn overvloed", waarmee de Verhevene bedoelt: en Hij zal hun bovenop wat Hij hun beloofd heeft aan vergelding voor hun goede daden en de beloning daarvoor, meer geven aan gunst en toevoeging, waarvan Hij hun de omvang niet kenbaar heeft gemaakt en waarvan Hij hun het uiterste niet heeft afgebakend. En dat is omdat Allah aan ieder van Zijn gelovige dienaren die met één goede daad komt, het tienvoud daarvan aan beloning en vergelding beloofd heeft. Dat is dus de beloning van elke verrichter voor zijn goede daad onder de mensen van geloof, waarvan de omvang afgebakend is; en de toevoeging daarbovenop is een gunst van Allah aan hen, ook al is dat alles uit Zijn overvloed jegens Zijn dienaren. Behalve dat hetgeen Hij Zijn gelovige dienaren beloofd heeft volledig te geven, zodat Hij hun niets afdoet van de beloning voor hun goede daden, datgene is waarvan de omvang afgebakend is op tien; en de toevoeging daarbovenop is in omvang niet afgebakend, zodat Hij wie van Zijn schepselen Hij wil daarbovenop zoveel toevoegt als Hij wil, zonder dat er een vaste grens aan de omvang is waarop men kan staan.
* * *
En sommigen zeiden: De toevoeging gaat tot zevenhonderdvoud.
En anderen zeiden: tot tweeduizend.
Ik heb het meningsverschil van degenen die hierover van mening verschilden reeds eerder vermeld, op een wijze die het overbodig maakt het op deze plaats te herhalen.
* * *
En Zijn woord: "en wat betreft hen die het versmaadden en zich hoogmoedig opstelden", daarmee bedoelt Hij: en wat betreft hen die zich te groot achtten om voor Allah dienstbaarheid te erkennen en zich aan Hem te onderwerpen door gehoorzaamheid, en zich te hoogmoedig opstelden om zich te verootmoedigen voor Zijn goddelijkheid en Zijn aanbidding, en om het Heer-zijn en de eenheid aan Hem over te leveren; "Hij zal hen straffen met een pijnlijke bestraffing (ʿadhāb)", dat wil zeggen: een smartelijke bestraffing; "en zij zullen voor zich, buiten Allah, geen beschermheer noch helper vinden", dat wil zeggen: en degenen die Zijn aanbidding versmaadden en zich daarboven hoogmoedig opstelden zullen, wanneer Allah hen straft met Zijn pijnlijke bestraffing, voor zichzelf buiten Allah geen beschermheer vinden die hen van Zijn bestraffing redt en hen daaruit verlost; "noch een helper", dat wil zeggen: noch een helper die hen helpt en hen redt van hun Heer en met zijn kracht van hen afweert wat Hij van Zijn wraak over hen heeft laten neerkomen, zoals zij placht te doen jegens hen wanneer iemand anders uit de mensen van de wereld hen in de wereld met kwaad bejegende, door hen te helpen en voor hen op te komen.