Tabari
Terug naar surah 4, ayah 108

Tafseer van De Vrouwen · An-Nisaa · 4:108

يَسْتَخْفُونَ مِنَ ٱلنَّاسِ وَلَا يَسْتَخْفُونَ مِنَ ٱللَّهِ وَهُوَ مَعَهُمْ إِذْ يُبَيِّتُونَ مَا لَا يَرْضَىٰ مِنَ ٱلْقَوْلِ ۚ وَكَانَ ٱللَّهُ بِمَا يَعْمَلُونَ مُحِيطًا

Zij verbergen zich voor de mensen, maar zij (kunnen) zich niet voor Allah verbergen. En Hij is bij hen wanneer zij in het verborgene besluiten woorden (te zeggen) die Hij afkeurt. En Allah omvat alles wat zij doen.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    De uitleg van Zijn woord: هَا أَنْتُمْ هَؤُلاءِ جَادَلْتُمْ عَنْهُمْ فِي الْحَيَاةِ الدُّنْيَا فَمَنْ يُجَادِلُ اللَّهَ عَنْهُمْ يَوْمَ الْقِيَامَةِ أَمْ مَنْ يَكُونُ عَلَيْهِمْ وَكِيلا (4:109)

    (Zie, gij zijt het die voor hen hebt gepleit in het wereldse leven; maar wie zal voor hen pleiten bij Allah op de Dag der Opstanding, of wie zal hun zaakwaarnemer zijn?)

    Abū Jaʿfar zei: De Verhevene bedoelt met Zijn woord: "Zie, gij zijt het die voor hen hebt gepleit in het wereldse leven" — gij zijt degenen die hebben gepleit, o gij gezelschap dat pleitte ten gunste van de Banū Ubayriq — "in het wereldse leven". En de "hā" en de "mīm" in Zijn woord "voor hen (ʿanhum)" verwijzen naar de verraders.

    "Maar wie zal voor hen pleiten bij Allah" — Hij zegt: wie zal dan Allah voor hen bestrijden in een twistgeding — "op de Dag der Opstanding", dat wil zeggen: de Dag waarop de mensen uit hun graven opstaan voor hun verzameling, en het van hen afweren wat Allah met hen zal doen en waarmee Hij hen zal bestraffen. Hiermee wordt bedoeld: voorwaar, gij die deze verraders verdedigt — al verdedigt gij hen in dit voorbijgaande wereldse leven — zij zullen in het toekomstige Hiernamaals belanden bij Hem bij wie niemand hen zal verdedigen tegen de pijnlijke bestraffing (ʿadhāb) en de afschrikwekkende vergelding die hen zal treffen.

    Wat betreft Zijn woord: "of wie zal hun zaakwaarnemer zijn?" — daarmee bedoelt Hij: en wie is degene die voor deze verraders een zaakwaarnemer (wakīl) zal zijn op de Dag der Opstanding? Dat wil zeggen: en wie zal hun belangen behartigen in het twistgeding tegen hun Heer namens hen op de Dag der Opstanding?

    Wij hebben de betekenis van "de zaakwaarneming (al-wakāla)" reeds eerder uiteengezet, namelijk dat het het behartigen is van de zaak van degene voor wie men als zaakwaarnemer optreedt.

    Toon originele Arabische tekst
    القول في تأويل قوله : هَا أَنْتُمْ هَؤُلاءِ جَادَلْتُمْ عَنْهُمْ فِي الْحَيَاةِ الدُّنْيَا فَمَنْ يُجَادِلُ اللَّهَ عَنْهُمْ يَوْمَ الْقِيَامَةِ أَمْ مَنْ يَكُونُ عَلَيْهِمْ وَكِيلا (109) قال أبو جعفر: يعني جل ثناؤه بقوله: " ها أنتم هؤلاء جادلتم عنهم في الحياة الدنيا "، ها أنتم الذين جادلتم، (53) يا معشر من جادل عن بني أبيرق=" في الحياة الدنيا "= و " الهاء " و " الميم " في قوله: " عنهم " من ذكر الخائنين. =" فمن يجادل الله عنهم "، يقول: فمن ذا يخاصم الله عنهم=" يوم القيامة "، أي: يوم يقوم الناس من قبورهم لمحشرهم، (54) فيدافع عنهم ما الله فاعل بهم ومعاقبهم به. وإنما يعني بذلك: إنكم أيها المدافعون عن هؤلاء الخائنين أنفسهم، وإن دافعتم عنهم في عاجل الدنيا، فإنهم سيصيرون في آجل الآخرة إلى من لا يدافع عنهم عنده أحد فيما يحلُّ بهم من أليم العذاب ونَكال العقاب. = وأما قوله: " أم من يكون عليهم وكيلا "، فإنه يعني: ومن ذا الذي يكون على هؤلاء الخائنين وكيلا يوم القيامة= أي: ومن يتوكل لهم في خصومة ربهم عنهم يوم القيامة. * * * وقد بينا معنى: " الوكالة "، فيما مضى، وأنها القيام بأمر من توكل له. (55) ------------------- الهوامش : (53) انظر ما قاله: في"ها أنتم أولاء" و"ها أنتم هؤلاء" فيما سلف 7 : 150 ، 151. (54) انظر تفسير"يوم القيامة" فيما سلف 2 : 518 / 8 : 592. (55) انظر تفسير"الوكيل" فيما سلف 7 : 405 / 8 : 566.