Tafseer van De Groepen · Az-Zumar · 39:48
En er zullen voor hen slechte daden die zij hadden bedreven duidelijk worden en wat zij plachten te bespotten zal hen omsingelen.
De uitleg van de uitspraak van de Verhevene: وَبَدَا لَهُمْ سَيِّئَاتُ مَا كَسَبُوا وَحَاقَ بِهِمْ مَا كَانُوا بِهِ يَسْتَهْزِئُونَ (39:48) (En voor hen worden de slechte daden zichtbaar die zij verricht hebben, en datgene waarmee zij de spot dreven omsluit hen.)
De Verhevene, wiens lof verheven is, zegt: En voor deze polytheïsten (mushrikīn) worden op de Dag der Opstanding zichtbaar ( سَيِّئَاتُ مَا كَسَبُوا ) — de slechte daden die zij in deze wereld hebben verricht, wanneer hun hun boeken in hun linkerhanden worden gegeven. ( وَحَاقَ بِهِمْ مَا كَانُوا بِهِ يَسْتَهْزِئُونَ ) — en het wordt op dat moment over hen voltrokken, zodat hen de bestraffing van Allah (ʿadhāb) treft die de profeet van Allah ﷺ hun in deze wereld voor hun ongeloof in hun Heer had aangezegd, en waarmee zij de spot dreven, terwijl zij ontkenden dat dit hen zou treffen of bereiken — uit loochening daarvan hunnerzijds. En dit omsluit hen geheel.