Tafseer van Saad · Saad · 38:37
En (ook) de Satans, allen waren bouwers en duikers.
En Zijn woord ( وَالشَّيَاطِينَ كُلَّ بَنَّاءٍ وَغَوَّاصٍ ) ("en de duivels, elke bouwer en duiker"). De Verhevene, wiens gedachtenis verheven is, zegt: en Wij hebben de duivels aan hem dienstbaar gemaakt en hem macht over hen gegeven, in ruil voor datgene waarmee Wij hem beproefd hadden door wat Wij van hen op zijn troon hadden geworpen, zodat hij hen kon inzetten voor wat hij maar wilde van zijn werken, als bouwer en duiker. De bouwers onder hen vervaardigden gebedsnissen en beelden, en de duikers haalden voor hem de sieraden uit de zeeën op, en anderen hieuwen voor hem schalen en ketels uit; en de weerspannigen (al-marada) waren in ketenen aaneengeklonken.
Zoals Bishr ons heeft verteld, hij zei: Yazīd heeft ons verteld, hij zei: Saʿīd heeft ons verteld, op gezag van Qatāda: ( وَالشَّيَاطِينَ كُلَّ بَنَّاءٍ وَغَوَّاصٍ ), hij zei: zij maakten voor hem wat hij wilde aan gebedsnissen en beelden, en de duiker haalde de sieraden uit de zee op.