Tafseer van De in Rijen Geschaarden · As-Saaffaat · 37:57
En als er niet de genade van mijn Heer geweest was, dan zou ik zeker tot de voorgeleiden (voor de Hel) behoren.
En Zijn woorden: وَلَوْلا نِعْمَةُ رَبِّي لَكُنْتُ مِنَ الْمُحْضَرِينَ ("En ware het niet door de genade van mijn Heer, dan zou ik tot de voorgeleiden hebben behoord") betekent: Ware het niet dat Allah mij begenadigd heeft met Zijn leiding en met de geschiktheid tot het geloof (īmān) in de opstanding na de dood, dan zou ik samen met jou tot de voorgeleiden hebben behoord in de bestraffing (ʿadhāb) van Allah.
Zoals Bishr ons heeft verteld, hij zei: Yazīd heeft ons verteld, hij zei: Saʿīd heeft ons verteld, op gezag van Qatāda: لَكُنْتُ مِنَ الْمُحْضَرِينَ ("dan zou ik tot de voorgeleiden hebben behoord"), namelijk: in de bestraffing (ʿadhāb) van Allah.
Muḥammad ibn al-Ḥusayn heeft ons verteld, hij zei: Aḥmad heeft ons verteld, hij zei: Asbāṭ heeft ons verteld, op gezag van al-Suddī, over zijn woorden: لَكُنْتُ مِنَ المُحْضَرِينَ ("dan zou ik tot de voorgeleiden hebben behoord"), hij zei: tot de gestraften.