Tafseer van De in Rijen Geschaarden · As-Saaffaat · 37:53
Als wij dan al dood zijn, en tot aarde en beenderen zijn geworden, zullen wij dan zeker worden beoordeld?"'
Daarop wijst de uitspraak van Allah: aʾidhā mitnā wa-kunnā turāban wa-ʿiẓāman aʾinnā la-madīnūna ("wanneer wij gestorven zijn en stof en beenderen geworden zijn, zullen wij dan werkelijk geoordeeld worden?"). En dit is de juiste lezing volgens ons, waarvan afwijking niet toegestaan is, vanwege de consensus van de gezaghebbende reciteerders daarover.
En Zijn uitspraak aʾinnā la-madīnūna: Hij zegt: zullen wij werkelijk ter verantwoording geroepen en vergolden worden, nadat wij beenderen geworden zijn en ons vlees stof geworden is?
En in overeenstemming met wat wij hierover gezegd hebben, hebben de mensen van de uitleg (tafsīr) gesproken.
* Vermelding van wie dat zei:
Muḥammad ibn Saʿd heeft mij verteld, hij zei: mijn vader heeft mij verteld, hij zei: mijn oom heeft mij verteld, hij zei: mijn vader heeft mij verteld, op gezag van zijn vader, op gezag van Ibn ʿAbbās, over Zijn uitspraak aʾinnā la-madīnūna: hij zegt: zullen wij werkelijk vergolden worden voor de daad, zoals jij vergeldt zo word je vergolden.
Bishr heeft ons verteld, hij zei: Yazīd heeft ons verteld, hij zei: Saʿīd heeft ons verteld, op gezag van Qatāda, over Zijn uitspraak aʾinnā la-madīnūna: zullen wij werkelijk ter verantwoording geroepen worden.
Muḥammad ibn al-Ḥusayn heeft ons verteld, hij zei: Aḥmad ibn al-Mufaḍḍal heeft ons verteld, hij zei: Asbāṭ heeft ons verteld, op gezag van al-Suddī, aʾinnā la-madīnūna: ter verantwoording geroepen.