Tafseer van De in Rijen Geschaarden · As-Saaffaat · 37:182
En alle lof zij Allah, de Heer der Werelden.
وَالْحَمْدُ لِلَّهِ رَبِّ الْعَالَمِينَ ("En alle lof komt Allah toe, de Heer der werelden") — Hij, verheven is Zijn vermelding, zegt: en alle lof komt Allah toe, de Heer van de twee soorten schepselen (al-thaqalān), de djinn en de mensen, geheel en uitsluitend Hem, met uitsluiting van al het andere; want elke gunst die Zijn dienaren ten deel valt, komt van Hem. Dus de lof komt zuiver Hem toe, Hij heeft geen deelgenoot, zoals Hij ook geen deelgenoot heeft in Zijn gunsten aan hen; integendeel, die zijn alle van Hem afkomstig en van bij Hem.
(Einde van de uitleg van Surah al-Ṣāffāt)