Tafseer van De in Rijen Geschaarden · As-Saaffaat · 37:153
Heeft Hij dochters verkozen boven zonen?
De uitspraak over de uitleg van Zijn woord, de Verhevene: أَصْطَفَى الْبَنَاتِ عَلَى الْبَنِينَ (153) ("Heeft Hij de dochters verkozen boven de zonen?")
Hij, verheven is Zijn vermelding, zegt, terwijl Hij dezen die aan Allah dochters toeschrijven — de polytheïsten (mushrikīn) van Quraysh — berispt: Heeft أَصْطَفَى ("verkozen") Allah, o volk, الْبَنَاتِ عَلَى الْبَنِينَ ("de dochters boven de zonen")? De Arabieren plaatsten, wanneer zij de vraagvorm richtten op berisping, soms de vraag-alif en lieten die soms weg, zoals gezegd is: أَذْهَبْتُمْ طَيِّبَاتِكُمْ فِي حَيَاتِكُمُ الدُّنْيَا (met verkorting) ("Hebben jullie jullie goede dingen verbruikt in jullie wereldse leven") — men kan het als vraag opvatten en men kan het niet als vraag opvatten, en de betekenis is in beide gevallen één. Wanneer أَصْطَفَى الْبَنَاتِ niet als vraag wordt opgevat, valt de alif van "iṣṭafā" weg in de verbinding (waṣl), en begint men het met de kasra; wanneer het wel als vraag wordt opgevat, wordt de alif met fatḥa uitgesproken en afgesneden (qaṭʿ).
Van sommige inwoners van Medina is overgeleverd dat hij dit las met weglating van de vraagvorm en met verbinding. Wat de reciteerders van Kufa en Basra betreft, zij houden zich hierbij aan zijn lezing met de vraagvorm en met de fatḥa van de alif in alle gevallen, en dat is de lezing die wij verkiezen vanwege de eensgezindheid (ijmāʿ) van de gezaghebbende reciteerders daarover.