Tafseer van Yaa-Sien · Yaseen · 36:43
En als Wij willen, dan doen Wij hen verdrinken en dan zal er geen helper voor hen zijn, en zij zullen niet worden gered.
Zijn uitspraak ( وَإِنْ نَشَأْ نُغْرِقْهُمْ فَلا صَرِيخَ لَهُمْ ) — "En als Wij willen, verdrinken Wij hen, en dan is er geen redder voor hen" — betekent: de Verhevene zegt: en als Wij willen, verdrinken Wij deze polytheïsten (mushrikīn) wanneer zij het schip op zee bestijgen ( فَلا صَرِيخَ لَهُمْ ) — Hij zegt: dan is er geen helper voor hen, wanneer Wij hen verdrinken, die hen te hulp komt en hen van de verdrinking redt.
Zoals Bishr ons heeft verteld, hij zei: Yazīd heeft ons verteld, hij zei: Saʿīd heeft ons verteld, op gezag van Qatāda ( وَإِنْ نَشَأْ نُغْرِقْهُمْ فَلا صَرِيخَ لَهُمْ ), dat wil zeggen: er is geen helper.
En Zijn uitspraak ( وَلا هُمْ يُنْقَذُونَ ) — "En zij worden ook niet gered" — betekent: en niets redt hen van de verdrinking, indien Wij hen in de zee verdrinken, behalve dat Wij hén redden, uit barmhartigheid van Onze kant jegens hen, en hen daaruit verlossen.