Tabari
Terug naar surah 34, ayah 35

Tafseer van Saba · Saba · 34:35

وَقَالُوا۟ نَحْنُ أَكْثَرُ أَمْوَٰلًۭا وَأَوْلَٰدًۭا وَمَا نَحْنُ بِمُعَذَّبِينَ

En zij zeiden: "Wij hebben meer bezittingen en kinderen en wij zullen niet worden bestraft."

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    De uitleg van de uitspraak van de Verhevene: وَقَالُوا نَحْنُ أَكْثَرُ أَمْوَالا وَأَوْلادًا وَمَا نَحْنُ بِمُعَذَّبِينَ (34:35) (En zij zeiden: Wij hebben meer bezittingen en kinderen, en wij zullen niet bestraft worden.)

    De Verhevene, wiens vermelding verheven is, zegt: En de mensen van hoogmoed jegens Allah, uit iedere stad waarin Wij een waarschuwer onder Onze profeten en boodschappers zonden, zeiden: Wij hebben meer bezittingen en kinderen, en wij zullen in het Hiernamaals niet bestraft worden, want indien Allah niet tevreden was geweest met de geloofsleer en de daden waarin wij verkeren, dan zou Hij ons geen bezittingen en kinderen hebben geschonken, en ons geen ruime voorziening hebben verleend; Hij heeft ons slechts gegeven wat Hij ons daarvan gegeven heeft uit tevredenheid met onze daden, en Hij heeft ons begunstigd boven anderen vanwege onze voortreffelijkheid en onze nabijheid bij Hem.

    Toon originele Arabische tekst
    القول في تأويل قوله تعالى : وَقَالُوا نَحْنُ أَكْثَرُ أَمْوَالا وَأَوْلادًا وَمَا نَحْنُ بِمُعَذَّبِينَ (35) يقول تعالى ذكره: وقال أهل الاستكبار على الله من كل قرية أرسلنا فيها نذيرًا لأنبيائنا ورسلنا: نحن أكثر أموالا وأولادًا وما نحن في الآخرة بمعذبين لأن الله لو لم يكن راضيًا ما نحن عليه من الملة والعمل لم يخولنا الأموال والأولاد، ولم يبسط لنا في الرزق، وإنما أعطانا ما أعطانا من ذلك لرضاه أعمالنا، وآثرنا بما آثرنا على غيرنا لفضلنا، وزلفة لنا عنده.