Tafseer van Saba · Saba · 34:26
Zeg. "Onze Heer zal ons bijeenbrengen, daarna zal Hij tussen ons oordelen volgens de Waarheid." En Hij is de Oordelaar, de Kenner.
Bishr heeft ons verteld, hij zei: Yazīd heeft ons verteld, hij zei: Saʿīd heeft ons verteld, op gezag van Qatāda, over Zijn woord (قُلْ يَجْمَعُ بَيْنَنَا رَبُّنَا) (Zeg: Onze Heer zal ons bijeenbrengen): op de Dag der Opstanding. (ثُمَّ يَفْتَحُ بَيْنَنَا) (daarna zal Hij tussen ons oordelen), dat wil zeggen: Hij zal tussen ons rechtspreken.
ʿAlī heeft mij verteld, hij zei: Abū Ṣāliḥ heeft ons verteld, hij zei: Muʿāwiya heeft mij verteld, op gezag van ʿAlī, op gezag van Ibn ʿAbbās, over Zijn woord (وَهُوَ الْفَتَّاحُ الْعَلِيمُ) (en Hij is de Rechtspreker, de Alwetende), hij zegt: de Rechter (al-qāḍī).