Tabari
Terug naar surah 33, ayah 68

Tafseer van De Bondgenoten · Al-Ahzaab · 33:68

رَبَّنَآ ءَاتِهِمْ ضِعْفَيْنِ مِنَ ٱلْعَذَابِ وَٱلْعَنْهُمْ لَعْنًۭا كَبِيرًۭا

Onze Heer, tref hen met het dubbele van de bestraffing en vervloek hen met een grote vervloeking."

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    رَبَّنَا آتِهِمْ ضِعْفَينِ مِنَ الْعَذَابِ (Onze Heer, geef hun het dubbele van de bestraffing). Hij zegt: bestraf hen met een bestraffing die het dubbele is van de bestraffing waarmee U ons bestraft. وَالْعَنْهُمْ لَعْنًا كَبِيرًا (en vervloek hen met een grote vervloeking). Hij zegt: en verneder hen met een grote vernedering.

    En in overeenstemming met wat wij hierover gezegd hebben, hebben de uitleggers gesproken.

    * Vermelding van wie dat gezegd heeft:

    Bishr heeft ons verteld, hij zei: Yazīd heeft ons verteld, hij zei: Saʿīd heeft ons verteld, op gezag van Qatāda, over Zijn uitspraak رَبَّنَا إِنَّا أَطَعْنَا سَادَتَنَا وَكُبَرَاءَنَا (Onze Heer, voorwaar, wij hebben onze leiders en onze groten gehoorzaamd), dat wil zeggen: onze aanvoerders in het kwaad en de afgoderij (shirk).

    Yūnus heeft mij verteld, hij zei: Ibn Wahb heeft ons bericht, hij zei: Ibn Zayd zei over Zijn uitspraak إِنَّا أَطَعْنَا سَادَتَنَا وَكُبَرَاءَنَا (voorwaar, wij hebben onze leiders en onze groten gehoorzaamd). Hij zei: zij zijn de hoofden van de gemeenschappen die hen lieten dwalen. Hij zei: "onze leiders" (sādatanā) en "onze groten" (kubarāʾanā) zijn één en hetzelfde. De meeste recitatoren van de steden lazen سَادَتَنا (sādatanā, enkelvoudig collectief), terwijl van al-Ḥasan al-Baṣrī overgeleverd is سَادَاتِنا (sādātinā) in het meervoud. De enkelvoudsvorm daarin is volgens ons de lezing, vanwege de eensgezindheid van het gezaghebbende bewijs van de recitatoren daarover.

    Zij verschilden in de lezing van Zijn uitspraak لَعْنًا كَبِيرًا (een grote vervloeking). De meeste recitatoren van de steden lazen dat met de thāʾ: كَثِيرًا (kathīran, veelvuldig), afgeleid van veelheid, met uitzondering van ʿĀṣim, want hij las het لَعْنًا كَبِيرًا (kabīran, groot), afgeleid van grootheid. De lezing daarin is volgens ons met de thāʾ, vanwege de eensgezindheid van het gezaghebbende bewijs van de recitatoren daarover.

    Toon originele Arabische tekst
    (رَبَّنَا آتِهِمْ ضِعْفَينِ مِنَ الْعَذَابِ) يقول: عذبهم من العذاب مثلي عذابنا الذي تعذبنا(وَالْعَنْهُمْ لَعْنًا كَبِيرًا) يقول: واخزهم خزيًا كبيرًا. وبنحو الذي قلنا في ذلك قال أهل التأويل. * ذكر من قال ذلك: حدثنا بشر قال ثنا يزيد قال ثنا سعيد عن قتادة قوله ( رَبَّنَا إِنَّا أَطَعْنَا سَادَتَنَا وَكُبَرَاءَنَا ) أي: رءوسنا في الشر والشرك. حدثني يونس قال أخبرنا ابن وهب قال قال ابن زيد في قوله (إِنَّا أَطَعْنَا سَادَتَنَا وَكُبَرَاءَنَا) قال: هم رءوس الأمم الذين أضلوهم، قال: سادتنا وكبراءنا واحد. وقرأت عامة قراء الأمصار (سَادَتَنا) وروي عن الحسن البصري (سَادَاتِنا) على الجمع، والتوحيد في ذلك هي القراءة عندنا؛ لإجماع الحجة من القراء عليه. واختلفوا في قراءة قوله (لَعْنًا كَبِيرًا) فقرأت ذلك عامة قراء الأمصار بالثاء (كَثِيرًا) من الكثرة، سوى عاصم فإنه قرأه (لَعْنًا كَبِيرًا) من الكبر. والقراءة في ذلك عندنا بالثاء لإجماع الحجة من القراء عليها.