Tabari
Terug naar surah 31, ayah 25

Tafseer van Loeqmaan · Luqman · 31:25

وَلَئِن سَأَلْتَهُم مَّنْ خَلَقَ ٱلسَّمَٰوَٰتِ وَٱلْأَرْضَ لَيَقُولُنَّ ٱللَّهُ ۚ قُلِ ٱلْحَمْدُ لِلَّهِ ۚ بَلْ أَكْثَرُهُمْ لَا يَعْلَمُونَ

En als jij hun vraagt wie de hemelen en de aardde geschapen heeft, dan zeggen zij zeker: "Allah." Zeg: "Alle lof zij Allah." Maar de meesten van hen weten het niet.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    De uitleg van de uitspraak van de Verhevene: En als jij hun zou vragen wie de hemelen en de aarde heeft geschapen, zouden zij zeker zeggen: "Allah." Zeg: "Alle lof komt Allah toe." Maar de meesten van hen weten het niet (31:25).

    De Verhevene, wiens lof verheven is, zegt: en als jij, o Muḥammad, deze polytheïsten (mushrikīn) tegenover Allah uit jouw volk zou vragen: Wie heeft de hemelen en de aarde geschapen, zouden zij zeker zeggen: "Allah." Zeg: "Alle lof komt Allah toe." De Verhevene, wiens lof verheven is, zegt tot Zijn profeet Muḥammad: wanneer zij dat zeggen, zeg dan tot hen: alle lof komt Allah toe, die dat heeft geschapen, niet aan hem die niets schept terwijl zij zelf geschapen worden. Vervolgens zei de Verhevene, wiens lof verheven is: Maar de meesten van hen weten het niet. Hij zegt: maar de meesten van deze polytheïsten weten niet aan wie de lof toekomt, en waar de plaats van de dankbaarheid is.

    Toon originele Arabische tekst
    القول في تأويل قوله تعالى : وَلَئِنْ سَأَلْتَهُمْ مَنْ خَلَقَ السَّمَاوَاتِ وَالأَرْضَ لَيَقُولُنَّ اللَّهُ قُلِ الْحَمْدُ لِلَّهِ بَلْ أَكْثَرُهُمْ لا يَعْلَمُونَ (25) يقول تعالى ذكره: ولئن سألت يا محمد هؤلاء المشركين بالله من قومك (مَنْ خَلَقَ السَّمَاوَاتِ والأرْضَ لَيَقُولُنَّ اللهُ قُلِ الحَمْدُ لله) يقول تعالى ذكره لنبيه محمد، فإذا &; 20-151 &; قالوا ذلك، فقل لهم: الحمد لله الذي خلق ذلك، لا لمن لا يخلق شيئا وهم يخلقون، ثم قال تعالى ذكره: (بَلْ أكْثرُهُمْ لا يعْلَمون) يقول: بل أكثر هؤلاء المشركون لا يعلمون من الذي له الحمد، وأين موضع الشكر.