Tabari
Terug naar surah 30, ayah 38

Tafseer van De Romeinen · Ar-Room · 30:38

فَـَٔاتِ ذَا ٱلْقُرْبَىٰ حَقَّهُۥ وَٱلْمِسْكِينَ وَٱبْنَ ٱلسَّبِيلِ ۚ ذَٰلِكَ خَيْرٌۭ لِّلَّذِينَ يُرِيدُونَ وَجْهَ ٱللَّهِ ۖ وَأُو۟لَٰٓئِكَ هُمُ ٱلْمُفْلِحُونَ

Geeft dan de verwant zijn recht, en de behoeftige en de reiziger (zonder proviand). Dat is beter voor degenen die het welbehagen van Allah wensen. En zij zijn degenen die de welslagenden zijn.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    De uitleg van de uitspraak van de Verhevene: Geef dan de verwant zijn recht, en de behoeftige en de reiziger; dat is beter voor hen die het aangezicht van Allah begeren, en zij zijn het die welslagen (38).

    De Verhevene, wiens gedachtenis verheven is, zegt tot Zijn Profeet Mohammed ﷺ: geef dan, o Mohammed, aan wie van uw verwanten is zijn recht dat hem van u toekomt aan onderhoud van de bloedband en weldadigheid, en aan de behoeftige (al-miskīn) en de reiziger (ibn al-sabīl) wat Allah hun daarin heeft voorgeschreven.

    Zoals ons Ibn Wakīʿ heeft verteld, hij zei: Ghundar heeft ons verteld, op gezag van ʿAwf, op gezag van al-Ḥasan: Geef dan de verwant zijn recht, en de behoeftige en de reiziger. Hij zei: het is dat gij hun hun recht ten volle geeft indien gij in voorspoed verkeert; en indien gij niets bezit, zeg hun dan een vriendelijk woord; spreek hun het goede toe.

    En Zijn uitspraak: dat is beter voor hen die het aangezicht van Allah begeren. De Verhevene, wiens gedachtenis verheven is, zegt: het geven aan dezen van hun rechten die Allah Zijn dienaren heeft opgelegd, is beter voor hen die met dat geven Allah begeren. En zij zijn het die welslagen — hij zegt: en wie dat doet terwijl hij daarmee het aangezicht van Allah nastreeft, zij zijn het die slagen, die hun verlangens bij Allah verkrijgen, die het winnen wat zij nastreefden en zochten door aan hen te geven wat zij gaven.

    Toon originele Arabische tekst
    القول في تأويل قوله تعالى : فَآتِ ذَا الْقُرْبَى حَقَّهُ وَالْمِسْكِينَ وَابْنَ السَّبِيلِ ذَلِكَ خَيْرٌ لِلَّذِينَ يُرِيدُونَ وَجْهَ اللَّهِ وَأُولَئِكَ هُمُ الْمُفْلِحُونَ (38) يقول تعالى ذكره لنبيه محمد صلى الله عليه وسلم: فأعط يا محمد ذا القرابة منك حقه عليك من الصلة والبرّ، والمسكين وابن السبيل، ما فرض الله لهما في ذلك. كما حدثنا ابن وكيع، قال: ثنا غندر، عن عوف، عن الحسن (فآت ذَا القُرْبَى حَقَّهُ وَالمِسكينَ وَابْنَ السَّبِيلِ) قال: هو أن توفيهم حقهم إن كان عند يسر، وإن لم يكن عندك؛ فقل لهم قولا ميسورا، قل لهم الخير. وقوله: ( ذَلِكَ خَيْرٌ لِلَّذِينَ يُرِيدُونَ وَجْهَ اللَّهِ ) يقول تعالى ذكره: إيتاء هؤلاء حقوقهم التي ألزمها الله عباده، خير للذين يريدون الله بإتيانهم ذلك (وأُولَئِكَ هُمُ المُفْلِحُونَ) يقول: ومن يفعل ذلك مبتغيا وجه الله به، فأولئك هم المنجحون، المدركون طلباتهم عند الله، الفائزون بما ابتغوا والتمسوا بإيتائهم إياهم ما آتوا.