Tafseer van De Familie van Imraan · Aal-i-Imraan · 3:80
En Hij beveelt, jullie niet de Engelen en de Profeten als Heren te nemen. Zou Hij jullie opdragen ongelovig te zijn, nadat jullie je overgegeven hebben?
De uitleg van Zijn woord: "En hij beveelt jullie niet dat jullie de engelen en de profeten tot heren nemen. Zou hij jullie het ongeloof bevelen nadat jullie moslims zijn geworden?" (3:80).
Abū Jaʿfar zei: De lezers (al-qurrāʾ) verschilden van mening over de lezing van Zijn woord: "en hij beveelt jullie niet (wa-lā yaʾmurakum)".
De meeste lezers van de Ḥijāz en Medina lazen het: (wa-lā yaʾmurukum), met de nominatief, als een nieuw begin van Allah met het bericht over de Profeet ﷺ, namelijk dat hij jullie niet, o mensen, beveelt dat jullie de engelen en de profeten tot heren nemen. En de lezers daarvan voerden als bewijs daarvoor een lezing aan die zij overleverden van Ibn Masʿūd, dat hij het placht te lezen, namelijk: ("wa-lan yaʾmurakum"); zij leidden uit het binnenkomen van "lan" af dat de zin afgesneden is van wat eraan voorafgaat, en dat het een nieuw, hervat bericht inleidt. Zij zeiden: aangezien in onze lezing op de plaats van "lan" "lā" is gesteld, is de lezing ervan met de nominatief verplicht.
* * *
En sommige Koefanen en Basranen lazen het: (wa-lā yaʾmurakum), met de naṣb (accusatief) op de "rāʾ", in coördinatie met Zijn woord: "vervolgens tot de mensen zou zeggen (thumma yaqūla lil-nās)". En de uitleg daarvan was bij hen: het past een mens niet dat Allah hem het Boek geeft, en dat hij vervolgens tot de mensen zou zeggen, noch dat hij jullie zou bevelen = met de betekenis: noch dat het hem toekwam dat hij jullie zou bevelen dat jullie de engelen en de profeten tot heren nemen.
* * *
Abū Jaʿfar zei: En de meest juiste van de twee lezingen daarin is: "wa-lā yaʾmurakum", met de naṣb, in verband met wat eraan voorafgaat, met de betekenis: het past een mens niet dat Allah hem het Boek, de wijsheid en het profeetschap geeft, en dat hij vervolgens tot de mensen zou zeggen: weest dienaren van mij naast Allah = noch dat hij jullie zou bevelen dat jullie de engelen en de profeten tot heren nemen. Want het vers werd neergezonden naar aanleiding van het volk dat tot de Boodschapper van Allah ﷺ zei: "Wil jij dat wij jou aanbidden?" Toen berichtte Allah, verheven is Zijn lof, hun dat het Zijn profeet ﷺ niet toekomt dat hij de mensen tot de aanbidding van hemzelf oproept, noch tot het nemen van de engelen en de profeten tot heren. Maar wat hem wel toekomt, is: dat hij hen oproept om godgeleerden (rabbāniyyīn) te zijn.
* * *
Wat betreft datgene wat degene die het met de nominatief las, beweerde, namelijk dat het in de lezing van ʿAbd Allāh "wa-lan yaʾmurakum" is, als bewijs voor de juistheid van zijn lezing met de nominatief: dat is een bericht waarvan de keten (sanad) niet authentiek is. Het is slechts een bericht dat Ḥajjāj overleverde, op gezag van Hārūn al-Aʿwar, dat het in de lezing van ʿAbd Allāh zo is. En al was dat een bericht met een authentieke keten geweest, dan zou daarin voor wie zich erop beroept geen bewijs liggen. Want wat in zijn juistheid vaststaat van de lezing uit het Boek dat de moslims als erfenis van hun profeet ﷺ hebben overgeleverd, mag niet verlaten worden omwille van een uitleg gebaseerd op een lezing die aan sommige van de metgezellen wordt toegeschreven, langs een overlevering waarin fout en vergissing in het overdragen mogelijk zijn.
* * *
Abū Jaʿfar zei: De uitleg van het vers is dan: En het kwam de Profeet niet toe dat hij jullie, o mensen, beveelt "dat jullie de engelen en de profeten tot heren nemen" = waarmee bedoeld worden: goden die naast Allah aanbeden worden =, zoals het hem niet toekomt om tot hen te zeggen: weest dienaren van mij naast Allah.
* * *
Vervolgens zei Allah, verheven is Zijn lof, = ontkennend van Zijn profeet ﷺ dat hij Zijn dienaren dat zou bevelen =: "Zou hij jullie het ongeloof (kufr) bevelen", o mensen, jullie profeet, namelijk de verloochening van de eenheid van Allah = "nadat jullie moslims zijn geworden", waarmee bedoeld wordt: nadat jullie aan Hem onderworpen zijn in gehoorzaamheid, nederig voor Hem in dienstbaarheid = dat wil zeggen: dat zal nooit van hem uitgaan. En reeds:
7322 - Al-Qāsim heeft ons verteld, hij zei: al-Ḥusayn heeft ons verteld, hij zei: Ḥajjāj heeft mij verteld, op gezag van Ibn Jurayj, hij zei: "en hij beveelt jullie niet" — de Profeet ﷺ — "dat jullie de engelen en de profeten tot heren nemen".
----------------------
Voetnoten:
(20) Dit is een aspect dat al-Farrāʾ vermeldde in Maʿānī al-Qurʾān 1:224, 225.
(21) In de gedrukte editie en het handschrift staat "bi-taʾawwul", terwijl de context vereist wat is vastgesteld.
(22) In de gedrukte editie staat "fī sabb al-qawm.." (in het beschimpen van het volk), en dat is in betekenis nietig, en men heeft het handschrift niet goed gelezen, omdat het ongepunctueerd is; met de uitspraak "fī sabab al-qawm..." wordt bedoeld: vanwege het volk en door hun uitspraak van wat zij zeiden.
(23) Daarmee wordt al-Farrāʾ bedoeld, zoals wij eerder hebben aangegeven in voetnoot nummer 1, p. 547.
(24) In de gedrukte editie en het handschrift staat ". . . op gezag van Hārūn, het is niet toegestaan dat dat...", en dat is een uitspraak zonder betekenis, die de eerste uitgevers van het tafsīr ertoe bracht om in hun pogingen tot uitleg en correctie ervan een betekenisloze verwarring te schrijven; en het juiste is wat is vastgesteld. En dit behoort tot de vreemde tekstbederf (taṣḥīf) in de afschriften der kopiisten.
En Ḥajjāj is: "Ḥajjāj ibn Muḥammad al-Miṣṣīṣī al-Aʿwar", die zich in Bagdad vestigde, vervolgens naar al-Miṣṣīṣa verhuisde. Aḥmad zei: "Hoe nauwkeurig was hij en hoe sterk zijn zorg voor de tekstlezingen", en hij prees hem zeer. Hij was betrouwbaar en oprecht; vervolgens verhuisde hij uit al-Miṣṣīṣa en keerde terug naar Bagdad voor een aangelegenheid van hem, en hij stierf daar in het jaar 206. En bij deze terugkeer naar Bagdad was hij veranderd en in de war geraakt; Yaḥyā ibn Maʿīn zag hem en zei tot zijn zoon: "Laat niemand bij hem binnen." Maar de Ḥāfiẓ heeft in de levensbeschrijving van Sunayd ibn Dāwūd iets overgeleverd wat erop wijst dat Ḥajjāj in zijn staat van verwarring overleverde, zodat Abū al-ʿArab al-Qayrawānī hem onder de zwakken (al-ḍuʿafāʾ) vermeldde wegens de verwarring. En ik vrees dat al-Ṭabarī slechts hiernaar verwees, en naar de overlevering van Sunayd op zijn gezag in zijn staat van verwarring, en daarom zei dat zijn keten niet authentiek is, omdat het uit de overlevering van Sunayd op zijn gezag is.
En wat betreft "Hārūn al-Aʿwar", dat is: "Hārūn ibn Mūsā Abū ʿAbd Allāh al-Aʿwar al-ʿAtakī", een geleerde, oprecht en voortreffelijk, met een bekende lezing (qirāʾa). En hij behoort tot de betrouwbaren. En beiden hebben een levensbeschrijving in al-Tahdhīb en in de Ṭabaqāt al-Qurrāʾ van Ibn al-Jazarī.
(25) In de gedrukte editie staat "li-taʾwīl naḥwa qirāʾa..." en dat is een gebrekkige uitdrukking, en de oorzaak daarvan is dat men "ʿalā" niet goed las door het ongeluk van de afschrijver, en het als "naḥwa" schreef, waardoor de uitdrukking gebrekkig werd.
(26) In het handschrift staat: "en het kwam de Profeet niet toe dat hij de mensen beveelt dat zij... tot heren nemen", en dat is een uitdrukking met een correcte betekenis. Wat het handschrift betreft, daarin was een van de wonderbaarlijkheden van het tekstbederf — en het tekstbederf van de afschrijver is op deze plaats talrijk, zoals je ziet — namelijk dat hij schreef: "en het kwam de Profeet niet toe dat hij beveelt zoals hij de mensen verbood (kamā nahā al-nās)"; hij verbond de alif van "ayyuhā" met de mīm in "yaʾmurukum", las vervolgens "yhā" van "ayyuhā" als "nahā" en schreef het zo. En het is alsof de afschrijver vermoeid en uitgeput was, zodat hij dwaalde met de uitputting van zijn geest. En de uitgever kwam, en vond daarin geen betekenis, en schrapte het. Ook dit komt voort uit de veelvuldigheid van het tekstbederf van de afschrijver!!
(27) In de gedrukte editie staat "bil-ʿubūdiyya", en ik heb vastgesteld wat in het handschrift staat, en de uitgever heeft het woord "al-ʿubūda" niet onveranderd gelaten, maar het overal in het voorgaande tot "al-ʿubūdiyya" gemaakt. Zie de laatste aantekening daarover op p. 404, aantekening 2.