Tabari
Terug naar surah 3, ayah 76

Tafseer van De Familie van Imraan · Aal-i-Imraan · 3:76

بَلَىٰ مَنْ أَوْفَىٰ بِعَهْدِهِۦ وَٱتَّقَىٰ فَإِنَّ ٱللَّهَ يُحِبُّ ٱلْمُتَّقِينَ

Welzeker, hij die zijn belofte nakomt en (Allah) vreest: voorwaar, Allah houdt van de Moettaqôen.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    De uitleg van Zijn woord: بَلَى مَنْ أَوْفَى بِعَهْدِهِ وَاتَّقَى فَإِنَّ اللَّهَ يُحِبُّ الْمُتَّقِينَ ("Jawel, wie zijn verbond nakomt en (Allah) vreest — voorwaar, Allah heeft de godvrezenden lief") (3:76).

    Abū Jaʿfar zei: Dit is een bericht van Allah — machtig en verheven is Hij — over wat er bij Hem is weggelegd voor wie zijn toevertrouwde goed teruggeeft aan degene die het hem toevertrouwde, uit vrees voor Allah en uit ontzag voor Hem. Hij — verheven zij Zijn lof — zegt: De zaak is niet zoals deze leugenaars over Allah, uit de joden, beweren, namelijk dat er voor hen geen bezwaar of zonde rust op het zich toe-eigenen van de bezittingen van de ongeletterden (al-ummiyyīn). Vervolgens zei Hij: Jawel — maar wie zijn verbond nakomt en (Allah) vreest — Hij bedoelt: maar degene die zijn verbond nakomt, en dat is Zijn opdracht aan hen die Hij hun in de Tora gaf, namelijk het geloof in Mohammed (de Profeet ﷺ) en in wat hij hun bracht.

    * * *

    En de "hā'" (het bezittelijk voornaamwoord) in Zijn woord "wie zijn verbond nakomt" verwijst terug naar de naam "Allah" in Zijn woord: وَيَقُولُونَ عَلَى اللَّهِ الْكَذِبَ ("en zij spreken leugens over Allah").

    * * *

    Hij zegt: Jawel, wie het verbond van Allah nakomt, dat Hij met hem in Zijn Boek sloot, en die dus gelooft in Mohammed (de Profeet ﷺ), hem en wat hij van Allah bracht voor waar houdt — door het toevertrouwde goed terug te geven aan degene die het hem toevertrouwde, en door het overige van wat Allah gebiedt en verbiedt na te leven — "en (Allah) vreest", Hij zegt: en die zich hoedt voor datgene wat Allah hem verboden heeft, namelijk het ongeloof in Hem, en de overige zonden die Hij hem verboden heeft, en die dat dus vermijdt, daarbij rekening houdend met de dreiging van Allah en uit vrees voor Zijn bestraffing — "voorwaar, Allah heeft de godvrezenden lief", Hij bedoelt: voorwaar, Allah heeft hen lief die Hem vrezen, die Zijn bestraffing duchten en zich hoeden voor Zijn kwelling (ʿadhāb), die dus vermijden wat Hij hun verboden en op hen onwettig verklaard heeft, en die Hem gehoorzamen in wat Hij hun gebood.

    * * *

    En het is overgeleverd van Ibn ʿAbbās dat hij placht te zeggen: het is het zich hoeden voor het toekennen van deelgenoten aan Allah (shirk).

    7277 - Al-Muthannā heeft mij verteld, hij zei: ʿAbd Allāh ibn Ṣāliḥ heeft ons verteld, hij zei: Muʿāwiya heeft ons verteld, op gezag van ʿAlī, op gezag van Ibn ʿAbbās, zijn woord: "Jawel, wie zijn verbond nakomt en (Allah) vreest" — hij zegt: zich hoedt voor de shirk — "voorwaar, Allah heeft de godvrezenden lief", hij zegt: hen die zich hoeden voor de shirk.

    * * *

    En wij hebben het meningsverschil van de uitleggers daarover, en de juiste opvatting daarin, met de aanwijzingen die daarop duiden, reeds eerder in ons boek uiteengezet, op een wijze die voldoende is om herhaling overbodig te maken.

    Toon originele Arabische tekst
    القول في تأويل قوله : بَلَى مَنْ أَوْفَى بِعَهْدِهِ وَاتَّقَى فَإِنَّ اللَّهَ يُحِبُّ الْمُتَّقِينَ (76) قال أبو جعفر: وهذا إخبار من الله عز وجل عمَّا لمنْ أدَّى أمانته إلى من ائتمنه عليها اتقاءَ الله ومراقبتَه، عنده. (41) فقال جل ثناؤه: ليس الأمر كما يقول هؤلاء الكاذبون على الله من اليهود، من أنه ليس عليهم في أموَال الأميين حرج ولا إثم، ثمّ قال: بلى، ولكن من أوفى بعهده واتقى - يعني: ولكن الذي أوفى بعهده، وذلك وصيته إياهم التي أوصاهم بها في التوراة، من الإيمان بمحمد صلى الله عليه وسلم وما جاءهم به. (42) * * * و " الهاء " في قوله: " من أوفى بعهده "، عائدة على اسم " الله " في قوله: وَيَقُولُونَ عَلَى اللَّهِ الْكَذِبَ . * * * يقول: بلى من أوفى بعهد الله الذي عاهده في كتابه، فآمن بمحمد صلى الله عليه وسلم وصَدّق به وبما جاء به من الله، من أداء الأمانة إلى من ائتمنه عليها، وغير ذلك من أمر الله ونهيه =" واتقى "، يقول: واتقى ما نهاه الله عنه من الكفر به، وسائر معاصيه التي حرّمها عليه، فاجتنبَ ذلك مراقبةَ وعيد الله وخوفَ عقابه =" فإنّ الله يحبّ المتقين "، يعني: فإن الله يحب الذين يتقونه فيخافون عقابه ويحذرون عذابه، فيجتنبون ما نهاهم عنه وحرّمه عليهم، ويطيعونه فيما أمرهم به. * * * وقد روى عن ابن عباس أنه كان يقول: هو اتقاء الشرك. 7277 - حدثني المثنى قال، حدثنا عبد الله بن صالح قال، حدثنا معاوية، عن علي، عن ابن عباس قوله: " بلى من أوفى بعهده واتقى " يقول: اتقى الشرك =" فإنّ الله يحب المتقين "، يقول: الذين يتقون الشرك. * * * وقد بينا اختلافَ أهل التأويل في ذلك والصوابَ من القول فيه، بالأدلة الدّالة عليه، فيما مضى من كتابنا، بما فيه الكفاية عن إعادته. (43) ----------------------------- الهوامش : (41) في المطبوعة: "هذا إخبار من الله عز وجل عمن أدى أمانته إلى من ائتمنه عليها اتقاء الله ومراقبته وعيده" ، والذي أثبت هو نص المخطوطة ، وهو الصواب المحض. والسياق: "وهذا إخبار من الله... عما لمن أدى أمانته... عنده". وقوله: "واتقاء الله ومراقبته" على النصب فيهما ، مفعول لأجله. (42) انظر بيان معنى"أوفى" فيما سلف 1: 557-559 / 3: 348. وانظر تفسير"العهد" فيما سلف 1: 410-414 ، ثم 557-559 / 3: 20-24 ، 348 ، 349. (43) انظر تفسير"اتقى" و"التقوى" فيما سلف 1: 232 ، 233 ، 364 / 2: 181 ، 457 / 4: 162 ، 244 ، 425 ، 426 / ثم 6: 261.