Tabari
Terug naar surah 3, ayah 57

Tafseer van De Familie van Imraan · Aal-i-Imraan · 3:57

وَأَمَّا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ وَعَمِلُوا۟ ٱلصَّٰلِحَٰتِ فَيُوَفِّيهِمْ أُجُورَهُمْ ۗ وَٱللَّهُ لَا يُحِبُّ ٱلظَّٰلِمِينَ

En wat degenen die gelovig zijn en goede werken verrichten betreft; Allah zal hun hun (volledige) beloning schenken, en Allah houdt niet van de onrechtvaardigen.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    وَأَمَّا الَّذِينَ آمَنُوا وَعَمِلُوا الصَّالِحَاتِ فَيُوَفِّيهِمْ أُجُورَهُمْ وَاللَّهُ لا يُحِبُّ الظَّالِمِينَ ("En wat betreft hen die geloofden en goede daden verrichtten, hun zal Hij hun beloningen ten volle geven; en Allah heeft de onrechtplegers niet lief")

    Wat betreft Zijn woord "En wat betreft hen die geloofden en goede daden verrichtten": Hij — verheven is Zijn vermelding — bedoelt: en wat betreft hen die in jou geloofden, o ʿĪsā — Hij zegt: zij verklaarden jou waarachtig — en zo jouw profeetschap erkenden, en datgene wat je hun van Mijnentwege aan waarheid bracht, en die de islam belijden waarmee Ik jou heb gezonden, en die handelden naar wat Ik aan verplichtingen op jouw tong heb opgelegd, en wat Ik aan wetten heb voorgeschreven, en wat Ik aan handelwijzen heb ingesteld. Zoals:

    7156 — Al-Muthannā heeft mij verteld, hij zei: ʿAbd Allāh ibn Ṣāliḥ heeft ons verteld, hij zei: Muʿāwiya heeft mij verteld, op gezag van ʿAlī, op gezag van Ibn ʿAbbās, betreffende Zijn woord "en goede daden verrichtten", hij zegt: zij volbrachten Mijn verplichtingen.

    * * *

    = "hun zal Hij hun beloningen ten volle geven". Hij zegt: Hij zal hun de vergelding voor hun goede daden volledig geven, zonder dat hun daarvan iets wordt onthouden of verminderd.

    * * *

    Wat betreft Zijn woord "en Allah heeft de onrechtplegers niet lief": Hij bedoelt: en Allah heeft geen lief wie een ander een recht dat hem toekomt onrechtmatig ontneemt, of iets op een plaats legt waar het niet thuishoort.

    Daarmee heeft Hij — verheven is Zijn lof — van Zichzelf ontkend dat Hij Zijn dienaren onrecht aandoet, door de kwaaddoener onder hen die ongelovig is dezelfde vergelding te geven als de weldoeners onder hen die in Hem geloven, of door de weldoener onder hen die in Hem geloofde en Zijn gebod volgde en zich onthield van wat Hij verbood en Hem zo gehoorzaamde, dezelfde vergelding te geven als de kwaaddoeners onder hen die in Hem ongelovig waren en Zijn boodschappers verloochenden en Zijn gebod en verbod tegenwerkten. Zo zei Hij: Voorwaar, Ik heb de onrechtplegers niet lief, hoe zou Ik dan Mijn schepping onrecht aandoen?

    * * *

    Dit woord van Allah — verheven is Zijn vermelding —, ook al is het in de vorm van een mededeling uitgebracht, is een dreiging van Hem voor hen die in Hem en in Zijn boodschappers ongelovig zijn, en een belofte van Hem voor hen die in Hem en in Zijn boodschappers geloven. Want Hij heeft beide groepen tezamen laten weten dat Hij deze gelovige niet zijn recht onthoudt, noch zijn eerbewijs onrecht aandoet door het te plaatsen bij wie in Hem ongelovig was en Zijn gebod en verbod tegenwerkte, zodat Hij door het te plaatsen bij wie het niet toekomt een onrechtpleger zou zijn.

    -----------------------

    De voetnoten:

    (15) In de gedrukte editie staat: "alsof het een dreiging van Hem is", en dat is een duidelijke fout; men heeft het handschrift niet goed kunnen lezen wegens het slechte schrift van de kopiist.

    (16) In het handschrift staat: "en een dreiging van Hem voor de gelovigen", en dat is een duidelijke fout; het juiste is wat in de gedrukte editie staat.

    Toon originele Arabische tekst
    وَأَمَّا الَّذِينَ آمَنُوا وَعَمِلُوا الصَّالِحَاتِ فَيُوَفِّيهِمْ أُجُورَهُمْ وَاللَّهُ لا يُحِبُّ الظَّالِمِينَ وأما قوله: " وأما الذين آمنوا وعملوا الصالحات "، فإنه يعني تعالى ذكره: وأما الذين آمنوا بك يا عيسى - يقول: صدّقوك - فأقروا بنبوتك وبما جئتهم به من الحقّ من عندي، ودانوا بالإسلام الذي بعثتك به، وعملوا بما فرضتُ من فرائضي على لسانك، وشرعتُ من شرائعي، وسننتُ من سنني. كما: 7156 - حدثني المثنى قال: حدثنا عبد الله بن صالح قال، حدثني معاوية، عن علي، عن ابن عباس قوله: " وعملوا الصالحات "، يقول: أدوا فرائضي. * * * =" فيوفيهم أجورَهم "، يقول: فيعطيهم جزاءَ أعمالهم الصالحة كاملا لا يُبخسون منه شيئًا ولا يُنقصونه. * * * وأما قوله: " والله لا يحب الظالمين "، فإنه يعني: والله لا يحبُّ من ظلم غيرَه حقًا له، أو وضع شيئًا في غير موضعه. فنفى جل ثناؤه عن نفسه بذلك أن يظلم عبادَه، فيجازي المسيءَ ممن كفر جزاءَ المحسنين ممن آمن به، أو يجازي المحسنَ ممن آمن به واتبعَ أمره وانتهى عما نهاه عنه فأطاعه، جزاءَ المسيئين ممن كفر به وكذّب رسله وخالف أمره ونهيه. فقال: إني لا أحبّ الظالمين، فكيف أظلم خلقي؟ * * * وهذا القول من الله تعالى ذكره، وإن كان خرج مخرج الخبر، فإنه وعيدٌ منه للكافرين به وبرسله، (15) ووعد منه للمؤمنين به وبرسله، (16) لأنه أعلم الفريقين جميعًا أنه لا يبخسُ هذا المؤمن حقه، ولا يظلمُ كرامته فيضعها فيمن كفر به وخالف أمره ونهيه، فيكون لها بوضعها في غير أهلها ظالمًا. ----------------------- الهوامش : (15) في المطبوعة: "كأنه وعيد منه" ، وهو خطأ بين ، لم يحسن قراءة المخطوطة لسوء خط الناسخ. (16) في المخطوطة: "ووعيد منه للمؤمنين" ، وهو خطأ بين ، والصواب ما في المطبوعة.