Tabari
Terug naar surah 3, ayah 48

Tafseer van De Familie van Imraan · Aal-i-Imraan · 3:48

وَيُعَلِّمُهُ ٱلْكِتَٰبَ وَٱلْحِكْمَةَ وَٱلتَّوْرَىٰةَ وَٱلْإِنجِيلَ

En Hij onderwijst hem de Schrift, en de Wijsheid en de Taurât en de Indjîl.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    De uitleg over de uitspraak van Allah: وَيُعَلِّمُهُ الْكِتَابَ وَالْحِكْمَةَ وَالتَّوْرَاةَ وَالإِنْجِيلَ ("En Hij zal hem het Boek, de wijsheid, de Torah en het Evangelie onderwijzen") (3:48).

    Abū Jaʿfar zei: De reciteerders verschillen van mening over de recitatie hiervan.

    De algemene reciteerders van de Hijāz en Medina, alsook sommige reciteerders van Koefa, reciteren het als (وَيُعَلِّمُهُ) met de yāʾ ("en Hij zal hem onderwijzen"), waarbij zij dit terugvoeren op Zijn uitspraak: كَذَلِكِ اللَّهُ يَخْلُقُ مَا يَشَاءُ ("Zo schept Allah wat Hij wil"), "وَيُعَلِّمُهُ الْكِتَابَ" ("en Hij zal hem het Boek onderwijzen"). Zo voegden zij de mededeling in Zijn uitspraak "ويعلمه" ("en Hij zal hem onderwijzen") toe naar het voorbeeld van de mededeling in Zijn uitspraak يَخْلُقُ مَا يَشَاءُ ("Hij schept wat Hij wil") en Zijn uitspraak فَإِنَّمَا يَقُولُ لَهُ كُنْ فَيَكُونُ ("Hij zegt er slechts tegen: Wees, en het is").

    * * *

    De algemene reciteerders van Koefa en sommige van Basra reciteren het als (وَنُعَلِّمُهُ) met de nūn ("en Wij zullen hem onderwijzen"), waarbij zij het verbinden met Zijn uitspraak نُوحِيهِ إِلَيْكَ ("dat Wij aan u openbaren"), alsof Hij zei: ذَلِكَ مِنْ أَنْبَاءِ الْغَيْبِ نُوحِيهِ إِلَيْكَ ("Dat behoort tot de berichten over het verborgene die Wij aan u openbaren"), "ونعلمه الكتاب" ("en Wij zullen hem het Boek onderwijzen"). En zij zeiden: wat volgt op نُوحِيهِ ("dat Wij openbaren") behoort tot de bijzin ervan tot aan Zijn uitspraak كُنْ فَيَكُونُ ("Wees, en het is"); vervolgens verbond Hij Zijn uitspraak "ونعلمه" ("en Wij zullen hem onderwijzen") daarmee.

    * * *

    Abū Jaʿfar zei: Het juiste oordeel hierover is naar onze mening dat het twee verschillende recitaties zijn die niet verschillen in betekenis. Met welke van de twee de reciteerder ook reciteert, hij treft daarin het juiste, vanwege de overeenstemming van de betekenis van beide recitaties: namelijk dat het een mededeling van Allah is dat Hij ʿĪsā het Boek onderwijst, en wat genoemd is dat Hij hem onderwijst.

    * * *

    Dit is het begin van een mededeling van Allah, machtig en verheven is Hij, aan Maryam over wat Hij zal doen met het kind dat Hij haar verkondigde, aan eer, verheffing van rang en voortreffelijkheid. Zo zei Hij: zo zal Allah uit u een kind scheppen, zonder mannelijk geslachtsdeel en zonder echtgenoot, en Hij zal hem het Boek onderwijzen, en dat is het schrift dat hij met zijn hand schrijft = en de wijsheid, en dat is de sunna die Hij hem openbaart buiten een boek om = en de Torah, en dat is de Torah die op Mūsā werd neergezonden, die onder hen was sinds de tijd van Mūsā = en het Evangelie, het Evangelie van ʿĪsā, dat vóór hem niet bestond, maar Allah berichtte Maryam vóór de schepping van ʿĪsā dat Hij het hem zou openbaren.

    Hij berichtte haar dat en noemde het bij naam voor haar, omdat zij reeds geweten had uit hetgeen in de Boeken was neergezonden dat Allah een profeet zou zenden aan wie Hij een boek met de naam het Evangelie zou openbaren. Zo berichtte Allah, machtig en verheven is Hij, haar dat die profeet — Allah's vrede en zegeningen zij met hem — wiens beschrijving zij gehoord had, en aangaande wie Hij Zijn profeten vóór haar beloofd had dat aan hem het Boek dat het Evangelie genoemd wordt zou worden neergezonden, het kind was dat Hij haar schonk en haar verkondigde.

    * * *

    In overeenstemming met wat wij hierover gezegd hebben, sprak een groep van de uitleggers.

    Vermelding van wie dat zei:

    7080 - Al-Qāsim heeft mij verteld, hij zei: al-Ḥusayn heeft ons verteld, hij zei: Ḥajjāj heeft mij verteld, hij zei: Ibn Jurayj zei: "ونعلمه الكتاب" ("en Wij zullen hem het Boek onderwijzen"), hij zei: met zijn hand.

    7081 - Bishr heeft ons verteld, hij zei: Yazīd heeft ons verteld, hij zei: Saʿīd heeft ons verteld, op gezag van Qatāda: "ونعلمه الكتاب والحكمة" ("en Wij zullen hem het Boek en de wijsheid onderwijzen"), hij zei: de wijsheid is de sunna.

    7082 - Al-Muthannā heeft mij verteld, hij zei: Isḥāq heeft ons verteld, hij zei: ʿAbd Allāh ibn Abī Jaʿfar heeft ons verteld, op gezag van zijn vader, op gezag van Qatāda over Zijn uitspraak: "ونعلمه الكتاب والحكمة والتوراة والإنجيل" ("en Wij zullen hem het Boek, de wijsheid, de Torah en het Evangelie onderwijzen"), hij zei: "de wijsheid" is de sunna = "en de Torah en het Evangelie", hij zei: ʿĪsā placht de Torah en het Evangelie te reciteren.

    7083 - Al-Qāsim heeft mij verteld, hij zei: al-Ḥusayn heeft ons verteld, hij zei: Ḥajjāj heeft mij verteld, op gezag van Ibn Jurayj: "ونعلمه الكتاب والحكمة" ("en Wij zullen hem het Boek en de wijsheid onderwijzen"), hij zei: de wijsheid is de sunna.

    7084 - Ibn Ḥumayd heeft ons verteld, hij zei: Salama heeft ons verteld, op gezag van Ibn Isḥāq, op gezag van Muḥammad ibn Jaʿfar ibn al-Zubayr, hij zei: Hij berichtte haar — dat wil zeggen, Allah berichtte Maryam — wat Hij met hem beoogde, en zei: "ويعلمه الكتاب والحكمة والتوراة" ("en Hij zal hem het Boek, de wijsheid en de Torah onderwijzen") die onder hen was sinds de tijd van Mūsā = "en het Evangelie", een ander boek dat Hij hem nieuw zou openbaren, waarvan zij de kennis niet bezaten, behalve de vermelding ervan dat het zou bestaan onder de profeten vóór hem.

    Toon originele Arabische tekst
    القول في تأويل قوله : وَيُعَلِّمُهُ الْكِتَابَ وَالْحِكْمَةَ وَالتَّوْرَاةَ وَالإِنْجِيلَ (48) قال أبو جعفر: اختلفت القرأةُ في قراءة ذلك. فقرأته عامة قرأة الحجاز والمدينة وبعض قرأة الكوفيين: (وَيُعلِّمُهُ) بالياء، ردًّا على قوله: كَذَلِكِ اللَّهُ يَخْلُقُ مَا يَشَاءُ ،" وَيُعَلِّمُهُ الْكِتَابَ "، فألحقوا الخبرَ في قوله: " ويعلمه "، بنظير الخبر في قوله: يَخْلُقُ مَا يَشَاءُ ، وقوله: فَإِنَّمَا يَقُولُ لَهُ كُنْ فَيَكُونُ . * * * وقرأ ذلك عامة قرأة الكوفيين وبعض البصريين: (وَنُعَلِّمُهُ) بالنون، عطفًا به على قوله: نُوحِيهِ إِلَيْكَ ، كأنه قال: ذَلِكَ مِنْ أَنْبَاءِ الْغَيْبِ نُوحِيهِ إِلَيْكَ ونعلمه الكتاب ". وقالوا: ما بعد نُوحِيهِ في صلته إلى قوله: كُنْ فَيَكُونُ ، ثم عطف بقوله: " ونعلمه " عليه. * * * قال أبو جعفر: والصواب من القول في ذلك عندنا أنهما قراءتان مختلفتان، غير مختلفتي المعاني، فبأيتهما قرأ القارئ فهو مصيب الصوابَ في ذلك، لاتفاق معنى القراءتين، في أنه خبر عن الله بأنّه يعلم عيسى الكتاب، وما ذكر أنه يعلمه. * * * وهذا ابتداء خبر من الله عز وجل لمريم ما هو فاعلٌ بالولد الذي بشَّرها به من الكرامة ورفعة المنـزلة والفضيلة، فقال: كذلك الله يخلق منك ولدًا، من غير فحل ولا بعل، فيعلمه الكتاب، وهو الخطّ الذي يخطه بيده = والحكمة، وهي السنة التي يُوحيها إليه في غير كتاب = والتوراة، وهي التوراة التي أنـزلت على موسى، كانت فيهم من عهد موسى = والإنجيل، إنجيل عيسى ولم يكن قبله، ولكن الله أخبر مريمَ قبل خلق عيسى أنه مُوحيه إليه. وإنما أخبرها بذلك فسَّماه لها، لأنها قد كانت علمت فيما نـزل من الكتب أن الله باعثٌ نبيًا، يوحى إليه كتابًا اسمه الإنجيل، فأخبرها الله عز وجل أن ذلك النبي صلى الله عليه وسلم الذي سَمعت بصفته الذي وعد أنبياءه من قبل أنه منـزل عليه الكتاب الذي يسمى إنجيلا هو الولد الذي وهبه لها وبشَّرها به. * * * وبنحو ما قلنا في ذلك قال جماعة من أهل التأويل. ذكر من قال ذلك: 7080 - حدثنا القاسم قال، حدثنا الحسين قال، حدثني حجاج قال، قال ابن جريج: " ونعلمه الكتاب "، قال: بيده. 7081 - حدثنا بشر قال، حدثنا يزيد قال، حدثنا سعيد، عن قتادة: " ونعلمه الكتاب والحكمة "، قال: الحكمة السنة. 7082 - حدثنا المثنى قال، حدثنا إسحاق قال، حدثنا عبد الله بن أبي جعفر، عن أبيه، عن قتادة في قوله: " ونعلمه الكتاب والحكمة والتوراة والإنجيل "، قال: " الحكمة " السنة =" والتوراة والإنجيل "، قال: كان عيسى يقرأ التوراةَ والإنجيل. 7083 - حدثنا القاسم قال، حدثنا الحسين قال، حدثني حجاج، عن ابن جريج: " ونعلمه الكتاب والحكمة "، قال: الحكمة السنة. 7084 - حدثنا ابن حميد قال، حدثنا سلمة، عن ابن إسحاق، عن محمد بن جعفر بن الزبير قال: أخبرها - يعني أخبر الله مريم - ما يريد به فقال: " ويعلمه الكتاب والحكمة والتوراة " التي كانت فيهم من عهد موسى =" والإنجيل "، كتابًا آخر أحدثه إليه لم يكن عندهم علمه، إلا ذِكرُه أنه كائن من الأنبياء قبله. (16) ----------------------------- الهوامش : (16) الأثر: 7084- سيرة ابن هشام 2: 230 ، من تمام الآثار التي آخرها رقم: 7079. وفي ابن هشام: "لم يكن عندهم إلا ذكره أنه كائن من الأنبياء بعده" ، أسقط"علمه" ومكان"قبله""بعده" ، والصواب فيها نص الطبري في روايته عن ابن إسحاق.