Tabari
Terug naar surah 3, ayah 4

Tafseer van De Familie van Imraan · Aal-i-Imraan · 3:4

مِن قَبْلُ هُدًۭى لِّلنَّاسِ وَأَنزَلَ ٱلْفُرْقَانَ ۗ إِنَّ ٱلَّذِينَ كَفَرُوا۟ بِـَٔايَٰتِ ٱللَّهِ لَهُمْ عَذَابٌۭ شَدِيدٌۭ ۗ وَٱللَّهُ عَزِيزٌۭ ذُو ٱنتِقَامٍ

Hiervoor, als Leiding voor de mensen, en Hij deed de Foerqân neerdalen. Voorwaar, degenen die niet in de Tekenen van Allah geloven, voor hen is er een strenge bestraffing. En Allah is Almachtig, Bezitter can de Vergelding.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    De uitleg van Zijn woord: وَأَنْزَلَ الْفُرْقَانَ ("en Hij heeft de Onderscheiding (al-furqān) neergezonden").

    Abū Jaʿfar zei: Hij, verheven is Zijn lof, bedoelt hiermee: en Hij heeft de scheiding tussen waarheid en valsheid neergezonden inzake datgene waarover de partijen en de aanhangers van de verschillende geloofsgemeenschappen het oneens waren in de zaak van ʿĪsā en anderen.

    * * *

    Wij hebben eerder al uiteengezet dat "al-furqān" niets anders is dan een verbaalvorm (faʿlān) van hun uitspraak: "Allah heeft onderscheid gemaakt (faraqa) tussen waarheid en valsheid", dat wil zeggen: Hij scheidde tussen beide door de waarheid te laten zegevieren over de valsheid, ofwel door het overtuigende bewijs, ofwel door overmacht en overwinning door kracht en sterkte.

    * * *

    En in overeenstemming met wat wij hierover hebben gezegd, hebben de uitleggers (ahl al-taʾwīl) zich uitgesproken, behalve dat sommigen van hen de uitleg ervan richtten op de betekenis dat het de scheiding is tussen waarheid en valsheid in de zaak van ʿĪsā, en sommigen van hen op de betekenis dat het de scheiding is tussen waarheid en valsheid in de bepalingen van de godsdienstige wetten.

    Vermelding van wie zei dat de betekenis is: "de scheiding tussen waarheid en valsheid in de zaak van ʿĪsā en de partijen":

    6561 - Ibn Ḥumayd heeft ons verteld, hij zei: Salama heeft ons verteld, op gezag van Ibn Isḥāq, op gezag van Muḥammad ibn Jaʿfar ibn al-Zubayr: "en Hij heeft de Onderscheiding (al-furqān) neergezonden", dat wil zeggen: de scheiding tussen waarheid en valsheid inzake datgene waarover de partijen het oneens waren in de zaak van ʿĪsā en anderen.

    * * *

    Vermelding van wie zei dat de betekenis daarvan is: "de scheiding tussen waarheid en valsheid in de bepalingen en de wetten van de islam":

    6562 - Bishr heeft ons verteld, hij zei: Yazīd heeft ons verteld, hij zei: Saʿīd heeft ons verteld, op gezag van Qatāda: "en Hij heeft de Onderscheiding (al-furqān) neergezonden", dat is de Koran, die Hij neerzond op Muḥammad, en waarmee Hij onderscheid maakte tussen waarheid en valsheid; daarin verklaarde Hij het toegestane toegestaan en het verbodene verboden, daarin stelde Hij Zijn wetten in, daarin bepaalde Hij Zijn voorgeschreven straffen (ḥudūd), daarin legde Hij Zijn verplichtingen op, daarin gaf Hij Zijn verheldering, daarin gebood Hij gehoorzaamheid aan Hem, en daarin verbood Hij ongehoorzaamheid aan Hem.

    6563 - Al-Muthannā heeft mij verteld, hij zei: Isḥāq heeft ons verteld, hij zei: Ibn Abī Jaʿfar heeft ons verteld, op gezag van zijn vader, op gezag van al-Rabīʿ: "en Hij heeft de Onderscheiding (al-furqān) neergezonden", hij zei: de Onderscheiding is de Koran, die onderscheid maakte tussen waarheid en valsheid.

    * * *

    Abū Jaʿfar zei: De uitleg die wij hebben aangehaald van Muḥammad ibn Jaʿfar ibn al-Zubayr hierover is meer geschikt om juist te zijn dan de uitleg die wij hebben aangehaald van Qatāda en al-Rabīʿ, namelijk dat de betekenis van "al-furqān" op deze plaats is: dat Allah scheiding bracht tussen Zijn profeet Muḥammad ﷺ en degenen die met hem twistten in de zaak van ʿĪsā en in andere van zijn aangelegenheden, door het overtuigende bewijs dat hun verontschuldiging en die van hun gelijken onder de ongelovigen in Allah doorsneed.

    Wij hebben gezegd dat deze uitspraak meer geschikt is om juist te zijn, omdat Allahs mededeling over Zijn neerzending van de Koran — vóór Zijn mededeling over Zijn neerzending van de Tora en het Evangelie in dit vers — reeds is voorafgegaan door Zijn woord: نَزَّلَ عَلَيْكَ الْكِتَابَ بِالْحَقِّ مُصَدِّقًا لِمَا بَيْنَ يَدَيْهِ ("Hij heeft het Boek met de waarheid op u neergezonden, bevestigend wat eraan voorafging"). En er bestaat geen twijfel over dat dat "Boek" de Koran is en niets anders. Er is dus geen grond om het nogmaals te herhalen, aangezien er geen nut zit in een herhaling die niet reeds besloten ligt in Zijn vermelding ervan en Zijn mededeling erover aan het begin.

    * * *

    De uitleg van Zijn woord: إِنَّ الَّذِينَ كَفَرُوا بِآيَاتِ اللَّهِ لَهُمْ عَذَابٌ شَدِيدٌ وَاللَّهُ عَزِيزٌ ذُو انْتِقَامٍ (4) ("Voorwaar, degenen die ongelovig zijn aan de tekenen van Allah, voor hen is er een strenge bestraffing, en Allah is Almachtig, Heer van vergelding").

    Abū Jaʿfar zei: Hij, verheven is Zijn lof, bedoelt hiermee: voorwaar, degenen die de tekenen van Allah verloochenden en Zijn bewijzen voor Zijn eenheid en Zijn goddelijkheid, en dat ʿĪsā een dienaar van Hem is, en die de Masīḥ tot een god en heer namen, of voor Allah een zoon beweerden, voor hen is er van Allah een strenge bestraffing op de Dag der Opstanding.

    * * *

    En "degenen die ongelovig zijn" zijn degenen die de tekenen van Allah verloochenden; en "de tekenen van Allah" zijn Allahs tekenen, Zijn bewijzen en Zijn argumenten.

    * * *

    En deze uitspraak van Allah, machtig en verheven, geeft inzicht in de betekenis van Zijn woord: وَأَنْزَلَ الْفُرْقَانَ , namelijk dat daarmee bedoeld is de scheiding die een bewijs is voor de mensen van de waarheid tegen de mensen van de valsheid. Want Hij liet daarop volgen met Zijn woord: "voorwaar, degenen die ongelovig zijn aan de tekenen van Allah", dat wil zeggen: voorwaar, degenen die die scheiding en die onderscheiding verloochenden die Hij neerzond als onderscheid tussen wie in zijn recht staat en wie in het ongelijk staat — "voor hen is er een strenge bestraffing", een dreiging van Allah voor wie de waarheid tegenwerkt nadat zij hem duidelijk is geworden, en wie het pad van de leiding tegengaat nadat het bewijs tegen hem is komen vast te staan. Vervolgens berichtte Hij hun dat Hij "Almachtig" (ʿazīz) is in Zijn heerschappij; geen belemmeraar kan Hem beletten wie Hij van hen wil bestraffen, en geen scheidsmuur kan zich tussen Hem en hem opwerpen, en niemand is in staat Hem daarin te dwarsbomen — en dat Hij "Heer van vergelding" (dhū intiqām) is jegens wie Zijn argumenten en Zijn bewijzen verloochende nadat zij tegen hem waren komen vast te staan en nadat zij hem duidelijk waren geworden en hij ze kende.

    * * *

    En in overeenstemming met wat wij hierover hebben gezegd, hebben de uitleggers zich uitgesproken.

    Vermelding van wie dat zei:

    6564 - Ibn Ḥumayd heeft ons verteld, hij zei: Salama heeft ons verteld, op gezag van Muḥammad ibn Isḥāq, op gezag van Muḥammad ibn Jaʿfar ibn al-Zubayr: "voorwaar, degenen die ongelovig zijn aan de tekenen van Allah, voor hen is er een strenge bestraffing, en Allah is Almachtig, Heer van vergelding", dat wil zeggen: voorwaar, Allah neemt vergelding op wie ongelovig was aan Zijn tekenen nadat hij ze kende en wist wat er van Hem daarover gekomen was.

    6565 - Al-Muthannā heeft mij verteld, hij zei: Isḥāq heeft ons verteld, hij zei: Ibn Abī Jaʿfar heeft ons verteld, op gezag van zijn vader, op gezag van al-Rabīʿ: "voorwaar, degenen die ongelovig zijn aan de tekenen van Allah, voor hen is er een strenge bestraffing, en Allah is Almachtig, Heer van vergelding", [hier breekt de overlevering af; het vervolg ervan en de eventuele daaropvolgende berichten zijn in de bron weggevallen].

    Toon originele Arabische tekst
    القول في تأويل قوله : وَأَنْـزَلَ الْفُرْقَانَ قال أبو جعفر: يعني جل ثناؤه بذلك: وأنـزل الفصْل بين الحق والباطل فيما اختلفت فيه الأحزابُ وأهلُ الملل في أمر عيسى وغيره. * * * وقد بينا فيما مضى أنّ" الفرْقان "، إنما هو " الفعلان " من قولهم: " فرق الله &; 6-163 &; بين الحق والباطل "، فصل بينهما بنصره الحقَّ على الباطل، (40) إما بالحجة البالغة، وإما بالقهر والغلبة بالأيدِ والقوة. (41) * * * وبما قلنا في ذلك قال أهلُ التأويل، غير أنّ بعضهم وجّه تأويله إلى أنه فصل بين الحق والباطل في أمر عيسى = وبعضهم: إلى أنه فصل بين الحق والباطل في أحكام الشرائع. ذكر من قال: معناه: " الفصل بين الحق والباطل في أمر عيسى والأحزاب ": 6561 - حدثنا ابن حميد قال، حدثنا سلمة، عن ابن إسحاق، عن محمد بن جعفر بن الزبير: " وأنـزل الفرقان "، أي: الفصلَ بين الحق والباطل فيما اختلف فيه الأحزاب من أمر عيسى وغيره. (42) * * * ذكر من قال: معنى ذلك: " الفصل بين الحق والباطل في الأحكام وشرائع الإسلام ": 6562 - حدثنا بشر قال، حدثنا يزيد قال، حدثنا سعيد، عن قتادة: " وأنـزل الفرقان "، هو القرآن، أنـزله على محمد، وفرق به بين الحق والباطل، فأحلّ فيه حلاله وحرّم فيه حرامه، وشرع فيه شرائعه، وحدّ فيه حدوده، وفرض فيه فرائضَه، وبين فيه بيانه، وأمر بطاعته، ونهى عن معصيته. 6563 - حدثني المثنى قال: حدثنا إسحاق قال، حدثنا ابن أبي جعفر، عن أبيه، عن الربيع: " وأنـزل الفرقان "، قال: الفرقان، القرآن، فرق بين الحق والباطل. * * * &; 6-164 &; قال أبو جعفر: والتأويل الذي ذكرناه عن محمد بن جعفر بن الزبير في ذلك، أولى بالصحة من التأويل الذي ذكرناه عن قتادة والربيع = وأن يكون معنى " الفرقان " في هذا الموضع: فصل الله بين نبيه محمد صلى الله عليه وسلم والذين حاجُّوه في أمر عيسى، وفي غير ذلك من أموره، بالحجة البالغة القاطعة عذرَهم وعذرَ نُظرائهم من أهل الكفر بالله. وإنما قلنا هذا القول أولى بالصواب، لأن إخبارَ الله عن تنـزيله القرآنَ - قبل إخباره عن تنـزيله التوراة والإنجيل في هذه الآية - قد مضى بقوله: نَـزَّلَ عَلَيْكَ الْكِتَابَ بِالْحَقِّ مُصَدِّقًا لِمَا بَيْنَ يَدَيْهِ . ولا شك أن ذلك " الكتاب "، هو القرآن لا غيره، فلا وجه لتكريره مرة أخرى، إذ لا فائدة في تكريره، ليست في ذكره إياه وخبره عنه ابتداءً. * * * القول في تأويل قوله : إِنَّ الَّذِينَ كَفَرُوا بِآيَاتِ اللَّهِ لَهُمْ عَذَابٌ شَدِيدٌ وَاللَّهُ عَزِيزٌ ذُو انْتِقَامٍ (4) قال أبو جعفر: يعني بذلك جل ثناؤه: إنّ الذين جحدوا أعلام الله وأدلته على توحيده وألوهته، وأن عيسى عبدٌ له، واتخذوا المسيح إلهًا وربًّا، أو ادَّعوه لله ولدًا، لهم عذاب من الله شديدٌ يوم القيامة. * * * و " الذين كفروا "، هم الذين جحدوا آيات الله = و "آيات الله "، أعلامُ الله وأدلته وحججه. (43) * * * وهذا القول من الله عز وجل ينبئ عن معنى قوله: (44) وَأَنْـزَلَ الْفُرْقَانَ أنه معنِيٌّ به الفصل الذي هو حجة لأهل الحق على أهل الباطل. (45) لأنه عقب ذلك بقوله: " إن الذين كفروا بآيات الله "، يعني: إن الذين جحدوا ذلك الفصل والفرقانَ الذي أنـزله فرقًا بين المحق والمبطل =" لهم عذاب شديدٌ"، وعيدٌ من الله لمن عاند الحقّ بعد وضوحه له، وخالف سبيلَ الهدى بعد قيام الحجة عليه = ثم أخبرهم أنه " عزيز " في سلطانه لا يمنعه مانع ممن أراد عذابه منهم، ولا يحول بينه وبينه حائل، ولا يستطيع أن يعانده فيه أحدٌ = وأنه " ذو انتقام " ممنّ جحد حججه وأدلته بعد ثبوتها عليه، وبعد وضوحها له ومعرفته بها. * * * وبنحو الذي قلنا في ذلك قال أهل التأويل. ذكر من قال ذلك: 6564 - حدثنا ابن حميد قال، حدثنا سلمة، عن محمد بن إسحاق، عن محمد بن جعفر بن الزبير: " إن الذين كفروا بآيات الله لهم عذاب شديد والله عزيزٌ ذو انتقام "، أي: إن الله منتقم ممن كفرَ بآياته بعد علمه بها، ومعرفته بما جاء منه فيها. (46) 6565 - حدثني المثنى قال، حدثنا إسحاق قال، حدثنا ابن أبي جعفر، عن أبيه، عن الربيع،" إن الذين كفروا بآيات الله لهم عذاب شديد والله عزيزٌ ذو انتقام "، ............................................................................ ............................................................................ (47) ___________________________ الهوامش : (40) في المطبوعة والمخطوطة: "يفصل بينهما... بالحق" مضارعًا ، والصواب أن يكون ماضيًا كما أثبته. (41) انظر ما سلف 1: 98 ، 99 / ثم 3: 448. وفي المطبوعة"بالأيدي" بالياء في آخره ، وهو خطأ. والأيد: الشدة والقوة. (42) الأثر: 6561 - هو بقية الآثار التي آخرها: 6560. (43) انظر فهارس اللغة فيما سلف"كفر" و"أبى". (44) في المخطوطة: "يعني عن معنى قوله" ، والصواب ما في المطبوعة. (45) في المطبوعة والمخطوطة: "أنه معنى به الفصل عن الذي هو حجة..." ، وقوله: "عن" زائدة بلا ريب في الكلام من عجلة الناسخ ، فلذلك أسقطتها. والسياق بعد يدل على صواب ذلك. (46) الأثر: 6564- هو من بقية الآثار التي آخرها رقم: 6561. (47) مكان هذه النقط ما سقط من تتمة الخبر رقم: 6565 ، والأخبار بعده ، إن كانت بعده أخبار. وهكذا هو المطبوعة وسائر المخطوطات التي بين أيدينا.