Tabari
Terug naar surah 3, ayah 34

Tafseer van De Familie van Imraan · Aal-i-Imraan · 3:34

ذُرِّيَّةًۢ بَعْضُهَا مِنۢ بَعْضٍۢ ۗ وَٱللَّهُ سَمِيعٌ عَلِيمٌ

Zij zijn afstammelingen van elkaar, en Allah is Alhorend, Alwetend.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    De uitleg van Zijn woord: Een nageslacht, het ene voortgekomen uit het andere; en Allah is alhorend, alwetend (3:34).

    (Een nageslacht waarvan het ene deel uit het andere voortkomt; en Allah is alhorend, alwetend.)

    Abū Jaʿfar zei: Hij bedoelt hiermee: dat Allah het geslacht van Ibrāhīm en het geslacht van ʿImrān verkoren heeft, "een nageslacht, het ene voortgekomen uit het andere."

    * * *

    Het woord "nageslacht" (al-dhurriyya) staat in de accusatief op grond van de afgescheidenheid (qaṭʿ, d.w.z. de bijwoordelijke bepaling van toestand) van "het geslacht van Ibrāhīm en het geslacht van ʿImrān", omdat "nageslacht" onbepaald is, terwijl "het geslacht van ʿImrān" bepaald is.

    En indien men zou zeggen dat het in de accusatief staat op grond van een herhaling van "het verkiezen" (al-iṣṭifāʾ), zou dat juist zijn. Want de betekenis is: Hij verkoos een nageslacht waarvan het ene deel uit het andere voortkwam.

    * * *

    En "het ene deel van hen is uit het andere" werd slechts gesteld met betrekking tot de onderlinge bondgenootschap in het geloof (dīn), en de wederzijdse bijstand in de Islam en de waarheid, zoals Hij, verheven zij Zijn lof, zei: En de gelovige mannen en de gelovige vrouwen zijn elkaars beschermers [surah al-Tawba: 71], en zoals Hij op een andere plaats zei: De hypocriete mannen en de hypocriete vrouwen zijn de een uit de ander [surah al-Tawba: 67] – hij bedoelt: dat hun geloof één is en hun weg één. Zo ook Zijn woord: "een nageslacht, het ene voortgekomen uit het andere" – de betekenis daarvan is slechts: een nageslacht waarvan het geloof van het ene deel het geloof van het andere is, en wier woord één is, en wier geloofsovertuiging (milla) één is in de eenheid van Allah en de gehoorzaamheid aan Hem, zoals:-

    6855 - Bishr heeft ons verteld, hij zei: Yazīd heeft ons verteld, hij zei: Saʿīd heeft ons verteld, op gezag van Qatāda, betreffende Zijn woord: "een nageslacht, het ene voortgekomen uit het andere." Hij zegt: in de intentie, het handelen, de oprechtheid en de eenheid jegens Hem (tawḥīd).

    * * *

    En Zijn woord: "en Allah is alhorend, alwetend" – Hij bedoelt hiermee: en Allah is bezitter van het gehoor voor de uitspraak van de vrouw van ʿImrān, en bezitter van de kennis van wat zij in haarzelf verborg, toen zij Hem datgene wat in haar buik was als toegewijde (muḥarrar) gelofte deed.

    Toon originele Arabische tekst
    القول في تأويل قوله : ذُرِّيَّةً بَعْضُهَا مِنْ بَعْضٍ وَاللَّهُ سَمِيعٌ عَلِيمٌ (34) قال أبو جعفر: يعني بذلك: إن الله اصطفى آلَ إبراهيم وآل عمران " ذريةً بعضها من بعض ". * * * ف " الذرية " منصوبة على القطع من "آل إبراهيم وآل عمران "، لأن " الذرية "، نكرة، و "آل عمران " معرفة. (21) ولو قيل نصبت على تكرير " الاصطفاء "، لكان صوابًا. لأن المعنى: اصطفى ذريةً بعضُها من بعض. (22) * * * وإنما جعل " بعضهم من بعض " في الموالاة في الدين، والمؤازرة على الإسلام والحق، كما قال جل ثناؤه: وَالْمُؤْمِنُونَ وَالْمُؤْمِنَاتُ بَعْضُهُمْ أَوْلِيَاءُ بَعْضٍ [سورة التوبة: 71]، وقال في موضع آخر: الْمُنَافِقُونَ وَالْمُنَافِقَاتُ بَعْضُهُمْ مِنْ بَعْضٍ [ سورة التوبة: 67]، يعني: أنّ دينهم واحدٌ وطريقتهم واحدة، فكذلك قوله: &; 6-328 &; " ذرية بعضها من بعض "، إنما معناه: ذرية دينُ بعضها دينُ بعض، وكلمتهم واحدةٌ، وملتهم واحدة في توحيد الله وطاعته، كما:- 6855 - حدثنا بشر قال، حدثنا يزيد قال، حدثنا سعيد، عن قتادة قوله: " ذرية بعضها من بعض "، يقول: في النية والعمل والإخلاص والتوحيد له. * * * وقوله: " والله سميعٌ عليمٌ"، يعني بذلك: والله ذُو سمع لقول امرأة عمران، وذو علم بما تضمره في نفسها، إذ نذَرت له ما في بطنها مُحرَّرًا. -------------------- الهوامش : (21) انظر ما سلف في معنى"القطع" ، وهو الحال ، قريبًا ص: 270 ، تعليق: 3. (22) انظر معاني القرآن للفراء 1: 207.