Tafseer van De Familie van Imraan · Aal-i-Imraan · 3:190
Voorwaar, in de schepping van de hemelen en de aarde en in hot afwisselen van de nacht en de dag zijn zeker Tekenen voor bezitters van begrip.
Het woord over de uitleg van Zijn uitspraak: إِنَّ فِي خَلْقِ السَّمَاوَاتِ وَالأَرْضِ وَاخْتِلافِ اللَّيْلِ وَالنَّهَارِ لآيَاتٍ لأُولِي الأَلْبَابِ (190) ("Voorwaar, in de schepping van de hemelen en de aarde en in de afwisseling van nacht en dag liggen tekenen voor hen die verstand bezitten" (3:190)).
Abū Jaʿfar zei: Dit is een bewijsvoering van Allah — verheven zij Zijn gedachtenis — tegen degene die dat zei, en tegen de overige schepselen, dat Hij Degene is die de zaken bestuurt en beschikt en die dienstbaar maakt wat Hij wil; en dat het verrijken en het verarmen aan Hem toebehoort en in Zijn hand ligt. Hij — verheven zij Zijn lof — zei dus: Bezint u, o mensen, en trekt er lering uit. Want in wat Ik tot stand heb gebracht en geschapen heb aan de hemelen en de aarde voor jullie levensonderhoud, jullie voedsel en jullie levensbronnen, en in wat Ik op elkaar heb laten volgen aan nacht en dag, zodat Ik die elkaar laat afwisselen en op elkaar laat volgen ten behoeve van jullie — jullie gaan in deze (de dag) je gang voor je levensonderhoud, en jullie rusten in deze (de nacht) tot rust van jullie lichamen — daarin ligt iets om lering uit te trekken en zich te herinneren, en daarin liggen tekenen en vermaningen. Wie van jullie dus verstand en begrip bezit, weet dat wie Mij betrekt op armoede terwijl Ik rijk ben, een leugenaar en lasteraar is. Want dat alles ligt in Mijn hand: Ik wend het en beschik het, en als Ik dat zou opheffen, zouden jullie te gronde gaan. Hoe kan dan aan armoede worden toegeschreven Degene in wiens hand en bij wie alles wat tot het bestaan in de hemelen en de aarde behoort zich bevindt? Of hoe kan rijk zijn degene wiens levensonderhoud in de hand van een ander ligt, die hem voorziet wanneer Hij wil en hem onthoudt wanneer Hij wil? Trekt er dus lering uit, o jullie die verstand bezitten.