Tafseer van De Familie van Imraan · Aal-i-Imraan · 3:175
Voorwaar, het was slechts de Satan en zijn volgelingen die jullie bang maakten, weest daarom niet bang voor Mij, weest bang voor Mij, indien jullie (ware) gelovigen zijn.
De uitspraak over de uitleg van Zijn woord: إِنَّمَا ذَلِكُمُ الشَّيْطَانُ يُخَوِّفُ أَوْلِيَاءَهُ (Dat is slechts de satan, die zijn bondgenoten vrees aanjaagt).
Abū Jaʿfar zei: Hiermee bedoelt Hij, verheven is Zijn vermelding: Voorwaar, hij die tot u zei, o gelovigen: إِنَّ النَّاسَ قَدْ جَمَعُوا لَكُمْ ("Voorwaar, de mensen hebben zich tegen u verzameld"), en u daarmee vrees aanjoeg met de menigten van uw vijand en hun opmars naar u toe, dat was een daad van de satan, die hij ingaf op de monden van degenen die dat tot u zeiden; hij jaagt u vrees aan met zijn bondgenoten onder de polytheïsten (mushrikīn) – Abū Sufyān en zijn gezellen van de Quraysh – opdat gij hen zoudt vrezen en voor hen lafhartig zoudt worden, zoals:-
8256 - Bishr heeft ons verteld, hij zei: Yazīd heeft ons verteld, hij zei: Saʿīd heeft ons verteld, op gezag van Qatāda, over Zijn woord: "Dat is slechts de satan, die zijn bondgenoten vrees aanjaagt", bij Allah, hij jaagt de gelovige vrees aan met de ongelovige, en hij beangstigt de gelovige met de ongelovige.
8257 - Al-Qāsim heeft ons verteld, hij zei: Al-Ḥusayn heeft ons verteld, hij zei: Ḥajjāj heeft mij verteld, op gezag van Ibn Jurayj, hij zei: Mujāhid zei: "Dat is slechts de satan, die zijn bondgenoten vrees aanjaagt", hij zei: hij jaagt de gelovigen vrees aan met de ongelovigen.
8258 - Muḥammad ibn Saʿd heeft mij verteld, hij zei: mijn vader heeft mij verteld, hij zei: mijn oom heeft mij verteld, hij zei: mijn vader heeft mij verteld, op gezag van zijn vader, op gezag van Ibn ʿAbbās: "Dat is slechts de satan, die zijn bondgenoten vrees aanjaagt", hij zegt: de satan jaagt de gelovigen vrees aan met zijn bondgenoten.
8259 - Ibn Ḥumayd heeft ons verteld, hij zei: Salama heeft ons verteld, op gezag van Ibn Isḥāq: "Dat is slechts de satan, die zijn bondgenoten vrees aanjaagt", dat wil zeggen: die groep, namelijk de schare uit ʿAbd al-Qays die tot de gezant van Allah, moge Allah hem zegenen en vrede schenken, zeiden wat zij zeiden, en wat de satan op hun monden ingaf = "die zijn bondgenoten vrees aanjaagt", dat wil zeggen: hij beangstigt u met zijn bondgenoten.
8260 - Yūnus heeft mij verteld, hij zei: ʿAlī ibn Maʿbad heeft ons bericht, op gezag van ʿAttāb ibn Bashīr, de vrijgelatene van de Quraysh, op gezag van Sālim al-Afṭas, over Zijn woord: "Dat is slechts de satan, die zijn bondgenoten vrees aanjaagt", hij zei: hij jaagt u vrees aan met zijn bondgenoten.
* * *
Anderen zeiden: De betekenis daarvan is: Voorwaar, dat is slechts de satan die de zaak van de polytheïsten groot maakt, o gij hypocrieten (munāfiqūn), in uw zielen, zodat gij hem vreest.
* Vermelding van wie dat gezegd heeft:
8261 - Muḥammad heeft ons verteld, hij zei: Aḥmad heeft ons verteld, hij zei: Asbāṭ heeft ons verteld, op gezag van al-Suddī, hij zei: hij vermeldde de zaak van de polytheïsten en hun grootsheid in de ogen van de hypocrieten en zei: "Dat is slechts de satan, die zijn bondgenoten vrees aanjaagt", hij maakt zijn bondgenoten groot in uw harten, zodat gij hem vreest.
* * *
Abū Jaʿfar zei: Indien iemand zegt: Hoe wordt gezegd: "die zijn bondgenoten vrees aanjaagt"? Jaagt de satan dan zijn bondgenoten vrees aan? [En hoe] wordt gezegd = indien de betekenis ervan is: hij jaagt u vrees aan met zijn bondgenoten = "die zijn bondgenoten vrees aanjaagt"? Dan wordt geantwoord: dat is vergelijkbaar met Zijn woord: لِيُنْذِرَ بَأْسًا شَدِيدًا [soera Al-Kahf: 2] ("opdat hij waarschuwt voor een hevige macht"), in de betekenis van: opdat hij u waarschuwt voor Zijn hevige macht; want de macht (al-baʾs) wordt niet zelf gewaarschuwd, maar er wordt slechts voor gewaarschuwd.
* * *
En sommige taalkundigen van Basra zeiden: De betekenis daarvan is: hij jaagt de mensen vrees aan voor zijn bondgenoten, zoals het gezegde van iemand: "Hij geeft de dirhams en kleedt in de gewaden", in de betekenis van: hij geeft de mensen de dirhams en kleedt hen in de gewaden; dat is weggelaten omdat men het kon missen.
* * *
Abū Jaʿfar zei: Maar datgene waarmee dit vergeleken is, is geen geldige vergelijking, want "de dirhams" in het gezegde van iemand: "Hij geeft de dirhams" – het is bekend dat datgene wat gegeven wordt, "de dirhams" zijn, terwijl het bij "de bondgenoten" – in Zijn woord: "die zijn bondgenoten vrees aanjaagt" – niet zo is dat zíj het zijn die vrees aangejaagd worden; veeleer komt de vreesaanjaging vanwege de bondgenoten naar anderen toe, en daarom verschillen de twee.
* * *
De uitspraak over de uitleg van Zijn woord: فَلا تَخَافُوهُمْ وَخَافُونِ إِنْ كُنْتُمْ مُؤْمِنِينَ (175) (Vreest hen dan niet, maar vreest Mij, indien gij gelovigen zijt (175)).
Abū Jaʿfar zei: Hij zegt: Vreest dan niet, o gelovigen, de polytheïsten, en laat hun zaak voor u niet groot zijn, en weest niet bevreesd voor hun menigte, zolang gij Mij gehoorzaamt; zolang gij Mij gehoorzaamt en Mijn gebod volgt, sta Ik voor u in voor de hulp en de overwinning, maar vreest Mij en hoedt u ervoor Mij ongehoorzaam te zijn en Mijn gebod tegen te streven, opdat gij niet te gronde gaat = "indien gij gelovigen zijt", hij zegt: maar vreest Mij, niet de polytheïsten en niet de gehele schepping van Mij, ervoor dat gij Mijn gebod zoudt tegenstreven, indien gij Mijn gezant en wat hij u van bij Mij heeft gebracht voor waarachtig houdt.