Tafseer van De Familie van Imraan · Aal-i-Imraan · 3:142
Dachten jullie dat jullie het Paradijs binnen zouden gaan zonder dat Allah degenen die vochten gekend doet worden en de geduldigen gekend doet worden?
De uitleg van Zijn woord: أَمْ حَسِبْتُمْ أَنْ تَدْخُلُوا الْجَنَّةَ وَلَمَّا يَعْلَمِ اللَّهُ الَّذِينَ جَاهَدُوا مِنْكُمْ وَيَعْلَمَ الصَّابِرِينَ (142) (Of dachten jullie dat jullie het paradijs zouden binnentreden terwijl Allah nog niet heeft vastgesteld wie van jullie strijd hebben gevoerd, en Hij de geduldigen nog niet heeft vastgesteld?) (3:142)
Abū Jaʿfar zei: Hij bedoelt daarmee, verheven zij Zijn lof: "Of dachten jullie" (am ḥasibtum), o gezelschap van de metgezellen van de Profeet ﷺ, en meenden jullie = "dat jullie het paradijs (al-janna) zouden binnentreden", en de eervolle ontvangst van uw Heer zouden verkrijgen, en de verheven verblijfplaatsen bij Hem = "terwijl Allah nog niet heeft vastgesteld wie van jullie strijd hebben gevoerd", Hij zegt: terwijl het voor Mijn gelovige dienaren nog niet duidelijk is geworden wie van jullie de strijder (mujāhid) is op de weg van Allah, overeenkomstig wat Hij hem heeft opgedragen.
* * *
En ik heb de betekenis van Zijn woord "terwijl Allah nog niet heeft vastgesteld" (wa-lammā yaʿlami Llāhu), en "opdat Allah zou vaststellen" (wa-li-yaʿlama Llāhu), en wat daarop lijkt, reeds met zijn bewijzen uiteengezet in wat voorafging, op een wijze die ons ervan ontslaat het te herhalen.
* * *
En Zijn woord "en Hij de geduldigen nog niet heeft vastgesteld" (wa-yaʿlama al-ṣābirīn), Hij bedoelt: degenen die geduldig zijn ten tijde van de strijd, bij wat hen treft omwille van Allah aan verwonding, pijn en tegenspoed. Zoals:-
7929 - Ibn Ḥumayd heeft ons verteld, hij zei: Salama heeft ons verteld, op gezag van Ibn Isḥāq: "Of dachten jullie dat jullie het paradijs zouden binnentreden" en de eervolle beloning van Mij zouden verkrijgen, terwijl Ik jullie nog niet op de proef heb gesteld met ontbering, en jullie nog niet beproefd heb met tegenslagen, totdat Ik daarvan de waarachtigheid van jullie ken: het geloof in Mij, en het geduld bij wat jullie omwille van Mij treft.
* * *
En "en Hij de geduldigen nog niet heeft vastgesteld" (wa-yaʿlama al-ṣābirīn) staat in de accusatief (naṣb), op grond van de ṣarf-constructie. En de "ṣarf" houdt in dat twee werkwoorden samenkomen door middel van een van de verbindingspartikels, terwijl er aan het begin iets staat waarvan herhaling met het verbindingspartikel niet welluidend is; dan wordt het woord dat na het verbindingspartikel komt in de accusatief gezet op grond van de ṣarf, omdat het is afgewend (maṣrūf) van de betekenis van het eerste, maar dit gebeurt met een ontkenning, een vraag, of een verbod aan het begin van de zinsnede. En dat is zoals hun uitspraak: "geen ding kan mij omvatten terwijl het voor jou te nauw zou zijn" (lā yasaʿunī shayʾun wa-yaḍīqa ʿanka), omdat de "lā" die bij "yasaʿunī" hoort, niet welluidend herhaald kan worden bij zijn woord "wa-yaḍīqa ʿanka", en daarom staat het in de accusatief.
En de recitatie van dit woord is volgens de accusatief.
* * *
En er is van al-Ḥasan overgeleverd dat hij placht te reciteren: (وَيَعْلَمِ الصَّابِرِينَ), waarbij hij de "mīm" van "yaʿlam" een kasra geeft, omdat hij de bedoeling had het in de jussief te zetten door het te verbinden met Zijn woord: "terwijl Allah nog niet heeft vastgesteld".