Tabari
Terug naar surah 3, ayah 115

Tafseer van De Familie van Imraan · Aal-i-Imraan · 3:115

وَمَا يَفْعَلُوا۟ مِنْ خَيْرٍۢ فَلَن يُكْفَرُوهُ ۗ وَٱللَّهُ عَلِيمٌۢ بِٱلْمُتَّقِينَ

Van al wat zij verrichten van het goede zal niets ooit verworpen worden en Allah is op de hoogte van de Moettaqoen.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    Het woord over de uitleg van Zijn uitspraak: يُؤْمِنُونَ بِاللَّهِ وَالْيَوْمِ الآخِرِ وَيَأْمُرُونَ بِالْمَعْرُوفِ وَيَنْهَوْنَ عَنِ الْمُنْكَرِ وَيُسَارِعُونَ فِي الْخَيْرَاتِ وَأُولَئِكَ مِنَ الصَّالِحِينَ (3:114) (Zij geloven in Allah en de Laatste Dag, en zij gebieden het goede en verbieden het verwerpelijke, en zij haasten zich naar de goede werken; en zij behoren tot de oprechten.)

    Abū Jaʿfar zei: Met Zijn uitspraak, verheven en machtig is Hij — "zij geloven in Allah en de Laatste Dag" — bedoelt Hij: zij stellen Allah voor waarachtig en geloven in de opwekking na de dood, en zij weten dat Allah hen voor hun daden zal vergelden; en zij zijn niet zoals de polytheïsten (mushrikīn) die de eenheid van Allah ontkennen, en naast Hem een ander aanbidden, en de opwekking na de dood loochenen, en de vergelding voor de daden alsmede de beloning en de bestraffing ontkennen.

    * * *

    En Zijn uitspraak "en zij gebieden het goede" — Hij zegt: zij gebieden de mensen het geloof in Allah en Zijn Boodschapper, en het voor waarachtig houden van Mohammed ﷺ en van wat hij hun gebracht heeft. "En zij verbieden het verwerpelijke" — Hij zegt: en zij verbieden de mensen het ongeloof in Allah, en het loochenen van Mohammed en van wat hij hun gebracht heeft van bij Allah. Hiermee bedoelt Hij: dat zij niet zijn zoals de joden en de christenen, die de mensen het ongeloof gebieden en het loochenen van Mohammed in wat hij hun gebracht heeft, en die hen het goede van de daden verbieden, hetgeen het voor waarachtig houden van Mohammed is in wat hij hun gebracht heeft van bij Allah. "En zij haasten zich naar de goede werken" — Hij zegt: en zij ijlen om de goede werken te verrichten uit vrees dat dit hun zou ontgaan voordat de dood hen overvalt.

    * * *

    Daarna berichtte Hij — verheven is Zijn lof — dat dezen, wier kenmerk dit is onder de Mensen van het Boek, behoren tot de getale der oprechten, want wie van hen verdorven (fāsiq) was, heeft de toorn van Allah (ghaḍab Allah) over zich afgeroepen wegens zijn ongeloof in Allah en Zijn tekenen, en wegens hun doden van de profeten zonder recht, en wegens zijn ongehoorzaamheid aan zijn Heer en zijn overtreding van Zijn grenzen (ḥudūd).

    Toon originele Arabische tekst
    القول في تأويل قوله : يُؤْمِنُونَ بِاللَّهِ وَالْيَوْمِ الآخِرِ وَيَأْمُرُونَ بِالْمَعْرُوفِ وَيَنْهَوْنَ عَنِ الْمُنْكَرِ وَيُسَارِعُونَ فِي الْخَيْرَاتِ وَأُولَئِكَ مِنَ الصَّالِحِينَ (114) قال أبو جعفر: يعني بقوله جل وعز: " يؤمنون بالله واليوم الآخر "، يصدِّقون بالله وبالبعث بعد الممات، ويعلمون أن الله مجازيهم بأعمالهم; وليسوا كالمشركين الذين يجحدون وحدانية الله، ويعبدون معه غيره، ويكذبون بالبعث بعد الممات، وينكرون المجازاة على الأعمال والثوابَ والعقابَ. * * * وقوله: " ويأمرون بالمعروف "، يقول: يأمرون الناس بالإيمان بالله ورسوله، وتصديق محمد صلى الله عليه وسلم وما جاءهم به. (72) " وينهون عن المنكر "، يقول: وينهون الناس عن الكفر بالله، وتكذيب محمد وما جاءهم به من عند الله: (73) يعني بذلك: أنهم ليسوا كاليهود والنصارى الذين يأمرون الناس بالكفر وتكذيب محمد فيما جاءهم به، وينهونهم عن المعروف من الأعمال، وهو تصديق محمد فيما أتاهم به من عند الله. =" ويسارعون في الخيرات "، يقول: ويبتدرون فعل الخيرات خشية أن يفوتهم ذلك قبل معاجلتهم مناياهم. * * * ثم أخبر جل ثناؤه أن هؤلاء الذين هذه صفتهم من أهل الكتاب، هم من عداد الصالحين، (74) لأن من كان منهم فاسقًا، قد باء بغضب من الله لكفره بالله وآياته، وقتلهم الأنبياء بغير حق، وعصيانه ربّه واعتدائه في حدوده. --------------------- الهوامش : (72) انظر تفسير"المعروف" فيما سلف ص: 105 تعليق: 2 ، والمراجع هناك. (73) انظر تفسير"المنكر" فيما سلف ص: 105 تعليق: 3 ، والمراجع هناك. (74) انظر تفسير"الصالح" فيما سلف 3: 91 / 6: 380.