Tafseer van De Familie van Imraan · Aal-i-Imraan · 3:111
Zij zullen jullie geen kwaad berokkenen, behalve ergernis en als zij jullie bevechten zullen zij jullie de rug toekeren, daarna zullen zij niet geholpen worden.
De uitleg van de uitspraak van de Verhevene: وَلَوْ آمَنَ أَهْلُ الْكِتَابِ لَكَانَ خَيْرًا لَهُمْ مِنْهُمُ الْمُؤْمِنُونَ وَأَكْثَرُهُمُ الْفَاسِقُونَ (110) (En als de Mensen van het Boek zouden geloven, zou dat beter voor hen zijn; onder hen zijn er gelovigen, maar de meesten van hen zijn verdorvenen.) (110)
Abū Jaʿfar zei: Hiermee bedoelt Hij — verheven zij Zijn gedachtenis — het volgende: als de mensen van de Torah en het Evangelie, van de joden en de christenen, de Profeet ﷺ en datgene wat hij hun van bij Allah had gebracht voor waar zouden houden, dan zou dat beter voor hen zijn bij Allah, zowel in het nabije van hun wereld als in het toekomstige van hun hiernamaals = "onder hen zijn er gelovigen", dat wil zeggen: onder de Mensen van het Boek, van de joden en de christenen, zijn er gelovigen die de Boodschapper van Allah ﷺ voor waar houden in datgene wat hij hun van bij Allah had gebracht. En zij zijn: ʿAbd Allāh ibn Salām en zijn broer, en Thaʿlaba ibn Saʿya en zijn broer, en hun gelijken onder hen die in Allah geloofden, Zijn Boodschapper Mohammed ﷺ voor waar hielden en datgene volgden wat hij hun van bij Allah had gebracht = "en de meesten van hen zijn verdorvenen (fāsiqūn)", dat wil zeggen: degenen die uit hun religie zijn getreden. En dat is omdat het tot de religie van de joden behoort om datgene te volgen wat in de Torah staat en de Profeet ﷺ voor waar te houden, en het tot de religie van de christenen behoort om datgene te volgen wat in het Evangelie staat, en dat voor waar te houden, alsook datgene wat in de Torah staat. En in beide Boeken staat de beschrijving van de Profeet ﷺ, zijn kenmerken en zijn zending, en dat hij de profeet van Allah is. En beide groeperingen — ik bedoel de joden en de christenen — loochenen dit, en dat is hun verdorvenheid (fisq) en hun uittreden uit hun religie waarvan zij beweren dat zij die belijden. Dat is wat Hij — verheven zij Zijn lof — heeft gezegd: "en de meesten van hen zijn verdorvenen".
* * *
En Qatāda heeft gezegd, met hetgeen overgeleverd is:
7625 — Bishr ibn Muʿādh heeft ons verteld, hij zei: Yazīd heeft ons verteld, hij zei: Saʿīd heeft ons verteld, op gezag van Qatāda: "onder hen zijn er gelovigen, maar de meesten van hen zijn verdorvenen" — Allah heeft de meeste mensen gelaakt.