Tabari
Terug naar surah 29, ayah 66

Tafseer van De Spin · Al-Ankaboot · 29:66

لِيَكْفُرُوا۟ بِمَآ ءَاتَيْنَٰهُمْ وَلِيَتَمَتَّعُوا۟ ۖ فَسَوْفَ يَعْلَمُونَ

Om hun ondankbaarheid te tonen voor wat Wij hun gegeven hebben en om te genieten. Spoedig zuilen zij het te weten.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    De uitleg van de woorden van de Verhevene: لِيَكْفُرُوا بِمَا آتَيْنَاهُمْ وَلِيَتَمَتَّعُوا فَسَوْفَ يَعْلَمُونَ ("Opdat zij ondankbaar zijn voor wat Wij hun hebben gegeven en opdat zij genieten; zij zullen het weten") (29:66).

    De Verhevene, wiens vermelding verheven is, zegt: toen Allah deze polytheïsten (mushrikīn) had gered uit datgene waarin zij op zee verkeerden — uit de angst en de vrees voor de verdrinking — naar het droge land, zie, daar kennen zij, nadat zij het droge land hadden bereikt, naast Allah goden en deelgenoten toe. لِيَكْفُرُوا بِمَا آتَيْناهُمْ ("Opdat zij ondankbaar zijn voor wat Wij hun hebben gegeven"). Hij zegt: opdat zij de gunst van Allah verloochenen die Hij hun heeft geschonken aan hun eigen leven en hun bezittingen.

    وَلِيَتَمَتَّعُوا ("en opdat zij genieten"). De reciteurs verschilden in de lezing hiervan. De meeste reciteurs van Medina en Basra lazen het: وَلِيَتَمَتَّعُوا met een kasra op de lām, in de betekenis van: en opdat zij genieten, hebben Wij hun dat gegeven. En de meeste reciteurs van Kufa lazen het: وَلْيَتَمَتَّعُوا met een sukūn op de lām, op de wijze van de bedreiging en de berisping, dat wil zeggen: weest ondankbaar, want jullie zullen weldra weten wat zij zullen ontmoeten aan bestraffing van Allah wegens hun ongeloof daaraan.

    En de juiste van de twee lezingen is naar mijn mening daarin de lezing van wie het las met een sukūn op de lām, op de wijze van de dreiging en de bedreiging. Dat is omdat degenen die het met een kasra op de lām lazen, beweerden dat zij de kasra slechts verkozen omdat zij het lieten aansluiten op de lām in Zijn woorden: لِيَكْفُرُوا ("opdat zij ondankbaar zijn"); en aangezien Zijn woorden لِيَكْفُرُوا de betekenis hadden van "opdat zij ondankbaar zijn", zou het juist zijn dat Zijn woorden وَلِيَتَمَتَّعُوا luiden: "en opdat zij genieten", daar het volgens hen een aansluiting (ʿaṭf) is op Zijn woorden لِيَكْفُرُوا. Maar datgene waartoe zij hierin overgingen, is geen correcte opvatting; en dat is omdat de lām van Zijn woorden لِيَكْفُرُوا de betekenis van "opdat" (kay) kon hebben, daar zij een voorwaarde is bij Zijn woorden: "zie, daar kennen zij Allah deelgenoten toe, opdat zij ondankbaar zijn voor wat Wij hun aan gunsten hebben gegeven". Maar zo is het niet in Zijn woorden وَلِيَتَمَتَّعُوا, want hun toekennen van deelgenoten aan Allah was een verloochening van Zijn gunst, en hun toekennen van deelgenoten aan Hem is geen genieten van het wereldse — ook al maakt het toekennen van deelgenoten aan Hem de weg tot het genieten ervan voor hen gemakkelijk. Aangezien dat zo is, is het richten ervan op de betekenis van de bedreiging passender en juister dan het richten ervan op de betekenis van "en opdat zij genieten". Bovendien is reeds vermeld dat het in de lezing van Ubayy luidt: وَتَمَتَّعُوا ("en geniet"), en dat is een aanwijzing voor de juistheid van wie het las met een sukūn op de lām, in de betekenis van de bedreiging.

    Toon originele Arabische tekst
    القول في تأويل قوله تعالى : لِيَكْفُرُوا بِمَا آتَيْنَاهُمْ وَلِيَتَمَتَّعُوا فَسَوْفَ يَعْلَمُونَ (66) يقول تعالى ذكره: فلما نجى الله هؤلاء المشركين مما كانوا فيه في البحر، من الخوف والحذر من الغرق إلى البرّ، إذا هم بعد أن صاروا إلى البرّ يشركون بالله الآلهة والأنداد.(لِيَكْفُرُوا بِمَا آتَيْناهُمْ) يقول: ليجحدوا نعمة الله التي أنعمها عليهم في أنفسهم وأموالهم. (وَلِيَتَمَتَّعُوا) اختلفت القرّاء في قراءة ذلك، فقرأته عامة قرّاء المدينة والبصرة: (وَلِيَتَمَتَّعُوا) بكسر اللام، بمعنى: وكي يتمتعوا آتيناهم ذلك. وقرأ ذلك عامة قرّاء الكوفيين: (وَلْيَتَمَتَّعُوا) بسكون اللام على وجه الوعيد والتوبيخ: أي اكفروا فإنكم سوف تعلمون ماذا يَلْقون من عذاب الله بكفرهم به. وأولى القراءتين عندي في ذلك بالصواب، قراءة من قرأه بسكون اللام، على وجه التهديد والوعيد، وذلك أن الذين قرءوه بكسر اللام، زعموا أنهم إنما اختاروا كسرها عطفا بها على اللام التي في قوله: (لِيَكْفُرُوا)، وأن قوله: (لِيَكْفُرُوا) لما كان معناه: كي يكفروا، كان الصواب في قوله: (وَلِيَتَمَتَّعُوا) أن يكون: وكي يتمتعوا، إذ كان عطفا على قوله: (لِيَكْفُرُوا) عندهم، وليس الذي ذهبوا من ذلك بمذهب؛ وذلك لأن لام قوله: (لِيَكْفُرُوا) صلُحت أن تكون بمعنى كي؛ لأنها شرط، لقوله: إذا هم يشركون بالله كي يكفروا بما آتيناهم من النعم، وليس ذلك كذلك في قوله: (وَلِيَتَمَتَّعُوا) لأن إشراكهم بالله كان كفرا بنعمته، وليس إشراكهم به تمتعا بالدنيا، وإن كان الإشراك به يسهل لهم سبيل التمتع بها، فإذ كان ذلك كذلك فتوجيهه إلى معنى الوعيد أولى وأحقّ من توجيهه إلى معنى: وكي يتمتعوا، وبعد فقد ذكر أن ذلك في قراءة أُبيّ(وَتَمَتَّعُوا) وذلك دليل على صحة من قرأه بسكون اللام بمعنى الوعيد.