Tabari
Terug naar surah 29, ayah 5

Tafseer van De Spin · Al-Ankaboot · 29:5

مَن كَانَ يَرْجُوا۟ لِقَآءَ ٱللَّهِ فَإِنَّ أَجَلَ ٱللَّهِ لَءَاتٍۢ ۚ وَهُوَ ٱلسَّمِيعُ ٱلْعَلِيمُ

Wie hoopt op de ontmoeting met Allah: voorwaar, het door Allah vastgestelde tijdstip komt zeker en Hij is de Alhorende, de Alwetende.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    De uitleg van de uitspraak van de Verhevene: مَنْ كَانَ يَرْجُو لِقَاءَ اللَّهِ فَإِنَّ أَجَلَ اللَّهِ لآتٍ وَهُوَ السَّمِيعُ الْعَلِيمُ (29:5) ("Wie de ontmoeting met Allah verwacht: voorwaar, de termijn van Allah komt zeker; en Hij is de Alhorende, de Alwetende.") (5)

    De Verhevene, wiens vermelding hoog is, zegt: wie Allah verwacht op de Dag van Zijn ontmoeting, en hoopt op Zijn beloning, voorwaar, de termijn van Allah die Hij heeft vastgesteld voor de opwekking van Zijn schepselen ter vergelding en bestraffing, komt zeker spoedig. وَهُوَ السَّمِيعُ ("en Hij is de Alhorende") betekent: en Allah, wiens beloning deze verwachtende verhoopt bij de ontmoeting met Hem, is de Alhorende van zijn uitspraak: "wij geloven in Allah", de Alwetende van de waarachtigheid van zijn woord — voorwaar, hij heeft geloofd — tegenover wie hem daarin van leugen beticht.

    Toon originele Arabische tekst
    القول في تأويل قوله تعالى : مَنْ كَانَ يَرْجُو لِقَاءَ اللَّهِ فَإِنَّ أَجَلَ اللَّهِ لآتٍ وَهُوَ السَّمِيعُ الْعَلِيمُ (5) يقول تعالى ذكره: من كان يرجو الله يوم لقائه، ويطمع في ثوابه، فإن أجل الله الذي أجله لبعث خلقه للجزاء والعقاب لآت قريبا، (وهو السميع) يقول: والله الذي يرجو هذا الراجي بلقائه ثوابه، السميع لقوله: آمنا بالله، العليم بصدق قيله، إنه قد آمن من كذبه فيه.