Tafseer van De Spin · Al-Ankaboot · 29:44
Allah schiep de hemelen en de aarde in waarheid. Voorwaar, daarin is zeker een Teken voor de gelovigen.
De uitleg van de uitspraak van de Verhevene: خَلَقَ اللَّهُ السَّمَاوَاتِ وَالأَرْضَ بِالْحَقِّ إِنَّ فِي ذَلِكَ لآيَةً لِلْمُؤْمِنِينَ (44) (Allah heeft de hemelen en de aarde in waarheid geschapen; voorwaar, daarin is zeker een teken voor de gelovigen. (29:44))
De Verhevene, wiens gedachtenis hoog is, zegt tot Zijn profeet Mohammed ﷺ: Allah heeft, o Mohammed, de hemelen en de aarde geschapen — Hij alleen, enig in hun schepping; geen deelgenoot deelt met Hem in hun schepping. إِنَّ فِي ذَلِكَ لآيَةً, hij zegt: voorwaar, in Zijn schepping daarvan ligt zeker een bewijs voor wie de bewijzen voor waar houdt wanneer hij ze met eigen ogen aanschouwt, en de tekenen wanneer hij ze ziet.