Tabari
Terug naar surah 29, ayah 42

Tafseer van De Spin · Al-Ankaboot · 29:42

إِنَّ ٱللَّهَ يَعْلَمُ مَا يَدْعُونَ مِن دُونِهِۦ مِن شَىْءٍۢ ۚ وَهُوَ ٱلْعَزِيزُ ٱلْحَكِيمُ

Voorwaar, Allah weet wat zij voor iets naast Hem aanroepen en Hij is de Almachtige, de Alwijze.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    De uitleg van de uitspraak van de Verhevene: إِنَّ اللَّهَ يَعْلَمُ مَا يَدْعُونَ مِنْ دُونِهِ مِنْ شَيْءٍ وَهُوَ الْعَزِيزُ الْحَكِيمُ (42) (Voorwaar, Allah weet wat zij naast Hem aanroepen aan welk ding dan ook; en Hij is de Almachtige, de Alwijze. (29:42))

    De reciteurs verschilden van mening over de lezing van Zijn uitspraak: إِنَّ اللهَ يَعْلَمُ ما تَدْعُونَ. De meeste reciteurs van de steden lazen het تَدْعُونَ met de tāʾ, in de betekenis van een aanspreking gericht tot de polytheïsten (mushrikīn) van Quraysh: إِنَّ اللهَ (voorwaar, Allah), o mensen, يَعْلَمُ مَا تَدْعُونَ إِلَيْهِ مِنْ دُونِهِ مِنْ شَيءٍ (weet wat jullie naast Hem aanroepen aan welk ding dan ook). Maar Abū ʿAmr las het: إِنَّ اللهَ يَعْلَمُ ما يَدْعُونَ met de yāʾ, in de betekenis van een mededeling over de (vroegere) volkeren: voorwaar, Allah weet wat dezen die Wij vernietigd hebben van de volkeren aanroepen مِنْ دُونِهِ مِنْ شَيء (naast Hem aan welk ding dan ook).

    En de juiste lezing daarin is volgens ons de lezing van wie het met de tāʾ leest, omdat — indien het een mededeling zou zijn over de volkeren waarvan Allah vermeldde dat Hij hen vernietigde — de bewoording zou zijn geweest: "voorwaar, Allah weet wat zij plachten aan te roepen", want die lieden waren ten tijde van het neerdalen van deze mededeling op Allahs profeet niet meer in leven, daar zij reeds waren omgekomen en verdwenen. Men zegt immers slechts إِنَّ اللهَ يَعْلَمُ ما تَدْعُونَ wanneer men daarmee een mededeling over levenden bedoelt, niet over wie reeds is omgekomen.

    De uitleg van de bewoording is dus, nu de zaak is zoals wij beschreven hebben: إِنَّ اللهَ يَعْلَمُ (voorwaar, Allah weet), o volk, de toestand van datgene wat jullie aanbidden مِنْ دُونِهِ مِنْ شَيء (naast Hem aan welk ding dan ook), en dat dat jullie niet baat en jullie niet schaadt indien Allah jullie kwaad wil berokkenen, en het wendt voor jullie niets af. Voorwaar, het gelijkenis ervan, in de geringheid van zijn nut voor jullie, is als het gelijkenis van het web van de spin in zijn nut voor haar.

    En Zijn uitspraak وَهُوَ العَزِيزُ الحَكِيمُ, hij zegt: en Allah is de Almachtige in Zijn vergelding van wie ongelovig aan Hem is en wie deelgenoten (shirk) toekent in Zijn aanbidding naast Hem. Vreest dus, o jullie die deelgenoten aan Hem toekennen, Zijn bestraffing door in Hem te geloven vóórdat zij over jullie neerdaalt, zoals zij neerdaalde over de volkeren wier verhalen Allah jullie in deze surah heeft verteld. Want indien Zijn bestraffing over jullie neerdaalt, zullen jullie beschermers, die jullie naast Hem als beschermers hebben genomen, jullie niet baten, zoals de beschermers van hen vóór jullie, die zij naast Hem hadden genomen, hen niet baatten — de Alwijze in Zijn bestiering van Zijn schepping; Hij vernietigt wie de vernietiging verdient op het tijdstip waarop zijn vernietiging een verbetering is, en Hij stelt uit wie van Zijn schepselen die ongelovig aan Hem zijn, wier vernietiging Hij uitstelt, tot het tijdstip waarop in hun vernietiging de verbetering ligt.

    Toon originele Arabische tekst
    القول في تأويل قوله تعالى : إِنَّ اللَّهَ يَعْلَمُ مَا يَدْعُونَ مِنْ دُونِهِ مِنْ شَيْءٍ وَهُوَ الْعَزِيزُ الْحَكِيمُ (42) اختلف القرّاء في قراءة قوله: (إنَّ اللهَ يَعْلَمُ ما تَدْعُونَ) فقرأته عامة قرّاء الأمصار (تَدْعُونَ) بالتاء بمعنى الخطاب لمشركي قريش (إنَّ اللهَ) أيها الناس، (يَعْلَمُ مَا تَدْعُونَ إلَيْهِ مِن دُونِهِ مِن شَيءٍ). وقرأ ذلك أبو عمرو: (إنَّ اللهَ يَعْلَمُ ما يَدْعُونَ) بالياء بمعنى الخبر عن الأمم، إن الله يعلم ما يدعو هؤلاء الذين أهلكناهم من الأمم (مِنْ دُونِهِ مِن شَيء). والصواب من القراءة في ذلك عندنا، قراءة من قرأ بالتاء؛ لأن ذلك لو كان خبرا عن الأمم الذين ذكر الله أنه أهلكهم، لكان الكلام: إنَّ اللهَ يَعْلَمُ ما كانوا يدعون، لأن القوم في حال نـزول هذا الخبر على نبيّ الله لم يكونوا موجودين، إذ كانوا قد هلكوا فبادوا، وإنما يقال: (إنَّ اللهَ يَعْلَمُ ما تَدْعُونَ) إذا أريد به الخبر عن موجودين، لا عمن قد هلك. فتأويل الكلام إذ كان الأمر كما وصفنا: (إنَّ اللهَ يَعْلَمُ) أيها القوم، حال ما تعبدون (مِن دُونِهِ مِن شَيء)، وأن ذلك لا ينفعكم ولا يضرّكم، إن أراد الله بكم سوءا، ولا يغني عنكم شيئا، وإن مثله في قلة غنائه عنكم، مَثَلُ بيت العنكبوت في غَنائه عنها. وقوله: (وَهُوَ العَزِيزُ الحَكِيمُ) يقول: والله العزيز في انتقامه ممن كفر به، وأشرك في عبادته معه غيره فاتقوا أيها المشركون به، عقابه بالإيمان به قبل نـزوله بكم، كما نـزل بالأمم الذين قصّ الله قصصهم في هذه السورة عليكم، فإنه إن نـزل بكم عقابُه لم تغن عنكم أولياؤكم الذين اتخذتموهم من دونه أولياء، كما لم يُغْنِ عنهم من قبلكم أولياؤهم الذين اتخذوهم من دونه، الحكيم في تدبيره خلقه (3) فمُهلك من استوجب الهلاك في الحال التي هلاكه صلاح، والمؤخر من أخَّر هلاكه من كفرة خلقه به إلى الحين الذي في هلاكه الصلاح.