Tafseer van Het Verhaal · Al-Qasas · 28:67
Maar wie berouw had en geloofde en goede daden verrichtte: moge hij dan tot de welslagenden behoren.
De uitleg van de uitspraak van de Verhevene: فَأَمَّا مَنْ تَابَ وَآمَنَ وَعَمِلَ صَالِحًا فَعَسَى أَنْ يَكُونَ مِنَ الْمُفْلِحِينَ (67) ("Maar wat betreft wie berouw toont en gelooft en goede daden verricht, het kan zijn dat hij tot de succesvollen behoort") (28:67).
De Verhevene, verheven is Zijn vermelding, zegt: فَأَمَّا مَنْ تَابَ ("Maar wat betreft wie berouw toont") — uit de polytheïsten (al-mushrikīn) — en zich dus bekeerde en tot de waarheid terugkeerde en de godheid (al-ulūhiyya) zuiver aan Allah toekende en de aanbidding uitsluitend aan Hem wijdde en in Zijn aanbidding niets als deelgenoot toekende; وَآمَنَ ("en gelooft") zegt: en de waarheid bevestigde van Zijn profeet Muḥammad ﷺ; وَعَمِلَ صَالِحًا ("en goede daden verricht") zegt: en handelde naar wat Allah hem in Zijn Boek en bij monde van Zijn boodschapper ﷺ beval te doen; فَعَسَى أَنْ يَكُونَ مِنَ الْمُفْلِحِينَ ("het kan zijn dat hij tot de succesvollen behoort") zegt: hij behoort dan tot de geslaagden die bij Allah hun verlangen verwerven, die eeuwig in Zijn tuinen verblijven. En "het kan zijn" (ʿasā) van de zijde van Allah is een stellige toezegging.