Tafseer van Het Verhaal · Al-Qasas · 28:60
En welke dingen jullie ook gegeven werden: zij zijn de genietingen van het wereldse leven en haar versiering. Maar wat van de zijde van Allah komt is beter en blijvender. Begrijpen jullie dat dan niet?
De uitleg van Zijn woord, de Verhevene: وَمَا أُوتِيتُمْ مِنْ شَيْءٍ فَمَتَاعُ الْحَيَاةِ الدُّنْيَا وَزِينَتُهَا وَمَا عِنْدَ اللَّهِ خَيْرٌ وَأَبْقَى أَفَلَا تَعْقِلُونَ ("En wat aan jullie aan dingen gegeven is, is slechts genot van het wereldse leven en de versiering daarvan; en wat bij Allah is, is beter en blijvender. Begrijpen jullie het dan niet?") (28:60).
De Verhevene, wiens lof wordt vermeld, zegt: en wat aan jullie, o mensen, gegeven is aan welke dingen dan ook, aan bezittingen en kinderen, dat is slechts genot waarmee jullie je vermaken in dit wereldse leven, en het behoort tot de versiering daarvan waarmee men zich daarin opsiert. Het baat jullie bij Allah niets, en niets ervan is jullie van nut bij jullie wederkomst. En wat bij Allah is voor de mensen van Zijn gehoorzaamheid en Zijn vriendschap, is beter dan wat aan jullie in dit wereldse leven gegeven is aan genot en versiering daarvan. "En blijvender (wa-abqā)", zegt Hij: en blijvender voor de mensen ervan, omdat het voortdurend is en geen einde kent.
En in overeenstemming met wat wij hierover gezegd hebben, hebben de uitleggers van de tafsīr (ahl al-taʾwīl) gesproken.
* Vermelding van wie dat gezegd heeft:
Ibn Ḥumayd heeft ons verteld, hij zei: Salama heeft ons verteld, op gezag van Ibn Isḥāq, over Zijn woord: وَمَا عِنْدَ اللَّهِ خَيْرٌ وَأَبْقَى ("En wat bij Allah is, is beter en blijvender"). Hij zei: beter wat de beloning betreft, en blijvender bij ons.
De Verhevene, wiens lof wordt vermeld, zegt أَفَلَا تَعْقِلُونَ ("Begrijpen jullie het dan niet?"): hebben jullie dan geen verstand, o lieden, waarmee jullie nadenken, zodat jullie daardoor het goede van het kwade onderscheiden, en voor jezelf het beste van de twee verblijfplaatsen verkiezen boven het slechtste daarvan, en het voortdurende dat geen einde kent aan gelukzaligheid verkiezen boven het vergankelijke dat geen blijvendheid heeft?