Tabari
Terug naar surah 27, ayah 59

Tafseer van De Mier · An-Naml · 27:59

قُلِ ٱلْحَمْدُ لِلَّهِ وَسَلَٰمٌ عَلَىٰ عِبَادِهِ ٱلَّذِينَ ٱصْطَفَىٰٓ ۗ ءَآللَّهُ خَيْرٌ أَمَّا يُشْرِكُونَ

Zeg (O Moehammad): "Alle lof zij Allah en vrede voor Zijn dienaren en degenen die Hij verkoos." Is Allah beter, of wat zij (Hem) aan deelgenoten toekennen?

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    Allah, Verheven zij Zijn gedenking, zegt tot Zijn profeet Muḥammad ﷺ: قُلْ (Zeg) — o Muḥammad — الْحَمْدُ لِلَّهِ (alle lof zij Allah) voor Zijn gunsten aan ons en Zijn toewijding aan ons voor wat Hij ons heeft toegewijd aan leiding; وَسَلَامٌ (en vrede) — hij zegt: en een bescherming van Hem voor Zijn bestraffing waarmee Hij het volk van Lot en het volk van Ṣāliḥ heeft bestraft — عَلَى عِبَادِهِ الَّذِينَ اصْطَفَى (over Zijn dienaren die Hij heeft uitverkoren): hij zegt: degenen die Hij voor Zijn profeet Muḥammad ﷺ heeft uitgekozen, en die Hij tot zijn metgezellen en medewerkers maakte voor de godsdienst waartoe hij gezonden was om te roepen, in tegenstelling tot de polytheïsten die de profeetschap van Zijn profeet loochenden.

    Op de manier die wij hebben vermeld betreffende de uitleg hiervan, zeiden de uitleggers.

    Vermelding van degenen die dat zeiden:

    Abū Kurayb heeft ons overgeleverd, hij zei: Ṭalq — bedoeld wordt Ibn Ghannām — heeft ons verteld, op gezag van Ibn Ẓahīr, op gezag van al-Suddī, op gezag van Abū Mālik, op gezag van Ibn ʿAbbās, betreffende وَسَلَامٌ عَلَى عِبَادِهِ الَّذِينَ اصْطَفَى (en vrede over Zijn dienaren die Hij heeft uitverkoren): hij zei: De metgezellen van Muḥammad; Allah heeft hen uitverkoren voor Zijn profeet.

    ʿAlī ibn Sahl heeft ons verteld, hij zei: al-Walīd ibn Muslim heeft ons verteld, hij zei: Ik zei tegen ʿAbdullāh ibn al-Mubārak: Wat is uw mening over het woord van Allah قُلِ الْحَمْدُ لِلَّهِ وَسَلَامٌ عَلَى عِبَادِهِ الَّذِينَ اصْطَفَى (Zeg: alle lof zij Allah, en vrede over Zijn dienaren die Hij heeft uitverkoren) — wie zijn dezen? Hij vertelde mij op gezag van Sufyān al-Thawrī, hij zei: Zij zijn de metgezellen van de boodschapper van Allah ﷺ.

    En Zijn woord: آللَّهُ خَيْرٌ أَمَّا يُشْرِكُونَ (Is Allah beter of wat zij als deelgenoten toekennen?): Allah, Verheven zij Zijn gedenking, zegt: Zeg — o Muḥammad — aan degenen van jouw volk voor wie Wij hun daden fraai hebben doen schijnen zodat zij verbijsterd zijn: Is Allah, Die aan Zijn vrienden deze gunsten heeft bewezen die voor u in deze soera zijn vermeld, en Die Zijn vijanden heeft vernietigd door de soorten bestraffing die Hij daarin voor u heeft vermeld, beter — of wat jullie als deelgenoten toekennen van jullie afgoden, die jullie noch kunnen benadelen noch bevoordelen, en die het kwaad van zichzelf noch van hun vrienden kunnen afwenden, noch enig voordeel naar zichzelf of naar hen kunnen brengen? Hij zegt: Dit is een zaak die iemand met verstand niet verward zou moeten zijn over, dus hoe kunnen jullie het dan geoorloofd achten de aanbidding van Hem bij Wie voor jullie geen voordeel te behalen is en geen afwending van schade voor jullie, te vermengen met de aanbidding van Hem in Wiens hand het voordeel en het nadeel zijn, en Wie alles toebehoort? Vervolgens begon Allah, Verheven zij Zijn gedenking, het optellen van Zijn gunsten aan hen, Zijn weldaden jegens hen, en hen ervan bewust te maken hoe weinig zij Hem daarvoor dankten, en zei: أَمَّنْ خَلَقَ السَّمَاوَاتِ وَالأَرْضَ (Of Degene Die de hemelen en de aarde heeft geschapen).

    Toon originele Arabische tekst
    يقول تعالى ذكره لنبيه محمد صلى الله عليه وسلم ( قُلِ ) يا محمد (الْحَمْدُ لِلَّهِ ) على نعمه علينا, وتوفيقه إيانا لما وفِّقنا من الهداية، (وَسَلامٌ ) يقول: وأمنة منه من عقابه الذي عاقب به قوم لوط, وقوم صالح, على الذين اصطفاهم, يقول: الذين اجتباهم لنبيه محمد صلى الله عليه وسلم, فجعلهم أصحابه ووزراءه على الدِّين الذي بعثه بالدعاء إليه دون المشركين به, الجاحدين نبوّة نبيه. وبنحو الذي قلنا في تأويل ذلك, قال أهل التأويل. *ذكر من قال ذلك: حديث أبو كُرَيب, قال: ثنا طلق, يعني ابن غنام, عن ابن ظهير, عن السديّ, عن أبي مالك, عن ابن عباس: (وَسَلامٌ عَلَى عِبَادِهِ الَّذِينَ اصْطَفَى ) قال: أصحاب محمد اصطفاهم الله لنبيه. حدثنا عليّ بن سهل, قال: ثنا الوليد بن مسلم, قال: قلت لعبد الله بن المبارك: أرأيت قول الله (قُلِ الْحَمْدُ لِلَّهِ وَسَلامٌ عَلَى عِبَادِهِ الَّذِينَ اصْطَفَى ) من هؤلاء؟ فحدثني عن سفيان الثوري, قال: هم أصحاب رسول الله صلى الله عليه وسلم . وقوله: (آللَّهُ خَيْرٌ أَمْ مَا يُشْرِكُونَ ) يقول تعالى ذكره; قل يا محمد لهؤلاء الذين زيَّنا لهم أعمالهم من قومك فهم يعمهون: آلله الذي أنعم على أوليائه هذه النعم التي قصَّها عليكم في هذه السورة, وأهلك أعداءه بالذي أهلكهم به من صنوف العذاب التي ذكرها لكم فيها خير, أما تشركون من أوثانكم التي لا تنفعكم ولا تضرّكم, ولا تدفع عن أنفسها، ولا عن أوليائها سوءً , ولا تجلب إليها ولا إليهم نفعا؟ يقول: إن هذا الأمر لا يشكل على من له عقل, فكيف تستجيزون أن تشركوا عبادة من لا نفع عنده لكم, ولا دفع ضرّ عنكم في عبادة من بيده النفع والضرّ, وله كل شيء؟ ثم ابتدأ تعالى ذكره تعديد نعمه عليهم, وأياديه عندهم, وتعريفهم بقلة شكرهم إياه على ما أولاهم من ذلك, فقال: أَمَّنْ خَلَقَ السَّمَاوَاتِ وَالأَرْضَ .