Tabari
Terug naar surah 26, ayah 223

Tafseer van De Dichters · Ash-Shu'araa · 26:223

يُلْقُونَ ٱلسَّمْعَ وَأَكْثَرُهُمْ كَٰذِبُونَ

Zij luisteren nam het gesprokene en de meesten van hen zijn leugenaars.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    Muḥammad ibn ʿAmr heeft mij verteld, hij zei: Abū ʿĀṣim heeft ons verteld, hij zei: ʿĪsā heeft ons verteld; en al-Ḥārith heeft mij verteld, hij zei: al-Ḥasan heeft ons verteld, hij zei: Warqāʾ heeft ons verteld — beiden op gezag van Ibn Abī Najīḥ, op gezag van Mujāhid, over het woord يُلْقُونَ السَّمْعَN: hij zei: de duivels gooien wat zij hadden gehoord neer bij elke grote leugenaar en lasteraar.

    Al-Qāsim heeft ons verteld, hij zei: al-Ḥusayn heeft ons verteld, hij zei: Ḥajjāj heeft mij verteld, op gezag van Ibn Jurayj, op gezag van Mujāhid: يُلْقُونَ السَّمْعَN — de duivels gooien wat zij hadden gehoord neer bij كُلِّ أَفَّاكٍN. Hij zei: zij werpen het gehoor neer, hij zei: de (gehoorde) rede.

    Zijn woord: وَأَكْثَرُهُمْ كَاذِبُونَN — Hij zegt: en de meesten van hen op wie de duivels neerdalen, liegen in wat zij zeggen en berichten.

    Met wat wij hierover gezegd hebben, spraken de uitleggers (ahl al-taʾwīl) in overeenkomstige zin.

    * Vermelding van wie dit zei:

    Al-Ḥasan heeft ons verteld, hij zei: ʿAbd al-Razzāq heeft ons bericht, hij zei: Maʿmar heeft ons bericht, op gezag van al-Zuhrī, over het woord وَأَكْثَرُهُمْ كَاذِبُونَN — op gezag van ʿUrwa, op gezag van ʿĀʾisha, die zei: De duivels luisteren heimelijk, daarna brengen zij een woord van waarheid. Dat gooien zij in het oor van hun bondgenoot. Hij zei: Vervolgens voegt hij er meer dan honderd leugens aan toe.

    Toon originele Arabische tekst
    حدثني محمد بن عمرو, قال: ثنا أبو عاصم, قال: ثنا عيسى; وحدثني الحارث, قال: ثنا الحسن, قال: ثنا ورقاء جميعا, عن ابن أبي نجيح, عن مجاهد, قوله: ( يُلْقُونَ السَّمْعَ ) قال: الشياطين ما سمعته ألقته على كلّ أفَّاكٍ كذّاب. حدثنا القاسم, قال: ثنا الحسين, قال: ثني حجاج, عن ابن جُرَيج, عن مجاهد: ( يُلْقُونَ السَّمْعَ ) الشياطين ما سمعته ألقته (عَلَى كُلِّ أَفَّاكٍ) قال: يلقون السمع, قال: القول. وقوله: ( وَأَكْثَرُهُمْ كَاذِبُونَ ) يقول: وأكثر من تنـزل عليه الشياطين كاذبون فيما يقولون ويخبرون. وبنحو الذي قلنا في ذلك قال أهل التأويل. * ذكر من قال ذلك: حدثنا الحسن, قال: أخبرنا عبد الرزاق, قال: أخبرنا معمر, عن الزهري, في قوله: ( وَأَكْثَرُهُمْ كَاذِبُونَ ) عن عروة, عن عائشة قالت: الشياطين تسترق السمع, فتجيء بكلمة حقّ فيقذفها في أذن وليه; قال: ويزيد فيها أكثر من مائة كذبة.