Tafseer van De Dichters · Ash-Shu'araa · 26:190
Voorwaar, daarin is zeker een Teken, maar de meesten van ben zijn geen gelovigen.
Allah, verheven zij Zijn lof, zegt: in Onze bestraffing van het volk van Shuʿayb met de bestraffing van de dag van al-ẓulla — wegens hun loochening van hun profeet Shuʿayb — is een teken voor jouw volk, o Muḥammad, en een les voor wie lering trekt: namelijk dat Onze handelwijze met hen, wanneer zij jou loochenen, gelijk is aan Onze handelwijze met de bewoners van al-Ayka. وَمَا كَانَ أَكْثَرُهُمْ مُؤْمِنِينَ — in Onze voorkennis betreffende hen.