Tafseer van De Dichters · Ash-Shu'araa · 26:156
En treft haar niet met kwaad, want dan zal de straf van een Geweldige Dag jullie treffen.
Zijn woord: وَلا تَمَسُّوهَا بِسُوءٍ — hij zegt: raakt haar niet aan met iets wat haar schaadt, zoals het afsnijden van haar poten, doden, of iets dergelijks.
Overeenkomstig wat wij hierover gezegd hebben spraken ook de uitleggers.
Degenen die dit zeiden worden hier vermeld:
Al-Qāsim heeft ons verteld, hij zei: al-Ḥusayn heeft ons verteld, hij zei: Ḥajjāj heeft mij verteld, op gezag van Ibn Jurayj, over وَلا تَمَسُّوهَا بِسُوءٍ : snijdt haar poten niet af.
Zijn woord: فَيَأْخُذَكُمْ عَذَابُ يَوْمٍ عَظِيمٍ — hij zegt: dan zal de bestraffing van een dag waarvan de bestraffing geweldig is van Allah over jullie neerdalen.