Tabari
Terug naar surah 26, ayah 154

Tafseer van De Dichters · Ash-Shu'araa · 26:154

مَآ أَنتَ إِلَّا بَشَرٌۭ مِّثْلُنَا فَأْتِ بِـَٔايَةٍ إِن كُنتَ مِنَ ٱلصَّٰدِقِينَ

Jij bent slechts een mens zoals wij. Breng daarom een Teken als jij tot de waarachtigen behoort."

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    Allah, de Verhevene in Zijn gedachtenis, zegt, verhalende over wat Thamūd tot hun profeet Sāliḥ zei: Jij bent, o Sāliḥ, slechts een mens zoals wij uit de nakomelingen van Ādam — jij eet wat wij eten en drinkt wat wij drinken, jij bent geen Heer noch engel, waarom zouden wij jou dan volgen? Als jij waarachtig bent in wat jij zegt en dat Allah jou naar ons heeft gezonden, breng ons dan een teken — dat wil zeggen: een bewijs en aanwijzing dat jij gelijk hebt in wat jij zegt — als jij inderdaad behoort tot degenen van wie wij beweren dat Allah hen naar ons heeft gezonden.

    Er heeft ons Aḥmad ibn ʿAmr al-Baṣrī verteld, hij zei: ʿAmr ibn ʿĀṣim al-Kilābī heeft ons verteld, hij zei: Dāwūd ibn Abī al-Furāt heeft ons verteld, hij zei: ʿAlbāʾ ibn Aḥmar heeft ons verteld, op gezag van ʿIkrima, op gezag van Ibn ʿAbbās: dat de profeet Sāliḥ, vrede zij met hem, door Allah naar zijn volk werd gezonden, en zij geloofden in hem en volgden hem, maar Sāliḥ stierf; daarna keerden zij van de islām terug, waarna Sāliḥ bij hen kwam en tot hen zei: Ik ben Sāliḥ. Zij zeiden: Als jij waarachtig bent, breng ons dan een teken. Toen bracht hij hun de kameelin, maar zij wierpen hem als leugenaar weg en haalden haar poten af, waarop Allah hen strafte.

    Toon originele Arabische tekst
    يقول تعالى ذكره مخبرا عن قيل ثمود لنبيها صالح: ( مَا أَنْتَ -يَا صَالِحُ- إِلا بَشَرٌ مِثْلُنَا ) من بني آدم, تأكل ما نأكل, وتشرب ما نشرب, ولست بربّ ولا ملك, فعلام نتبعك؟ فإن كنت صادقا في قيلك, وأن الله أرسلك إلينا( فَأْتِ بِآيَةٍ ) يعني: بدلالة وحجة على أنك محقّ فيما تقول, إن كنت ممن صدقنا في دعواه أن الله أرسله إلينا. وقد حدثنا أحمد بن عمرو البصري, قال: ثنا عمرو بن عاصم الكلابي, قال: ثنا داود بن أبي الفرات, قال: ثنا علباء بن أحمر, عن عكرمة, عن ابن عباس: أن صالحا النبيّ صلى الله عليه وسلم بعثه الله إلى قومه, فآمنوا به واتبعوه, فمات صالح, فرجعوا عن الإسلام, فأتاهم صالح, فقال لهم: أنا صالح, قالوا: إن كنت صادقا فأتنا بآية, فأتاهم بالناقة, فكذبوه وعقروها, فعذّبهم الله.