Tafseer van De Dichters · Ash-Shu'araa · 26:122
En voorwaar, jouw Heer (O Moehammad) is zeker Hij, de Almachtige, de Meest Barmhartige.
( "En voorwaar, uw Heer is waarlijk de Almachtige" ) — in Zijn wraak op degenen die ongelovig zijn in Hem en Zijn bevel overtreden, ( "de Barmhartige" ) — jegens de berouwvolle onder hen, zodat Hij hem niet bestraft na zijn berouw.