Tafseer van De Dichters · Ash-Shu'araa · 26:109
Ik vraag jullie er geen beloning voor, mijn beloning berust alleen bij de Heer der Werelden.
( "En ik vraag u daarvoor geen beloning" ) — Hij zegt: ik verlang van u geen vergoeding noch loon voor mijn raadgeving aan u en mijn bevel aan u de bestraffing van Allah te vrezen door Hem te gehoorzamen in wat Hij u heeft geboden en verboden. ( "Mijn beloning rust slechts bij de Heer der werelden" ) — en niet bij u, noch bij welk schepsel van Allah dan ook.