Tabari
Terug naar surah 25, ayah 35

Tafseer van Het Onderscheidingsteken · Al-Furqaan · 25:35

وَلَقَدْ ءَاتَيْنَا مُوسَى ٱلْكِتَٰبَ وَجَعَلْنَا مَعَهُۥٓ أَخَاهُ هَٰرُونَ وَزِيرًۭا

Voorzeker, Wij hebben aan Môesa de Schrift gegeven. En Wij hebben zijn broeder Hârôen aangewezen als rechterhand.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    Allah — verheven zij Zijn lof — spreekt tot Zijn Profeet Muḥammad ﷺ en bedreigt daarin de polytheïsten van diens volk met hun ongeloof jegens Allah en hun loochening van Zijn gezant. Hij schrikt hen af voor het neerdalen van Zijn straf over hen, gelijk aan wat er neergedaald is over de volken vóór hen die hun gezanten hadden geloochend. وَلَقَدْ آتَيْنَا — "O Muḥammad, Wij hebben Mūsā gegeven مُوسَى الْكِتَابَ" — daarmee wordt de Tora bedoeld, zoals Wij u de Forqān hebben gegeven. وَجَعَلْنَا مَعَهُ أَخَاهُ هَارُونَ وَزِيرًا — dat wil zeggen: een helper en ondersteuner.

    Toon originele Arabische tekst
    يقول تعالى ذكره لنبيه محمد صلى الله عليه وسلم يتوعد مشركي قومه على كفرهم بالله, وتكذيبهم رسوله ويخوّفهم من حلول نقمته بهم, نظير الذي يحلّ بمن كان قبلهم من الأمم المكذّبة رسلها ( وَلَقَدْ آتَيْنَا ) يا محمد ( مُوسَى الْكِتَابَ ) يعني التوراة, كالذي آتيناك من الفرقان وَجَعَلْنَا مَعَهُ أَخَاهُ هَارُونَ وَزِيرًا يعني معينا وظهيرا.