Tabari
Terug naar surah 23, ayah 39

Tafseer van De Gelovigen · Al-Muminoon · 23:39

قَالَ رَبِّ ٱنصُرْنِى بِمَا كَذَّبُونِ

Hij (Hôed) zei: "O mijn Heer, help mij tegen wat zij loochenen."

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    En Zijn woord: قَالَ رَبِّ انْصُرْنِي بِمَا كَذَّبُونِ (Hij zei: Mijn Heer, help mij vanwege wat zij mij hebben verloochend) — Hij zegt: Ṣāliḥ sprak, nadat hij er wanhopig van geworden was dat zijn volk in Allah zou geloven en dat zij hem zouden bevestigen — vanwege hun woord: وَمَا نَحْنُ لَهُ بِمُؤْمِنِينَ (en wij zijn er geen gelovigen van) —: "Mijn Heer, help mij tegen dezen vanwege wat zij mij hebben verloochend." Hij zegt: vanwege hun verloochening van mij in wat ik hen tot de waarheid heb opgeroepen. Aldus riep hij — vrede van Allah zij over hem — zijn Heer om hulp aan uit vanwege hun kwaad jegens hem en hun verloochening van hem.

    Toon originele Arabische tekst
    وقوله: قَالَ رَبِّ انْصُرْنِي بِمَا كَذَّبُونِ يقول: قال صالح لما أيس من إيمان قومه بالله ، ومن تصديقهم إياه بقولهم : وَمَا نَحْنُ لَهُ بِمُؤْمِنِينَ ربّ انصرني على هؤلاء بما كذّبون يقول: بتكذيبهم إياي فيما دعوتهم إليه من الحقِّ، فاستغاث صلوات الله عليه بربه من أذاهم إياه ، وتكذيبهم له.