Tafseer van Ta-Haa · Taa-Haa · 20:99
Zo verhalen Wij jou van de geschiedenissen van wat voorafgegaan is. En waarlijk, Wij hebben jou van Onze Zijde de Vermaning gegeven.
En Zijn woord إِنَّمَا إِلَهُكُمُ اللَّهُ الَّذِي لا إِلَهَ إِلا هُوَ: dit wil zeggen: "Er is voor jullie, o volk, geen object van aanbidding dan Degene tot Wie de aanbidding van heel de schepping behoort — de aanbidding past alleen Hem, en het komt niet toe aan anderen en past niet voor anderen dan Hem." وَسِعَ كُلَّ شَيْءٍ عِلْمًا: dit wil zeggen: "Hij heeft alles met kennis omvat en kent het — niets ervan is voor Hem verborgen en de kennis van dat alles kost Hem geen moeite." Men zegt: "Fulān is daartoe in staat (yasaʿu li-hādhā l-amr)" wanneer hij het aankan en ertoe bij machte is; en "hij is daartoe niet in staat (lā yasaʿu lahu)" wanneer hij het niet aankan en het hem te boven gaat.
En Qatāda zei hierover — zoals ons is verteld door Bishr, die zei: Yazīd heeft ons verteld, die zei: Saʿīd heeft ons verteld, op gezag van Qatāda, betreffende Zijn woord وَسِعَ كُلَّ شَيْءٍ عِلْمًا: "Hij heeft alles gevuld met kennis — gezegend en verheven zij Hij."