Tabari
Terug naar surah 2, ayah 99

Tafseer van De Koe · Al-Baqara · 2:99

وَلَقَدْ أَنزَلْنَآ إِلَيْكَ ءَايَٰتٍۭ بَيِّنَٰتٍۢ ۖ وَمَا يَكْفُرُ بِهَآ إِلَّا ٱلْفَٰسِقُونَ

En voorzeker, wij hebben duidelijke verzen tot jou neergezonden. en Alleen de zwaar-zondigen geloven er niet in.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    ## Uitleg over de woorden van de Verhevene: وَلَقَدْ أَنْزَلْنَا إِلَيْكَ آيَاتٍ بَيِّنَاتٍ (En voorzeker, Wij hebben tot u duidelijke tekenen neergezonden)

    Abū Jaʿfar zei: De Verhevene bedoelt met Zijn woorden "En voorzeker, Wij hebben tot u tekenen neergezonden": Wij hebben tot u, o Muḥammad, duidelijke tekenen neergezonden die wijzen op uw profeetschap. En die tekenen zijn datgene wat het Boek van Allah omvatte, hetwelk Hij neerzond tot Muḥammad ﷺ — namelijk de verborgen kennis van de Joden, de in het diepst verhulde geheimen van hun overleveringen, de berichten over hun voorvaderen uit de Kinderen van Israël, en het bericht over hetgeen hun boeken bevatten, dat niemand kende behalve hun schriftgeleerden en hun ʿulamāʾ — alsmede datgene wat hun voorgangers en hun nakomelingen vervalst en verwisseld hadden van hun wettelijke bepalingen (aḥkām) die in de Tora stonden. Allah heeft dat alles aan het licht gebracht in Zijn Boek, dat Hij neerzond op Zijn profeet Muḥammad ﷺ. (70) En daarin lag, wat Zijn zaak betreft, de duidelijke tekenen, voor wie rechtvaardig was jegens zichzelf en zich niet door afgunst en onrechtmatige opstandigheid (baghy) liet drijven tot zijn eigen ondergang. Want het is verankerd in de natuurlijke aanleg van eenieder met een gezonde aanleg om degene die komt met het gelijke van wat Muḥammad ﷺ bracht aan duidelijke tekenen die beschreven zijn — zonder dat hij dat van een mens geleerd had, en zonder dat hij ook maar iets daarvan van een sterveling overgenomen had — voor waarachtig te houden. En in overeenstemming met hetgeen wij hierover gezegd hebben, is de overlevering verhaald op gezag van Ibn ʿAbbās.

    1636 — Abū Kurayb heeft ons verteld, hij zei: ʿUthmān ibn Saʿīd heeft ons verteld, hij zei: Bishr ibn ʿUmāra heeft ons verteld, op gezag van Abū Rawq, op gezag van al-Ḍaḥḥāk, op gezag van Ibn ʿAbbās: "En voorzeker, Wij hebben tot u duidelijke tekenen neergezonden" — hij zegt: En u reciteert het aan hen voor, en u bericht hun erover 's morgens en 's avonds en daartussenin, terwijl u onder hen een ongeletterde (ummī) bent die geen boek gelezen heeft, en u toch bericht hun over hetgeen zij in handen hebben zoals het werkelijk is. Allah zegt: Daarin ligt voor hen een lering en een verheldering, en het strekt hun tot bewijs (ḥujja) — indien zij maar zouden weten.

    1637 — Ibn Ḥumayd heeft ons verteld, hij zei: Salama heeft ons verteld, hij zei: Ibn Isḥāq heeft ons verteld, hij zei: Muḥammad ibn Abī Muḥammad, de mawlā van Zayd ibn Thābit, heeft mij verteld, op gezag van ʿIkrima, de mawlā van Ibn ʿAbbās, en op gezag van Saʿīd ibn Jubayr, op gezag van Ibn ʿAbbās, die zei: Ibn Ṣūriyā al-Fiṭyūnī zei tot de Boodschapper van Allah ﷺ: (71) "O Muḥammad, gij zijt niet tot ons gekomen met iets dat wij herkennen, en Allah heeft op u geen duidelijk teken neergezonden zodat wij u daardoor zouden volgen!" Toen zond Allah, machtig en verheven, neer: "En voorzeker, Wij hebben tot u duidelijke tekenen neergezonden, en niemand verwerpt deze behalve de verdorvenen (al-fāsiqūn)!" (73)

    1638 — Abū Kurayb heeft ons verteld, hij zei: Yūnus ibn Bukayr heeft ons verteld, hij zei: Muḥammad ibn Isḥāq heeft ons verteld, hij zei: Muḥammad ibn Abī Muḥammad, de mawlā van Zayd ibn Thābit, heeft mij verteld, hij zei: Saʿīd ibn Jubayr — of ʿIkrima — heeft mij verteld, op gezag van Ibn ʿAbbās, die zei: Ibn Ṣūriyā zei tot de Boodschapper van Allah ﷺ — en hij vermeldde het gelijke daarvan. (74)

    * * *

    ## Uitleg over de woorden van de Verhevene: وَمَا يَكْفُرُ بِهَا إِلا الْفَاسِقُونَ (99) (En niemand verwerpt deze behalve de verdorvenen) (99)

    Abū Jaʿfar zei: De Verhevene bedoelt met Zijn woorden "En niemand verwerpt deze behalve de verdorvenen": en niemand loochent deze. Wij hebben reeds in het voorgaande van dit ons boek aangetoond dat de betekenis van "al-kufr" (ongeloof) het loochenen is, op een wijze die het overbodig maakt dat hier te herhalen. (75) Evenzo hebben wij de betekenis van "al-fisq" (moreel verderf) verduidelijkt, namelijk dat het het uittreden uit iets is naar iets anders. (76)

    * * *

    De strekking van het vers is dus: En voorzeker, Wij hebben tot u, in hetgeen Wij u aan het Boek geopenbaard hebben, duidelijke tekenen neergezonden die aan de ʿulamāʾ van de Kinderen van Israël en hun schriftgeleerden — die uw profeetschap loochenen en uw boodschap (risāla) verwerpen — duidelijk maken dat gij waarlijk Mijn boodschapper aan hen zijt, en een gezonden profeet. En niemand loochent die tekenen — die wijzen op uw waarachtigheid en uw profeetschap, die Ik tot u in Mijn Boek heb neergezonden — en niemand onder hen verklaart deze voor leugen, behalve degene onder hen die uit zijn religie getreden is, degene onder hen die de verplichtingen verzaakt die Ik hem heb opgelegd in het Boek waarvan hij de waarachtigheid als zijn geloof belijdt. Maar wat betreft degene onder hen die vasthoudt aan zijn religie, en degene onder hen die het oordeel van zijn Boek volgt, hij is een gelovige in hetgeen Ik aan Mijn tekenen tot u heb neergezonden — en dat zijn degenen die geloofden in Allah en Zijn boodschapper Muḥammad ﷺ voor waarachtig hielden, uit de Joden van de Kinderen van Israël.

    ---

    **Voetnoten:**

    (70) In de gedrukte editie staat: "Allah heeft in Zijn Boek aan het licht gebracht...", hetgeen een zin is die niet klopt; het juiste is wat hier is vastgesteld. Het betekent: Allah heeft deze verborgen zaken openbaar gemaakt, en die berichten, en datgene wat zij aan wettelijke bepalingen vervalst hadden in hun Tora.

    (71) In de gedrukte editie staat "al-Qiṭyūnī" met een qāf, hetgeen onjuist is. Hij behoort tot de Banū Thaʿlaba ibn al-Fiṭyūn (met kasra op de fāʾ, sukūn op de ṭāʾ, en ḍamma op de yāʾ). Al-Suhaylī zei: "al-Fiṭyūn is een Hebreeuws woord dat gebruikt wordt voor eenieder die het bestuur over de Joden en hun koningschap op zich neemt." De overlevering van Ibn Jarīr luidt "Ibn Ṣūriyā", terwijl in de Sīra van Ibn Hishām (2:196) "Ibn Ṣalūbā al-Fiṭyūnī" staat. Ibn Hishām heeft in hetgeen hij overleverde uit de Sīra van Ibn Isḥāq (1:160–161) "de vijanden onder de Joden" vermeld, en onder de Banū Thaʿlaba ibn al-Fiṭyūn rekende hij: "ʿAbdullāh ibn Ṣūriyā al-Aʿwar — en in zijn tijd was er niemand met meer kennis van de Tora dan hij — en Ibn Ṣalūbā, en Mukhayrīq, die hun schriftgeleerde was en die zich tot de islam bekeerde." Ik heb niet kunnen bepalen of het Ibn Ṣūriyā dan wel Ibn Ṣalūbā was met wie het voorval plaatsvond. Misschien zijn het twee verschillende overleveringen van Ibn Isḥāq. Zie ook de overlevering: 1638.

    (72) In Ibn Hishām: "met een teken zodat wij u daarvoor zouden volgen, toen zond Allah de Verhevene daarover neer van Zijn woorden: 'En voorzeker, Wij hebben tot u neergezonden...'"

    (73) De twee overleveringen 1637–1638 staan in de Sīra van Ibn Hishām (2:196).

    (74) De twee overleveringen 1637–1638 staan in de Sīra van Ibn Hishām (2:196).

    (75) Zie het voorgaande (1:255, 382, 552), en dit deel (2:140, 337).

    (76) Zie het voorgaande (1:409–410), en dit deel (2:118).

    Toon originele Arabische tekst
    القول في تأويل قوله تعالى : وَلَقَدْ أَنْزَلْنَا إِلَيْكَ آيَاتٍ بَيِّنَاتٍ قال أبو جعفر: يعني جل ثناؤه بقوله: (ولقد أنـزلنا إليك آيات)، أي أنـزلنا إليك يا محمد علامات واضحات دالات على نبوتك: وتلك الآيات هي ما حواه كتاب الله الذي أنـزله إلى محمد صلى الله عليه وسلم من خفايا علوم اليهود ومكنون سرائر أخبارهم وأخبار أوائلهم من بني إسرائيل, والنبأ عما تضمنته كتبهم التي لم يكن يعلمها إلا أحبارهم وعلماؤهم - وما حرفه أوائلهم وأواخرهم وبدلوه، من أحكامهم التي كانت في التوراة. فأطلعها الله في كتابه الذي أنـزله على نبيه محمد صلى الله عليه وسلم. (70) فكان، في ذلك من أمره، الآيات البينات لمن أنصف نفسه، ولم يدعه إلى إهلاكها الحسد والبغي. إذ كان في فطرة كل ذي فطرة صحيحة، تصديق من أتى بمثل الذي أتى به محمد صلى الله عليه وسلم من الآيات البينات التي وصفت من غير تعلم تعلمه من بشر، ولا أخذ شيء منه عن آدمي. وبنحو الذي قلنا في ذلك روي الخبر عن ابن عباس. 1636 - حدثنا أبو كريب قال، حدثنا عثمان بن سعيد قال، حدثنا بشر بن عمارة, عن أبي روق, عن الضحاك, عن ابن عباس: (ولقد أنـزلنا إليك آيات بينات) يقول: فأنت تتلوه عليهم، وتخبرهم به غدوة وعشية وبين ذلك, وأنت عندهم أمي لم تقرأ كتابا, وأنت تخبرهم بما في أيديهم على وجهه. يقول الله: ففي ذلك لهم عبرة وبيان، وعليهم حجة لو كانوا يعلمون. 1637- حدثنا ابن حميد قال، حدثنا سلمة قال، حدثنا ابن إسحاق قال، حدثني محمد بن أبي محمد مولى زيد بن ثابت, عن عكرمة مولى ابن عباس, وعن سعيد بن جبير, عن ابن عباس قال: قال ابن صوريا الفِطيوني لرسول الله صلى الله عليه وسلم: (71) يا محمد ما جئتنا بشيء نعرفه, وما أنـزل الله عليك من آية بينة فنتبعك بها! (72) فأنـزل الله عز وجل: (ولقد أنـزلنا إليك آيات بينات وما يكفر بها إلا الفاسقون)! (73) 1638 - حدثنا أبو كريب قال، حدثنا يونس بن بكير قال، حدثنا محمد بن إسحاق قال، حدثني محمد بن أبي محمد مولى زيد بن ثابت قال، حدثني سعيد بن جبير، أو عكرمة, عن ابن عباس قال: قال ابن صوريا لرسول الله صلى الله عليه وسلم, فذكر مثله. (74) * * * القول في تأويل قوله تعالى : وَمَا يَكْفُرُ بِهَا إِلا الْفَاسِقُونَ (99) قال أبو جعفر: يعني بقوله جل ثناؤه: (وما يكفر بها إلا الفاسقون)، وما يجحد بها. وقد دللنا فيما مضى من كتابنا هذا على أن معنى " الكفر " الجحود، بما أغنى عن إعادته هنا. (75) وكذلك بينا معنى " الفسق "، وأنه الخروج عن الشيء إلى غيره. (76) * * * فتأويل الآية: ولقد أنـزلنا إليك، فيما أوحينا إليك من الكتاب علامات واضحات تبين لعلماء بني إسرائيل وأحبارهم - الجاحدين نبوتك، والمكذبين رسالتك - أنك لي رسول إليهم، ونبي مبعوث, وما يجحد تلك الآيات = الدالات على صدقك ونبوتك، التي أنـزلتها إليك في كتابي فيكذب بها منهم = إلا الخارج منهم من دينه, التارك منهم فرائضي عليه في الكتاب الذي يدين بتصديقه. فأما المتمسك منهم بدينه، والمتبع منهم حكم كتابه, فإنه بالذي أنـزلت إليك من آياتي مصدق وهم الذين كانوا آمنوا بالله وصدقوا رسوله محمدا صلى الله عليه وسلم من يهود بني إسرائيل. ------------------- الهوامش: (70) في المطبوعة : "فأطلع الله في كتابه . . " وهو كلام لا يستقيم ، والصواب ما أثبت . يعني فأظهر الله هذه الخفايا ، وتلك الأخبار ، وما حرفوه من الأحكام في توراتهم . (71) في المطبوعة"القطيوني" بالقاف ، وهو خطأ ، وهو من بني ثعلبة بن الفطيون (بكسر الفاء وسكون الطاء ، وضم الياء) . قال السهيلي : "الفطيون : كلمة عبرانية تطلق على كل من ولي أمر اليهود وملكهم" . ورواية ابن جرير : "ابن صوريا" ، والذي في سيرة ابن هشام 2 : 196"ابن صلوبا الفطيوني" . وقد ذكر ابن هشام فيما روى من سيرة ابن إسحاق 1 : 160 - 161"الأعداء من يهود" ، فعد في بني ثعلبة: ابن الفطيون : "عبد الله بن صوريا الأعور ، ولم يكن في زمانه أحد أعلم بالتوارة منه ، وابن صلوبا ، ومخيريق . وكان حبرهم ، أسلم" ، ولم أستطع أن أرجح أهو : ابن صوريا ، أو - ابن صلوبا - الذي كان من أمره ما كان . ولعلهما روايتان مختلفتان عن ابن إسحاق . وانظر أيضًا الأثر : 1638 . (72) في ابن هشام : "من آية فنتبعك لها ، فأنزل الله تعالى في ذلك من قوله : "ولقد أنزلنا إليك . . " (73) الأثران : 1637 - 1638 - في سيرة ابن هشام 2 : 196 . (74) الأثران : 1637 - 1638 - في سيرة ابن هشام 2 : 196 . (75) انظر ما سلف 1 : 255 ، 382 ، 552 ، وهذا الجزء 2 : 140 ، 337 . (76) انظر ما سلف 1 : 409 - 410 ، وهذا الجزء 2 : 118 .